Column

Eerste hulp bij FOMO

Column Ben Tiggelaar

Altijd fijn als je de naam kent van de ziekte die je hebt. Sinds kort weet ik dat ik FOMO-patiënt ben. Al jaren. En ik ben niet de enige.

bentiggelaar0

FOMO: Fear of Missing Out. Symptomen? Een overload aan projecten, to do’s en afspraken. En het onbehaaglijke gevoel dat je het allemaal net niet goed genoeg doet. Oorzaak: overal ja tegen zeggen. Ook als je weet dat het niet gaat. Waarom? Omdat je anderen niet wilt teleurstellen. Of jezelf. Bang dat je kansen mist.

Deze week sprak ik Rudy Kor. Een zeer door de wol geverfde organisatieadviseur en managementauteur. Een paar keer per jaar drinken we koffie.

Volgens Rudy willen ook bedrijven vaak te veel tegelijk. Managers grossieren in ‘concurrerende initiatieven’. Een strategische heroriëntatie, een diversiteitsagenda, een werkgroep disruptieve innovatie, het nieuwe leiderschapsprogramma, hogere kwaliteit, kortere doorlooptijd. Corporate FOMO, zeg maar.

Volgens Rudy hebben teamleiders in grote organisaties – naast het reguliere werk – last van veranderagenda’s met soms tientallen, vaak strijdige initiatieven. Het stomme is: juist het teveel aan plannen zorgt dat ze mislukken.

Ruim 35 jaar geleden beschreven de economen Hersh Shefrin en Richard Thaler menselijk gedrag als een organisatieconflict. Volgens hen huist er in onze hoofden een ‘planner’ en een ‘doener’. De planner kijkt naar de lange termijn, wil bijvoorbeeld graag sparen voor later. Maar de doener kijkt naar de korte termijn, laat zich makkelijk verleiden tot snelle pleziertjes.

Tja. Natuurlijk gaat het vaak zo. Maar minstens zo vaak gaat het andersom. Dan is de planner impulsief en overschat hij de capaciteit van de doener. De planner is bang om kansen te missen en daarom zadelt hij de doener op met een idiote werklast. Zo gaat dat in ons hoofd. En zo gaat dat in de organisaties waarin we werken.

Wat te doen? Volgens mij moeten we vaker op de koffie bij onze oudere collega’s. De zeer door de wol geverfden. Zij kennen de FOMO van dichtbij en spotten hem op kilometers afstand. Als het management met een waslijst aan plannen komt weten ze heel goed wat ze moeten doen. Niet in discussie gaan, maar stiekem je eigen prioriteitenlijstje maken. Met maximaal twee veranderingen per jaar. Eén ‘strategische’, om aan de baas te laten zien dat je je best doet. En eentje die je zelf leuk en waardevol vindt. Op die manier houd je het langer vol en ben je uiteindelijk productiever.

Zo kun je ook je persoonlijke FOMO aanpakken. Laat de rusteloze planner in je hoofd maar lekker opschrijven wat hij allemaal wil. In de weken erna kijkt de doener af en toe eens rustig naar de lijst. Welke plannen zijn echt van belang? Hoeveel uur kost dat? Vervolgens zet je een sterretje bij maximaal twee projecten. Dat is waar je voortaan dagelijks mee begint. Zonder haast, zonder zorgen, want dit zijn de dingen die werkelijk tellen.

En de overige initiatieven? Die blijven gewoon op de lijst staan. Dat vind de planner fijn. En de doener belooft hem dat hij eraan begint zodra hij er tijd voor heeft. Echt waar. Ooit. Misschien.