De visvete op de markt van ‘s-Gravendeel

Markt

Alleen de beste kooplui houden stand op de krimpende Hollandse markten. Op die van ’s-Gravendeel, Zuid-Holland, was nog plaats voor één visboer. Maar er waren er twee.

Tekst

Foto’s Peter de Krom

In gedachte zie je hem nog staan. De Kibbeling Express van Piet Verkerk op de weekmarkt van ’s-Gravendeel, Zuid-Holland. Je ziet Verkerk in zijn blauwe wagentje roeren in het beslag, kilo vis erbij en hup de frituur in. Dikke ontwikkelde kabeljauwen die uiteenvallen in flinke stukken wit glimmende schijfjes waar zich razendsnel een korst om hecht. Heel anders dan in Limburg, waar de lagere kwaliteit versnippert en wordt opgeslorpt door het beslag. Daar bakken ze koek, geen vis.

Op de plek van De Kibbeling Express staat nu een auto geparkeerd. Zoals de helft van het marktterrein inmiddels is geannexeerd door personenauto’s die zich van het parkeerverbod op zaterdagochtend niets aantrekken. Waarom zouden ze ook. Veel groter dan zeven kraampjes zal de weekmarkt niet meer worden. Groente, noten, kip, kaas, vis, stroopwafels en ondergoed. Op de parkeerplaats bij de bushalte aan ’t Weegje, pal naast het winkelcentrum.

Vroeger telde de weekmarkt van ’s-Gravendeel zeker dertig kraampjes. Er was concurrentie. Maar hij kromp en kromp, zoals vele markten in Nederland sinds de jaren tachtig. De sokkenboer vertrok, de stoffenboer, de dierenbenodigdheden, de ouwe bakker van ’t Stoepje.

Alleen van de vis bleven er twee over en dat was er één te veel. Er volgde een jarenlange vete tussen Piet Verkerk en de visboer van Hage en Zoon. Vorig jaar november escaleerde het. Hage zou een tik hebben uitgedeeld aan een compagnon van Verkerk waarna die de zaterdagen erop twee kleerkasten van beveiligers inhuurde om zijn kraam te bewaken. Bezoekers van het marktje hebben het er nóg over.

De kaasboer

„Geitenkaas?” De kaasboer pakt ’m er al bij. „Ouwe geit.”

„Niet mekkeren”, lacht de klant, leunend tegen de vitrine.

„Plakje mosterdkaas?”

„Gehaktballetjes erbij!”

„Wat jij wil hè”, zegt de kaasboer, „jouw feestje vandaag”. Hij legt het stukje geit op de toonbank. Knipogend: „Honderd euro, praten we nergens meer over.”

De tijd van handen in de zakken en sigaar in de mond is voorbij. Vergrijzing, winkelcentra en internet lieten de markten krimpen. Alleen de beste kooplui konden overleven. Niet op kwaliteit alleen, maar op vertrouwen, beleving, entertainment. De markt moet leuker zijn dan de supermarkt. De consument moet het je gunnen. Genoeg marktlui die klanten verloren door nonchalance, verkeerde opmerkingen, leuk doen ten koste van. Mensenkennis is belangrijk. Voordat je een grap maakt niet alleen inschatten of de klant ’m zal waarderen, maar ook of de klant ernaast, onvermijdelijk meeluisterend, er ook om kan lachen.

„Een klantenkring opbouwen kost een jaar, ’m afbreken kun je in een maand”, zegt kaasboer Johan Sloots, montere kop en een goeie fluit op de lippen. De 50-jarige Sloots staat al dertig jaar op de markt. Geitenkaas is in opmars, jong belegen immer de hardloper. Al had hij ook best iets anders kunnen verkopen. Het gaat hem om de mensen, niet de kaas. Nog een oneliner: „Ik ben hier ooit op 1 april begonnen en dat is geen grappie.” Hij stapt zijn kar uit en pikt een nootje bij de buurman. Het is een doodgewone zaterdagochtend op de weekmarkt van ’s-Gravendeel. Zonder Piet Verkerk.

De ene visboer: Peter Hage

0511ZAT_markt4DEF4k

Het gedonder begon een paar maanden na de komst van De Kibbeling Express. De visboer van Hage en Zoon stond al jaren op de weekmarkt toen Piet Verkerk uit Puttershoek in 2006 zijn blauwe wagentje het terrein op stuurde. Piet, joviale kerel met een zware stem, was weggesaneerd als varkenshandelaar en had een zak geld meegekregen. Stilzitten kon-ie niet en toen een visboer in Oud-Beijerland eens zijn hulp vroeg bij de feestweek, kreeg Verkerk meteen complimenten („Lekkere kibbeling visboer!”) waarna hij zelf zo’n viskar kocht.

Piet Verkerk kwam te zitten op de kop van de weekmarkt, Peter Hage zat op de staart. Ze keken recht op elkaars handel en volgens Verkerk dacht Hage dat Verkerk zijn kar expres zo dwars neerzette om te kunnen zien welke klanten bij Hage kochten. Meteen al liepen ze met een grote boog om elkaar heen. Verkerk: „Ik zei tegen ’m: ‘Ik ben geen visboer geworden om jou te plágen!’” Verkerk vertelt er telefonisch over, thuis midden op een doordeweekse dag. Nederland 2 staat aan. „Iets met een zandafgraving”, zegt hij.

De notenboer: Theo van Houwelingen

0511ZAT_markt3DEF4k

„Jongedame!” Een oudere vrouw vraagt gedroogde abrikozen om te weken, de notenboer reikt er eentje aan met zijn schep. „Het is vandaag niet de kwaliteit die u gewend bent.”

„Ze smaken niet verkeerd hoor.”

Cashewnoten wil de volgende klant. „Met zout? Krijg je gratis hè.” Geknik. ‘Tring!’ zegt de kassa. „Én een fijn weekend!”

De afzetmarkt voor Japanse notenmix is ingestort, cashewnoten hebben de pinda verstoten van de eerste plaats en chiazaad is alweer op z’n retour. Bepalend voor de verkoop is de plek van de noot in het schap. Tuttifrutti weggestopt in een bak: een paar kilo in de week. Voorin: twintig kilo. Voorin verkoopt, ongeacht het product, een gulden marktregel. Maar alles voorin leggen gaat niet.

Trucs hebben de volhouders allemaal. Glunderend pakt de notenboer verschillende bordjes erbij voor dezelfde notenmix. ‘Gestelse’, ‘Brabantse’, ‘Graafse Notenmix’. 4,25 euro per pond. Hij zet ze neer afhankelijk van de weekmarkt waar hij staat. Een bordje ‘Actiemix’ heeft-ie ook geprobeerd, „verkocht voor geen meter”. En geregeld kiepert hij een schep amandelen in zijn frituurpannetje achterin de kraam. Geur trekt mensen, mensen trekken mensen.

Notenboer Theo van Houwelingen staat 38 jaar op weekmarkten in de omgeving. Eerst alleen en sinds zich Parkinson bij hem openbaarde samen met zijn vrouw. Overal zag hij de ene na de andere kraam verdwijnen. Twee groente, twee kaas, twee vis werden er één. Het deerde hem niet, de overblijvers hebben nog altijd een goeie boterham, daar verandert ook het winkelcentrum niets aan. Hij vindt het vooral sneu voor de non-food. Stof, knopen, garen, wol. Vergane glorie. Wijzend naar de onderbroekenboer aan de overkant: „Een stugge volhouder.”

De bakker

De ruzie tussen de visboeren liep zo hoog op dat de ouwe bakker van ’t Stoepje in 2009 zei: „Jongens, dit gaat niet langer zo.” Zo’n bonje had hij nog nóóit meegemaakt. Spanning is niet goed. Niet voor de klanten, de markt, de beeldvorming. Je moet op de markt vliegen met stroop vangen, niet met azijn.

De ’s-Gravendeelse weekmarkt heeft een marktmeester, de voormalige bode van het gemeentehuis. Maar die is er volgens de marktlui pas laat, loopt z’n rondje, haalt een kaasje, en is weer weg. Centrale figuur op de weekmarkt was tot aan z’n pensioen de bakker. Die belde de politie als een auto verkeerd stond geparkeerd en gaf nieuwelingen, altijd zenuwachtig de eerste keer, een bak koffie voordat de markt begon.

De marktlui regelden het onderling en besloten: de markt is te klein voor twee vis. „Maar ja”, zegt Piet Verkerk, „er was wel een vergunning voor twee.” Ze kwamen een uitsterfbeleid overeen: één van de twee visboeren zou het veld moeten ruimen. Verkerk: „Ik zei: laten we er een wedstrijd van maken. Puur op kwaliteit.”

De onderbroekenboer: Ton van der Heijden

0511ZAT_markt2DEF4k

„Was ’t u d’r weer?” Vragend kijkt een oudere vrouw over de stapels witgoed heen. „Ik zag u net niet.”

„Ja ik was even plasje plegen”, zegt de onderbroekenboer, gehuld in een groen schort.

„Oh… gelukkig. Ik dacht, u zal toch niet achter liggen…”

In de gouden jaren stond de weekmarkt van ’s-Gravendeel aan het water van De Kreek, een a-locatie midden in het centrum. Dat was in de jaren tachtig, toen de enige supermarkt nog de grootte van een huiskamer had. Er kwamen klachten over de markt. Bewoners konden niet bij hun auto, vrachtvervoer kon niet uitladen en de gereformeerde kerk kon er met begrafenissen niet langs.

De weekmarkt, toen al krimpend, verplaatste zich naar het nieuwe winkelcentrum en in de jaren daarna waren het alleen nog de economische winnaars van ’s-Gravendeel die terreinwinst boekten. De Jumbo van Ardi van der Hoek met laagsteprijsgarantie, onlangs uitgebreid tot 1.500 vierkante meter. De modemall van Piet Voorwinden aan de Smidsweg, bijna twee voetbalvelden groot.

Tel daarbij op de populariteit van onlineshop Zalando, drie miljard euro omzet, en je begrijpt waarom de onderbroekenboer van ’s-Gravendeel in de regio zes markten in de week draait om het hoofd boven water te houden. Met zijn uitstalling, twaalf meter kraam, is de 60-jarige Ton van der Heijden ook nog eens de grootste van allemaal. Honderdtwintig kratten ondergoed sleept hij dagelijks van markt naar markt.

Van der Heijden zou er graag mee ophouden, maar dat gaat niet. Pensioen heeft hij niet en na aftrek van stageld en brandstof is hij maar net kostendekkend. Dertig jaar geleden was dat wel anders. Toen had hij twee man personeel vast in dienst. Hij was blij dat hij van ze af kon. Al die sociale lasten.

Van der Heijden houdt zijn bestseller in de lucht: een grote blauwe herenslip met gulp, 100 procent katoen. Vroeger verkocht hij hem in vijftien motieven, nu alleen nog deze. Oudere vrouwen kopen de slip voor hun man vaak al sinds het begin van hun huwelijk. De mens blijft trouw aan zijn eerste ondergoed. Met de laatste mode is Van der Heijden gestopt, dat houdt-ie toch niet bij.

De klap

Het gebeurde op een zaterdag, november vorig jaar. Bas, de compagnon van Piet Verkerk, zou toen hij na afloop van de markt de kippenboer ‘prettig weekend’ kwam wensen, een klap hebben ontvangen van de visboer van Hage en Zoon. Er was gedoe aan voorafgegaan over de vergunning van De Kibbeling Express. Die stond op naam van Piet Verkerk terwijl compagnon Bas geregeld stond te bakken. Dat zou tot provocaties hebben geleid. „Maar ik liet me niet uit de tent lokken”, zegt Verkerk. „Ik zei: ‘Bas, hou je handen in de zakken.’”

Compagnon Bas deed aangifte van mishandeling maar geen van de marktlui wilde getuigen. Peter Hage gaf geen commentaar toen ook de lokale media zich op de ‘visvete van ’s-Gravendeel’ stortten. Klanten raakten verdeeld. Ze vroegen de stroopwafel, die er pal tussenin stond voor wie-ie was, Hage of Verkerk.

Groot nieuws was het toen begin dit jaar de gemeente Binnenmaas besloot Piet Verkerk drie maanden te schorsen omdat hij volgens de marktmeester een ander in zijn kraam had laten werken. Tientallen reacties op Facebook volgden. ‘Te zot voor woorden!’ ‘Wat een gekibbeling!’ Waarna Verkerk een schadeclaim van 50.000 euro neerlegde bij de marktmeester wegens misgelopen inkomsten.

„Dat was meer bluf, joh”, zegt Piet nu. Hij tuurt nog altijd naar de zandafgraving op tv. „Maar moest ik me dan in de koert laten zetten door zo’n marktmeester? Ik dacht: dan trekt-ie de piepzak aan en pleurt-ie op.”

De andere visboer

De onderbroekenboer is al bijna klaar met inpakken als ook visboer Peter Hage zijn kar uit stapt. De markt loopt op z’n eind en de kleding van Hage zit onder de witte spetters van het beslag. Onafgebroken heeft hij de hele ochtend staan bakken. Honderdvijftig kilo kibbeling. Nu is z’n kar vrijwel leeg.

Peter Hage is ooit met een ventwagentje begonnen. Geen kibbeling, louter haring. ‘Hier heb je een karretje’, zei z’n vader, ‘je zorgt maar dat je geld hebt vanavond’. „Het was dat of naar school”, zegt Peter. „Nou, dat was voor mij niet zo moeilijk.” Nu heeft hij drie wagens en doet zijn familie veertien markten in de week. „En ik heb ze overal zien krimpen.” Hage gaat even buurten bij kaasboer Johan en Theo de notenboer. De drie kennen elkaar al dertig jaar.

Theo: „Wij hebben het gered hè.”

„Je moet het met elkaar doen”, zegt Johan.

„Het geheim is met je tijd meegaan”, zegt Peter, die een arm om Theo slaat. „Theo stond er al toen ik hier als zeventienjarige voor het eerst kwam. Ik vroeg ’m over een stopcontact. ‘Mag ik de stekker van m’n wagen hierin steken?’ Theo pakte een schaar en knipte zo de stekker eraf. Was-ie me even aan het testen.” Theo: „Ik had de stekker weer zo gemaakt hoor.” Peter: „Theo zat vroeger vol grappen.”

Als de visvete ter sprake komt, zegt Theo: „Die klap is nooit uitgedeeld.”

Is dat zo? Peter geeft geen antwoord. Hij ziet de stroopwafel vertrekken. „Mark! Succes met je cluppie!” Daarna de onderbroekenboer. „Hé Ton, blijf van me houden!”

„Weet je”, zegt Peter even later, sjorrend aan de trekhaak van z’n auto. „Die andere visboer wilde uitdagen. Die zocht de media op. Ik wilde dat niet.”

Piet Verkerk van De Kibbeling Express is niet meer teruggekeerd op de weekmarkt van ’s-Gravendeel. Zijn vergunning is ingetrokken. Wie hem zoekt kan ’m elke dinsdag vinden op de parkeerplaats bij de bushalte aan ’t Weegje. Daar staat hij alleen, wel zo rustig.