De opkopers zijn niet meer zó welkom

Overnamegolf

Sinds een buitenlands bod op KPN in 2013 zijn die overnames politiek beladen. Wat kan Nederland doen bij een bod op PostNL?

Illustratie Rik van Schagen / NRC

Zweden zien wel iets in ABN Amro. Een Amerikaanse concurrent koopt chipfabrikant NXP in Eindhoven. En het Belgische Bpost kijkt of het een tweede poging wil doen om ‘ons’ PostNL over te nemen.

Zijn bestuurders en aandeelhouders de enigen die daarover beslissen? De vraag is niet nieuw.

Nederland staat traditioneel open voor buitenlandse overnames en investeringen. Maar blijft dat zo?

Minister Kamp (Economische Zaken, VVD) zoekt al meer dan drie jaar een antwoord. Moet Nederland buitenlandse overnames toetsen die schadelijk kunnen zijn voor de nationale veiligheid? En zo ja, hoe dan?

Hij heeft een wetsontwerp aangekondigd, maar dat zal nog wat meer tijd kosten, schreef de minister deze week aan de Tweede Kamer.

Het begon voor Kamp met de mislukte overname van telefoon- en internetbedrijf KPN in de herfst van 2013 door de grotere Mexicaanse concurrent América Móvil. Het bod maakte een maatschappelijk debat los over de vraag of de infrastructuur van KPN wel veilig was in buitenlandse handen. Dat paste weer in de discussie of de privacy van burgers voldoende gewaarborgd is tegen (ongeoorloofde) onderzoeken van veiligheidsdiensten.

De kwetsbaarheid van vitale sectoren was eerder al een politiek-maatschappelijk onderwerp toen de overname van ABN Amro in 2007 een jaar later op een kostbare flop uitliep. Minister van Financiën Wouter Bos (PvdA) liet de Kamer daarna weten dat extra wetgeving geen toegevoegde waarde had. Hij had de Britse wetgeving bestudeerd die bepaalt dat de regering kan interveniëren bij buitenlandse overnames in de financiële wereld en de defensiesector. In Nederland was dat afdoende geregeld.

Botsende opvattingen

Maar het onderwerp kwam op onregelmatige tijden weer terug in het discours. Zoals in het rapport Tussen naïviteit en paranoia in 2014 van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. Dat ging over nationale veiligheidsbelangen bij buitenlandse overnames.

Het onderwerp kwam ook steeds weer terug omdat er strikte Amerikaanse wetgeving is die bepaalt dat buitenlandse overnames moeten worden getoetst op het onderwerp nationale veiligheid. Amerikaanse bezwaren zorgden er eerder dit jaar voor dat Philips zijn Lumileds lichtactiviteiten toch maar niet aan Chinese investeerders verkocht.

Sinds het ‘KPN-moment’ is het in Den Haag stil gebleven. Mondjesmaat kwamen er voortgangsberichten die niet op veel voortgang duidden. Het bericht van afgelopen week is een mooie illustratie van de botsende opvattingen in het kabinet en het bedrijfsleven. Kamp maakt duidelijk dat niet alleen KPN beschikt over de infrastructuur en de dienstverlening waarvan kwaadwillige investeerders misbruik kunnen maken. Dus zouden de eerder bedachte maatregelen op meer bedrijven dan alleen KPN van toepassing moeten worden verklaard. Die maatregelen ogen overigens tamelijk licht. Wie een groot aandelenbelang koopt of als bestuurder of commissaris wordt benoemd, moet een toetsing ondergaan; is hij of zij betrouwbaar, bijvoorbeeld.

Niemand wil dat onze datanetten misbruikt worden. Maar, zo vervolgt Kamp: die maatregelen zorgen wel voor administratieve lasten bij de aangewezen ondernemingen. En dat kan ons vestigings- en investeringsklimaat negatief beïnvloeden. En dáár zijn het ministerie van Economische Zaken en werkgeverslobby VNO-NCW traditioneel tegen. Kamp praat nu met zijn „collega’s binnen het kabinet over een alternatief dat beter rekening houdt met bovenstaande aandachtspunten”. De zorg om ons vestigingsklimaat voerde minister Bos in 2008 ook al aan als argument tegen nieuwe wetgeving.

Veiligheidsoverwegingen

Het lijkt erop dat de nieuwe wetgeving voor veel meer bedrijven en sectoren gaat gelden. Want, zoals Kamp schrijft, de risico’s van ongewenste zeggenschap beperken zich niet tot de telecom. Kamp verwijst naar analyses van andere ministeries naar de stand van zaken in ‘hun’ sectoren. Ook daarover zijn, zie het NCTV-rapport, al onderzoeken verschenen.

De aarzelingen van het kabinet komen op een opmerkelijk moment. Het cybersecuritybedrijf Fox-IT is een jaar geleden overgenomen door de Britse concurrent NCC. Fox-IT werkt op het snijvlak van bedrijven, hackers en veiligheidsdiensten. Vaderlandse ‘iconen’ als ABN Amro en PostNL staan op de kooplijstjes van buitenlandse concurrenten. Daar heeft de overheid als aandeelhouder (ABN Amro) of regelgever (vergunning PostNL) nog wel wat invloed op.

Zeker zo belangrijk is de groeiende angst in Duitsland voor buitenlandse (lees: Chinese) overnames van bedrijven met hoogwaardige technologie. Zoals Kuka, een producent van robots. En Aixtron, fabrikant van chipapparatuur. Bij die laatste overname was Duitsland al akkoord, toen opeens veiligheidsoverwegingen opdoken. Opmerkelijk in die beslissing: Duitsland heeft wetgeving om buitenlandse investeringen van minimaal 25 procent in het kapitaal van een bedrijf te toetsen op „een dreiging voor de openbare orde en de veiligheid.”