De nieuwe Renault Scénic is niet lief meer

Autotest De nieuwe Renault Scénic is niet lief en praktisch zoals zijn voorgangers. Bas van Putten vindt dat hij de rijtjeshuismens verwaarloost.

De Renault Scenic bij Renault Nieuwendijk in Aalsmeer. Op de foto: Verkoopadviseur Timo Peters Foto Peter de Krom

Ach, de eerste Scénic. Die moest ik hebben. Het was 1997; ik had één werkgever, een zoon van twee, een volgend kind op komst, de noden van gewone mensen op wie ik destijds graag had willen lijken. Dit was de auto die aan al mijn vaderdingen dacht, zo dienstbaar en vernuftig dat het pijn deed.

Hij was een huis voor kinderen. Hij had een in hoogte verstelbare hoedenplank voor het verwisselen van luiers en het stallen van picknickspullen. De middelste van de drie stoelen achter was verschuifbaar en neerklapbaar, dan hadden de buitenste inzittenden een speelgoedtafeltje tussen zich in. Op de rug van de voorstoelen had Renault schattig wiebelige opklaptafeltjes met bekerhouders gemonteerd. Geen auto die zo rücksichtslos het kleine leven eerde. Een MPV van vóór de lifestyle die de burgerlijke deugden uitrookte, van top tot teen zijn eigen Consumentenbond. Zo zag hij er ook uit; de lieve buur die altijd voor je klaarstaat.

Praktisch vertedert me. Ik had kunnen bezwijken en het zou me in de vriendenkring tot vandaag zijn nagedragen. Een Renault Scénic was voor trutten, mannen en vrouwen die het grote, overvolle leven vrezen. Die heb je; te zachtmoedig voor de grote greep.

Nu rijd ik Mercedes. „Ik bewonder hem, maar ik houd niet van hem”, hoorde ik een vrouw over de grootste zeggen. Dat stak toch. Het was de moeder van mijn kinderen en voor je inziet hoe je het gerecht des levens hebt vergiftigd, balkt de ouderdom met mannentaal en grote Duitse bakken, bereden met het schuldgevoel dat weemoed chronisch maakt. Op een dag begrepen we elkaar niet meer door de eenzijdige verharding van de zachtheid die ons had verbonden. Met de Scénic was alles goed gegaan, tegen aanvaardbare concessies.

Nu is er een nieuwe en ik vroeg me af: is het sentiment van toen reconstrueerbaar? Draagt de erfgenaam twintig jaar later voort wat me toen zo ontroerde? Kan ik vanaf het Waterloo van nu à la retour du temps perdu de weg terug naar het verdwijnpunt van dat nederige sentiment van toen afleggen? Is hij nog net zo consumentenbonderig als toen?

Groot en scheefgegroeid

Wat nou, snauwt het bolle koetsje. Jij groot- en schreefgegroeid, ik ook. Zie mij staan op mijn 20 inch-velgen, zie mijn felle kleuren schitteren. Ik ben een man geworden, net als jij.

Hij heeft geen verstelbare hoedenplank, hij is niet lief meer. De broze vormen van de oer-Scénic zijn opgeblazen tot cartooneske lijvigheid in de huisstijl van de eerdere nieuwe modellen. Hij erft de opgewekte bodybuilding van uitvergrote designelementen als de reuzenwielen en het rapperachtige Renault-logo in de neus, die dynamiek van opwippende lijnen in de raampartijen en het trampolinevormige sierdeel op de dorpels.

Hij is er in kort en in lang. De Grand Scénic, 23 centimeter langer dan de korte, benadert het formaat van de Renault Espace, de ruimtewagen voor de haute volée. Renault is niet bevreesd dat hij de grootste MPV in het modellengamma de kaas van het brood eet, maar daar ben ik nog niet zo zeker van, ook omdat ze uiterlijk en innerlijk zo op elkaar lijken. Het multimediascherm en het dashboard zijn identiek, het motorenaanbod overlapt ten dele, qua binnenruimte ontlopen ze elkaar niet noemenswaardig en de compactere afmetingen van de meer dan twintig centimeter kortere Scénic zijn alleen maar praktisch in parkeergarages. Dan de prijs: waar een Espace tenminste 44 mille moet opbrengen, is de goedkoopste Grand Scénic met benzinemotor er voor 27. Zeg het maar, Nederland.

Sowieso zou ik voor de verlengde kiezen. De korte heeft zijn hoeksteenfunctie achter zich gelaten. De nietige Scénic I bood meer beenruimte. Zelfs met de in lengterichting verstelbare achterzittingen in de achterste stand zitten de uitstulpingen voor de opklaptafeltjes in de rugleuningen van de voorstoelen, die de verhipping hebben overleefd, de knieën deerlijk in de weg. Het als een la uitschuifbare dashboardkastje, op zichzelf een geniale vondst, wordt gestuit door de knieën van de bijrijder. Allemaal symptomen die erop wijzen dat vorm en inhoud bij Renault in botsing raakten, hoewel de bagageruimte fors is. Doekje voor het bloeden zijn de opbergvakjes onder de vloer voor de achterbank, een knuffelbegraafplaats voor kinderen met een sterk hart.

Als auto is hij goed. De compacte benzinemotoren hebben met de korte Scénic geen enkele moeite, voor de lange neem je de buffelachtig taaie diesels. Maar misschien moeten ze hem de volgende weer eens van binnenuit ontwerpen, met de bescheiden rijtjeshuizenmens van toen als richtsnoer.