Column

Achtergrond

De overheid gaat het woord ‘allochtoon’ niet meer gebruiken. Het klinkt te negatief. In 1989 werd het ingevoerd, om een nieuw, neutraal woord te hebben. Maar net als met elk woord dat verwijst naar iets waar mensen iets bij voelen: dat kan niet neutraal blijven. Zoals eerder met ‘buitenlander’, ‘gastarbeider’ en ‘vreemdeling’ gebeurde, zo werd ook ‘allochtoon’ een woord waar je niet mee geassocieerd wilde worden. Het heeft het dus 27 jaar volgehouden, wat ik nog lang vind.

Wat komt ervoor in de plaats? Welnu, vanuit de overheid gaat nu gesproken worden over ‘inwoners met een migratieachtergrond’ versus ‘inwoners met een Nederlandse achtergrond’. Wat hier goed aan is, is dat dit zo’n lange en onhandige term is, dat die nauwelijks als scheldwoord gebruikt kan worden. („Hee, rot eens op met je migratieachtergrond!” werkt niet.)

Wat er slecht aan is, is dat je niet weet waarover je het hebt. Ik bedoel, een migratieachtergrond heeft bijna iedereen in Nederland. Mijn oma is hierheen geëmigreerd. Mijn andere drie grootouders woonden hier al. Heb ik dan een migratieachtergrond? Gedeeltelijk wel, ja. Maar ik neem aan dat ik niet word meegenomen in statistieken over hoe ‘inwoners met een migratie-achtergrond’ ‘functioneren’ in de samenleving.

En dat ‘achtergrond’ klinkt ook wat onheilspellend. Hij heeft een achtergrond in de illegale wietteelt. Het klinkt per definitie als iets wat je wilt verbergen.

Dus: wat dan wel? Het blijft raadselachtig waarom de Amerikaanse oplossing (Mexican-American, Korean-American) hier niet aanslaat. Natuurlijk, je hoort wel eens ‘Turkse Nederlanders’. Maar dat is uitzonderlijk. Het lijkt alsof er in Nederland een allesoverheersende behoefte is om iedereen die niet rechtstreeks uit de klei getrokken is, op een hoop te gooien.

Hier zullen wel redenen voor zijn. Die mij ontgaan.

Paulien Cornelisse is cabaretier en schrijver.