Opinie

Achterblijvers én nieuwe rijken bewonderen zonnekoning Trump

Zonder de hulp van projectontwikkelaars, vastgoedmagnaten en opgeklommen disk-jockeys, was het rechtse populisme niet zover gekomen, stelt .

©

Onlangs bezocht ik het parlementspaleis in Boekarest. Dit gigantische gebouw, voorheen het volkspaleis genoemd, stamt uit de jaren tachtig van de vorige eeuw, toen de Roemeense dictator Nicolae Ceausescu het in zijn hoofd had gehaald om in zijn hoofdstad het protserigste bouwwerk ter wereld neer te zetten. Hij werd geëxecuteerd voordat zijn project voltooid was.

Onze gids noemde op gedragen toon enige opmerkelijke getallen: het derde grootste gebouw ter wereld, 220.000 vierkante meter tapijten, een miljoen kubieke meter marmer, 3.500 ton kristal. De enorme marmeren trappen werden herhaaldelijk herbouwd om de tred van de dictator zo gerieflijk mogelijk te maken, want Ceausescu was klein van stuk.

Om dit neo-klassieke gedrocht te kunnen bouwen, werd een heel stadsdeel bestaande uit achttiende-eeuwse huizen, kerken, kloosters en synagogen afgebroken en werden zo’n veertigduizend mensen uit hun woningen geschopt. Een miljoen arbeiders en ingenieurs werkten dag en nacht aan het project. De kosten waren zo hoog dat de staat bijna bankroet ging – en dat terwijl de meeste Roemenen elektriciteit noch verwarming hadden.

Nog altijd kost het gebouw, dat wordt gebruikt door het parlement en een museum voor moderne kunst, de staat zes miljoen dollar per jaar aan elektriciteit en verwarming. Het staat voor zeventig procent leeg.

Ceaucescu’s monster is een monument voor grootheidswaanzin. Zelfs het nieuwe paleis van de Turkse president Erdogan moet het afleggen tegen het Roemeense Volkspaleis. Maar het is alleen uniek in zijn omvang. Want het is opmerkelijk hoe megalomane leiders dezelfde smaak voor architectuur delen; Hitlers plannen voor de reconstructie van Berlijn toonden dezelfde voorkeur voor neo-klassiek gigantisme. En het interieur van het paleis in Boekarest, dat is ingericht in een buitenissige Lodewijk XIV-achtige stijl, is op een wat kleinere schaal te zien in de woningen van Donald Trump in New York en Florida.

Dat krijg je als sociaal onzekere kleine geesten de Zonnekoning denken te zijn. Natuurlijk, het is niet helemaal eerlijk om Trump in één adem te noemen met Hitler of Ceausescu. Hij is tenslotte geen moorddadige dictator. En zijn sociale achtergrond is wat ingewikkelder.

Hitler was de zoon van een douanebeambte en Ceausescu kwam uit een gezin van arme boeren. Beiden voelden zich ongemakkelijk in hun hoofdsteden. Hun manier om de meer gecultiveerde stedelijke elites onder de duim te krijgen, was ze met geweld te onderdrukken en de steden volgens hun eigen opgeblazen dromen te herbouwen.

Ook Trump wil dat alles wat zijn naam draagt er groter en glanzender uitziet dan al het andere. Maar Trump is in New York geboren en erfde een aanzienlijk kapitaal van zijn vader, een projectontwikkelaar met een schimmige reputatie. En toch koestert ook Trump ogenschijnlijk een diepe rancune jegens elites die op hem neerkijken als een onbeschaafd parvenu met zijn bespottelijke gouden wolkenkrabbers en quasi rococo woningen vol kroonluchters en verguld meubilair.

Het huidige populisme wordt dikwijls gezien als een nieuwe klassenstrijd tussen mensen die de globalisering niet kunnen bijbenen en een elitaire klasse die er profijt van heeft. Aanhangers van Trump, net als veel Brexit-kiezers in Engeland, zijn duidelijk minder hoog opgeleid dan de elites waar zij zich tegen verzetten. Maar zij zouden nooit zo ver zijn gekomen zonder de steun van nieuwe rijke leiders die hun rancunes delen.

Dit was al duidelijk in Italië, waar Berlusconi met groot succes de gevoelens van de massa wist te bespelen. Zijn sociale achtergrond is nagenoeg identiek aan die van Trump. In andere landen zien we hetzelfde patroon. In Thailand slaagde de puissant rijke zakenman Thaksin Shinawatra erin om premier te worden, na een campagne die zich vooral keerde tegen de sociale en economische elites in Bangkok. En ook Pim Fortuyn, en later Geert Wilders, vonden opmerkelijk veel steun bij dubieuze vastgoedmagnaten en opgeklommen diskjockeys.

Kortom, de nouveau riche speelt een even belangrijke rol in de opkomst van het populisme als de armere en relatief minder hoog opgeleide massa’s die zich door de elites in de steek gelaten voelen. Ondanks de enorme verschillen in rijkdom delen deze twee groepen een intense wrok tegen degenen van wie ze vermoeden dat zij op hen neerkijken.

Vaak is dit vermoeden nog juist ook. De nieuwe rijke mag nog zoveel boten en huizen bezitten; de elite kijkt hem met de nek aan. Hoger opgeleide stedelingen zijn vaak geneigd om Brexit-stemmers en Trump-supporters af te doen als achterlijk en dom.

De rancunes die worden gedeeld door de nieuwe rijken en de veronderstelde achterblijvers is een vruchtbare voedingsbodem gebleken voor rechts populisme. Onder extreme omstandigheden kan dit leiden tot dictatuur, waar tirannen de kans krijgen om hun fantasieën de vrije loop te geven ten koste van miljoenen mensen.

Tot nog toe blijft het in Amerika en Europa bij loze beloftes: ‘ons land terug’, ‘ons land weer groot maken’, etcetera. Maar om te voorkomen dat zulke dromen in nachtmerries ontaarden, hebben we meer nodig dan technocratische expertise en oproepen tot een beter fatsoen. Mensen vol haat zijn niet erg ontvankelijk voor rede, nuance of matigheid. Een betere droom, daarentegen, kan wel werken.

En dit is nu precies wat ontbreekt in de huidige politiek. De Franse Revolutie is al meer dan twee eeuwen oud. ‘Vrijheid, gelijkheid en broederschap’ is niet meer dan een historische leuze. We doen er goed aan om deze woorden van een nieuwe inhoud te voorzien.