Opinie

50 jaar na D66 komen NRC-lezers met nieuw democratisch appèl

Opinie We vroegen onze lezers om een appèl voor democratische vernieuwing. Dit naar aanleiding van het 50-jarig bestaan van het appèl waarmee het initiatiefcomité D’66 zich in 1966 presenteerde. 112 lezers reageerden. Dit zijn de winnaars.

Amsterdam, 15 februari 1967 - Hans van Mierlo bezorgt het nieuwe D'66 zeven Kamerzetels

Een jury bestaande uit Carla van Baalen (directeur Centrum voor Parlementaire Geschiedenis), Thom de Graaf (voorzitter Eerste Kamerfractie D66), Marike Stellinga (adjunct-hoofdredacteur NRC) en Kars Veling (oud-directeur ProDemos) beoordeelde de bijdragen op schrijfstijl (is het een appèl?) en originaliteit van het idee tot vernieuwing.

De bijdrage van winnaar Jan Veneman stond zaterdag 22 oktober in de krant afgedrukt. Uit de vele bijdragen stelde de jury een groslijst samen waaruit de finale keuze is gemaakt. Deze inzendingen, gerangschikt op alfabetische volgorde staan hieronder.

Geef kiezers echt wat te kiezen (winnende bijdrage)

Jan Veneman, Geertruidenberg

Politiek bepaalt direct en langdurig onze leefomgeving: zorg, veiligheid, onderwijs, enzovoort. Wij, kiezers, kunnen daar niet aan ontkomen. We hebben er bovendien geen directe inbreng in. In de parlementaire democratie stemmen we op de politiek die ons daarna uitlegt welke keuzen zij maakt en waarom dat voor ons het beste is. Was dit vijftig jaar geleden al voorbij de gebruiksdatum; nu is het ronduit schadelijk voor de democratie. Niet langer zo doen!

Zo moet het wel

Geef ons, kiezers, een stem én een keuze. Deskundigen en belanghebbenden ontwerpen minimaal drie scenario s voor de zaken die ons allen treffen: zorg, veiligheid, onderwijs, enzovoort. Ieder scenario wordt op internet getoond en uitgelegd, als in een toonkamer. De kosten staan erbij, en ook wat het op middellange termijn oplevert voor wie. SCP en CBS rekenen die scenario s door. De scenario s worden aan ons, kiezers, voorgelegd. Door meer dan één scenario te presenteren wordt glashelder dat er echt iets te kiezen is. Politieke partijen maken propaganda voor hun favoriet uit de voorgelegde scenario s. Kiezers geven in een stemronde hun voorkeur aan. De regering gebruikt de voorkeur met de meeste stemmen in hun plannen en beleid. Dat betekent een voortzetting, bijstelling of ombuiging van het bestaande beleid. De Tweede Kamer controleert de uitvoering , zoals nu.

Kiezerskeus

Dit systeem heet Kiezerskeus. Het is eenvoudig te organiseren en op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau uit te voeren. De kennis en kunde zijn in huis. Kiezerskeus kan tegelijkertijd voor diverse zaken in onze samenleving worden ingezet. Voor het starten van een Kiezerskeus is een minimum aantal aanvragers nodig. Kiezerskeus komt niet in plaats van de Tweede Kamer verkiezingen, het komt erbij.

Zo ziet dat eruit

Stel, er is een Kiezerskeus gehouden die gaat over de zorg. Aangevraagd door honderdduizenden kiezers. Begonnen in januari en afgesloten in augustus. Er waren drie scenario s: Solidair en Preventie: waarin het accent ligt op inkomensafhankelijke premies en de uitvoering van programma s die gezond gedrag stimuleren. Solidair en Particulier Initiatief: met nadruk op inkomensafhankelijke premies en voorrang voor particulier initiatief in de uitvoering.

Eigen Verantwoordelijkheid en Preventie: hoe gezonder je leeft, hoe goedkoper je polis , in combinatie met programma s die gezond gedrag stimuleren.

Ruim 9 miljoen, 74 procent van alle kiezers, deden mee aan deze Kiezerskeus. Scenario Solidair en Preventie kreeg 70 procent van de stemmen , Solidair en Particulier Initiatief 28 procent en Eigen Verantwoordelijkheid en Preventie 2 procent.

De regering heeft laten weten uiterlijk op 1 januari met de eerste wetsvoorstellen te komen die de huidige situatie in de richting van Solidair en Preventie bijstelt.

Over twee maanden wordt de Kiezerskeus Onderwijs afgesloten; de Kiezerskeus Veiligheid wordt op korte termijn aan de kiezers voorgelegd.

Daarom!

Kiezerskeus geeft de kiezer een echte directe keuze. Politiek komt weer in het leven van alle dag. Voorbij Den Haag doet toch wat het wil.

Niet wachten. Doen!

DE GENOMINEERDEN

Van Twitter-emocratie naar demos en wijsheid

Hein Albeda, Utrecht

Het parlement is ons parlement. Niet experts besluiten over onze wetten, maar onze (leken)vertegenwoordigers in het parlement. Zij agenderen problemen, delibereren over oplossingen en mogelijkheden en kiezen een richting. Het bestuur kiest de uitvoering. Ambtenaren voeren uit. Onze vertegenwoordigers controleren wat er gebeurt. Uit de controle komen nieuwe thema’s om te agenderen. Maar zijn het onze politici? Of zijn het experts geworden in oneliners in de emocratie?

Vergelijk je de extra gelden die burgers willen met de extra’s waar politici zich voor inzetten, dan komt dat meestal overeen, zij het met vertraging. Het vertrouwen dat dat zo is en dat het werkt, is weg. “Onze man in Den Haag” is eerder een journalist dan een Kamerlid.

1. Politici worden niet gezien als leken en niet als vertegenwoordigers. Het zijn hoogopgeleide partijgangers. Een grote groep voelt zich niet vertegenwoordigd of stemt niet, ondanks de simpele oneliners om hen te interesseren en emotie te tonen.

2. Deliberatie is niet zichtbaar voor de kiezers. Compromissen worden niet herkend en niet gewaardeerd. Verantwoording over compromissen gebeurt hoogstens aan leden van partijen, iets meer dan één procent van de bevolking.

3. Er is geen vertrouwen in de controlerende rol van de politici. Incidenten met politici leiden tot twijfels aan de integriteit en het onafhankelijk oordeel

4. Politieke keuzen worden steeds vaker gemaakt op andere schaal dan op landelijke schaal, vaak ver weg in Europa. De gevolgen zijn zichtbaar in de gemeente, in de buurt, in de regio.

We hebben een democratie van en door hoger opgeleiden die ver weg beslissen. Het laatste referendum liet zien dat een referendum - anders dan verwacht - niet leidt tot publiek overwegen en delibereren. Het is een het heen en weer slingeren van meningen samengevat in 140 tekens. Kiezers zijn veruit beter opgeleid dan in 1966, meer mensen willen zich bemoeien met wat er gebeurt, maar wijsheid en dialoog is weg. Emotie zonder wijsheid levert geen vitaliteit.

Om het parlement weer terug te brengen naar lekenbestuur en het minder ver van de mensen af te laten staan stel ik het volgende voor om democratie èn wijsheid te versterken.

1. Voer lekencontrole in als aanvulling op de parlementaire democratie. Vergelijk het met de burgerjury om vertrouwen te behouden in het rechtssysteem. Ingelote burgers controleren de gevolgen van politieke keuzen. Pakweg 100 burgers nemen deze burgerplicht jaarlijks op zich. Het lot bepaalt dat jij dit keer wat tijd investeert in controle op het openbaar bestuur. De rekenkamer staat hen bij. Zij kijken naar de publieke waarde die door beleid tot stand is gekomen, de sociale gevolgen er van en of dit leidt tot nieuwe prioriteiten voor de politieke agenda. In die burgercontrole is ruimte voor nuance, twijfel en wijsheid

2. Voer op dezelfde wijze een lekentoets in voor beleidsvoorbereiding rond grote transities. Burgers halen de verkenning weg uit de beleidswereld en terug in de werkelijkheid

3. Voer een subsidiariteitstoets in bij de EU, Tweede Kamer en gemeenten. Voor ieder voorgesteld besluit moet worden aangegeven waarom het op Europees, landelijk of gemeentelijk niveau moet worden genomen.

Wijsheid en nuance blijven behouden, het lekenkarakter krijgt een impuls en het parlement kan vertrouwen terugwinnen. De Eerste Kamer kan afgeschaft en er kan een constitutioneel hof komen voor de grondwet. Ging ten onrechte macht naar Europa, dan halen we die weer terug, maar dat doen we ook als het ten onrechte landelijk besloten wordt, terwijl de gemeente of de buurt een beter niveau is. Zo brengen we lekenwijsheid en publiek debat in de parlementair democratie. En de mensen die controleren? Die worden misschien wel nieuwe ambassadeurs voor de democratie.

Een bureau voor verificatiezaken

Bas Backer

Er wordt in Nederland veel geklaagd over onderwerpen, die niet voldoende, verkeerd of over-dreven gere¬geld zijn. Naar verluidt zijn veel van die klachten een gevolg van onjuiste of onvolledige informa¬tie, of ingegeven door eigen belangen ten koste van een maatschappelijk evenwichtige verdeling van baten en lasten.

Voor die klachten bestaat, afgezien van de Ombudsman voor bestuurlijke (mis)¬stap¬pen, geen gemeen¬schappelijk adres. Daardoor kunnen die klachten doorbroeien en het respect voor het bestuur onder¬graven. Het is immers duidelijk (of ten minste in allerlei commentaren te lezen), dat politieke ongeluk¬ken zoals het referendum over Oekraïne, de Brexit, het lot van de vluchtelingen en de opkomst van allerlei anti-bestuurlijke par¬tijen te herleiden zijn tot teleurstelling in politiek en bestuur, tot misinfor¬matie vanuit diverse bronnen en tot opstandigheid jegens de “elite”. Die onvrede is alleen te corrigeren door de landgenoten /kiezers op een waarachtiger wijze op de hoogte te houden.

Het is daarom van belang die klachten een centraal adres te geven, bij voorbeeld in de vorm van een “Centraal Bureau Verificatie Publieke Zaken”. Dat Bureau kan die klachten inventariseren, de ont¬vangst ervan bevestigen, beoordelen naar hun realiteitsgehalte en dat oordeel aan de betrokken instan¬ties of perso¬nen en aan de inzenders ervan ¬melden. Periodiek kan dat bureau een inventarisatie publi¬ceren van de klachten in het algemeen of over bepaalde onderwerpen, zoals economie en werkge¬legenheid of kli¬maat en milieu.

Daarbij moet een onderscheid worden gemaakt en gerapporteerd tussen de juistheid, de gedeeltelijke juistheid of de onjuistheid van de klachten. Dat is van belang, omdat in bestuur en politiek nogal eens een klacht gewoon wordt ontkend, als irreëel wordt afgewezen, of ook omdat een gedeelte¬lijke juist¬heid ervan wordt weggepoetst onder een gedeeltelijke onjuistheid. De klagers mer¬ken dat best, voelen zich met een kluitje in het riet gestuurd en verliezen hun vertrouwen in het be¬stuur. Waar het dus om gaat is bestuur, politiek, media en individuele publicisten te dwingen beter reke¬ning te houden met de juiste weergave van de betrokken bestuurlijk handelingen en met de eer¬lijke toelichting daarvan.

Verdedigd wordt, dat het huidige wantrouwen jegens de “elite” worden gevoed door een veran-dering van de gebruikelijke beoordelingsmethoden. Die zouden niet meer steunen op een rationele juistheid, maar plaatsgemaakt hebben voor emotionele percepties met als gevolg dat die juistheid tot ”alleen maar een mening” wordt gereduceerd. Het lijkt mij de vraag of die verandering in de oorzakelijk juiste volgorde wordt gepresenteerd. Voorstelbaar lijkt mij ook, dat juist door een min of meer opportunis-tische omgang met wat als waarheid vóórgesteld kan worden en in bestuur of poli¬tiek prettiger uit¬komt, in de loop van de tijd heeft geleid tot een slijtage van het respect voor een accu¬rate weergave van zaken. In dat geval zou het wel degelijk zinvol kunnen zijn om vanuit de overheid, maar onafhan¬kelijk daarvan, een instantie in het leven te roepen, die desgevraagd en op eigen initiatief uit¬zoekt wat het waarheidsgehalte is van publieke uitspraken over bestuur en politiek.

Wanneer in het maatschappelijke gesprek afnemend gewicht wordt toegekend aan de waar¬heid, de eerlijke discussie en het wederzijdse respect, verliest dat gesprek aan overtuigingskracht. Het bestuur en de politiek verliezen dan hun democratische geldigheid en verworden tot een dominantie van slecht geïnformeerde meerderheden en politieke kwakzalvers. Zo’n toekomst is niet aantrekke¬lijk en dat waarheidsrel¬ativisme moet daarom worden bestreden.

Regeerakkoorden behoren tot het verleden

Lou de Boer, Nieuwerkerk aan den Ijssel

Eigenlijk vind ik het een heel goed systeem, ons parlementaire stelsel. Slechts één echt manco zie ik er in, maar wel een ernstig: de leider van de grootste partij wordt welhaast automatisch minister-president. Er gaan stemmen op om die MP dan maar rechtstreeks te kiezen, zoals in de VS. Ik acht dat fundamenteel fout.

In elke verkiezingsstrijd wordt gepolariseerd. Dat is goed, al hoeft het niet uit te monden in moddergooien. Maar als vervolgens de kemphanen na de verkiezingen plots moeten samenwerken in een coalitie, komt dat ongeloofwaardig over. En een MP die voor de verkiezingen uitspraken deed die hij erna niet kan waarmaken, of waarmee hij een flink deel van de bevolking van zich heeft vervreemd, is geen geloofwaardige leider. Daarom pleit ik voor het volgende systeem.

- We kiezen volksvertegenwoordigers, en die mogen geen minister worden, maar dienen vier jaar in de kamer te blijven.

- Alle kamerleden mogen een MP voordragen, maar die mag niet uit de volksvertegenwoordiging komen: besturen is wezenlijk anders dan de stem van het volk verwoorden. Uit de voorgedragenen wordt vervolgens, mogelijk in meer dan een ronde, de persoon gekozen die het meeste vertrouwen geniet. Daar zijn mathematische methoden voor.

- Die gekozen MP kiest vervolgens zelf zijn ministers. Immers, hij heeft een team nodig voor zijn taak, mensen die hij blind moet kunnen vertrouwen, en die ook onderling goed kunnen samenwerken. Wel moet zijn keuze in de kamer worden goedgekeurd, met gewone meerderheid van stemmen.

- Regeerakkoorden behoren tot het verleden. Fractieleden zijn alleen gebonden aan het partijprogramma. Elke maatregel die een minister neemt moet voor- of achteraf door de kamer worden gesteund. Ik denk dat dit een relatief kleine verandering is, maar wel een die de effectiviteit en vooral de geloofwaardigheid van het landsbestuur ten goede zal komen. (In dit systeem zou Job Cohen premier zijn geworden)

In aanvulling daarop nog het volgende:

- De Eerste Kamer is niet meer nodig. Wel wordt iedere wet door de rechter getoetst op uitvoerbaarheid (waaronder kosten), noodzaak (is hij niet al besloten in een andere) en consistentie met andere wetten, waaronder de grondwet.

- Het moet mogelijk worden bindende referenda te houden over zaken waarover de burger zich niet heeft kunnen uitspreken tijdens de verkiezingen, of over zaken die - door veranderingen in de samenleving - anders beoordeeld moeten worden dan tijdens de verkiezingen.

- De burger kan in het stemhokje kiezen voor een partij of voor een volksvertegenwoordiger.

Volkvertegenwoordigers die de kiesdrempel halen zijn niet, de anderen wel gebonden aan de fractielijn (wel aan het partijprogramma). Een fractie kan zijn leden ontslaan. Een ontslagen lid dat de kiesdrempel heeft gehaald blijft in de kamer, maar niet langer als lid van die fractie. Een ontslagen lid dat de kiesdrempel niet heeft gehaald, verlaat de kamer en wordt door de fractie vervangen.

- Tijdens het stemmen kan de burger zich ook - binnen nader te bepalen grenzen - uitspreken over de verdeling van de belastinggelden.

- Verkiezingscampagnes worden uitsluitend met belastinggeld betaald. Sponsoring (door zowel bedrijven als door particulieren) is verboden. Dat belastinggeld wordt zodanig over de partijen verdeeld dat nieuwe en kleine partijen een reële mogelijkheid hebben om campagne te voeren.

- Op alle fronten moet ervoor worden gezorgd dat de politiek niet door geld wordt gestuurd.

- De politiek moet de macht hebben over het geldwezen. Banken zijn uitvoerende instanties.

- Zoals nu valsheid in geschrifte verboden is, moet ook valsheid in gesproken woord verboden worden. Met zo een wet worden heel veel andere wetten overbodig. Ook het politieke debat zal anders worden.

- Er zijn nu te veel bestuurslagen, gemeente, provincie, waterschappen, rijk, Europa. Dat moet teruggebracht worden tot hoogstens drie. Het hoogste moet Europa blijven (maar niet noodzakelijk met de huidige grenzen), de geografische grenzen en bevoegdheden van de onderliggende lagen moeten opnieuw bepaald worden. Wel moet elke laag georganiseerd worden als hierboven omschreven.

Een stem met een reden

Herald Brandsma

Er bestaat veel onvrede over het functioneren van het parlementair stelsel. De kiezers voelen zich te weinig gehoord en hebben weinig invloed. De politiek zelf (denkende aan Den Haag) lijkt op een gesloten bolwerk waarbij politici wel gekozen kunnen worden, maar waar vooral de partijen regeren. Maar eens in de 4 jaar kunnen kiezers een stem uitbrengen.

Maar hoe kun je van politici verwachten dat zij weten wat de kiezer wil. Als zij enkel contextloze signalen ontvangen (lees: stemmen), hoe kunnen zij dan goed de kiezers vertegenwoordigen? Onze stemmen kunnen enkel geïnterpreteerd worden.

Via opiniepeilingen, dagbladen en sociale media kunnen kiezers wel hun mening geven. Maar dit is ontoereikend, omdat hierdoor weinig kiezers gehoord worden door de politiek. Ook fungeren deze middelen als filters: alleen een klein deel van wat men belangrijk vind zal de politiek bereiken.

Om deze beperkte communicatiemogelijkheden te verhelpen, pleit ik ervoor om de kiezer de mogelijkheid te geven om hun stem te kunnen motiveren en te beargumenteren. Op zo’n manier waarop onze stemmen niet meer aan de vrije interpretatie zijn overgeleverd. Zo kunnen kiezers eindelijk op een directe manier uitleggen wáárom zij stemmen. Vrij van sturende vragen als bij opiniepeilingen. Hierdoor kan elke kiezer onafhankelijk aangeven wat hij/zij belangrijk vindt.

Dit moet gelden bij verkiezingen en referenda. Niet alleen stemmen wij uitgebreider, maar ook vaker tijdens sub-verkiezingen. Bij deze verkiezingen kunnen kiezers hun motivatie updaten zonder een volksvertegenwoordiger te kiezen. Alle motivaties dienen als een informerend en niet-bindend advies. Sub-verkiezingen zouden elk jaar moeten plaatsvinden.

In de praktijk zal men zowel het papieren stembiljet als een offline stemcomputer met printer gebruiken. De computer dient offline te zijn uit veiligheidsoverwegingen.

De kiezer doet het volgende:

1. Maakt een top 15 van de voor hem/haar belangrijkste onderwerpen.

2. Maakt een top 5 van de voor hem/haar belangrijkste onderwerpen per categorie.

3. Geeft terugkoppeling aan de partij waarvan de gekozen politicus/ca lid is.

Per gekozen onderwerp kan men de volgende zaken invullen:

1. Een standpunt ja/nee, voor/tegen, enzovoort.

2. Maximaal 3 argumenten per onderwerp.

3. Eén alternatief onderwerp (bijv verhoging accijns i.p.v. bezuinigen op iets anders)

4. Een standpunt voor het alternatief

5. Maximaal 3 argumenten voor het standpunt van het alternatieve onderwerp.

Alle onderwerpen dienen per lijst gesorteerd per lijst te worden meest naar minst gekozen:

Lijst 1. Per partij (aflopend van meest naar minst gekozen onderwerpen)

Lijst 2. Zonder partij (aflopend van meest naar minst gekozen onderwerpen)

Dit geeft een indicatie van de wil van de kiezer. De onderwerpen kunnen bedacht en geformuleerd worden door onafhankelijke groepen mensen die representatief zijn voor Nederland. Zoiets meerdere G1000’en. De onderwerpen dienen zo neutraal mogelijk worden geformuleerd voordat ze geselecteerd mogen worden. Dit appèl geeft enkel een topje van de ijsberg weer van mijn voorstel: De Motivatiekeuze.

De Motivatiekeuze kunt u vinden op argu.co/m/1688.

In dit informatietijdperk hebben kiezers een wereld aan informatie ten opzichte van 1846. Laat de kiezer deze informatie gebruiken zodat onze volksvertegenwoordigers beslissingen kunnen maken die meer lijn liggen met de wens van de kiezers. Laten wij de kiezers meer betrekken met de politiek de representativiteit verhogen. Laten wij de motivatie bijeen rapen om het wederzijds vertrouwen tussen burgers en politici te vergroten. Uiteindelijk is actie ondernemen slechts een keuze van ons allemaal.

De kiezer moet iets te kiezen hebben

Jacques Cloin, Veghel

Kern probleem: de maatschappelijke vraagstukken zijn zo breed en veelzijdig dat geen enkele politieke partij oplossingen voor al die aspecten kan aanreiken die voor één en dezelfde burger acceptabel is.

Kiezen voor één partij, met zijn partij-program (of partij-beleid) is dus vaak niet goed mogelijk.

Wat de burger bij de ene partij zeer wenselijk beleid vindt voor ‘beleidsaspect A’, vindt dezelfde burger een ander ‘beleidsaspect B’ bij diezelfde partij absoluut onjuist, onwenselijk, of erg zwak.

Het ‘beleidsaspect B’ wordt wellicht door een andere partij veel beter, of meer passend bij de wens van diezelfde burger ingevuld.

De kernvraag is dan: Op welke partij moet je stemmen?

Dat is, naar ik vermoed, voor velen een groot dilemma.

Metafoor:

Het lijkt op: het moeten kiezen uit verschillende meergangen-menu’s, waarbij steeds enkele gerechten in elk van die menu’s absoluut niet je smaak zijn. Welk menu kies je dan ???

Wijziging van parlementair stelsel is noodzakelijk, omdat de invloed op het landsbeleid van de burger als “nagenoeg nihil” wordt gevoeld. Hierin schuilt nadrukkelijk het gevaar voor de democratie, resp. de bestuurbaarheid van het land, omdat de burger steeds mondiger wordt, meer kennis heeft, meer zelfstandigheid wenst/eist. Bij blijvend gevoel van ‘geen invloed op het landsbestuur hebben’, zal de burger zich verder afwenden van de politiek, en proberen ‘het zelf, individueel’ te regelen en op te lossen, waardoor de samenleving alleen maar meer versplinterd wordt en het recht van de sterkste (weer) geldt.

Oplossing:

Kernaspect: de kiezer moet voelbaar iets te kiezen hebben in zaken waar deze ook iets van vindt op hoofdlijnen.

a. Kies de minister president (= een kandidaat uit een partij): het boegbeeld van de regering.

b. Kies de tweede kamer leden (zoals heden….)

c. Kies welke partij een departement mag aansturen.

De werkwijze:

De minister president heeft als taak een regering te leiden die in staat is naar opvatting van de burger binnen de grondwet en de beschikbare financiën (sluitende begroting) de plannen van alle departementen tot een samenhangend geheel te maken voor een periode van 4 jaar en waar mogelijk een lange termijnbeleid te starten.

De verkiezing van de minister president en tweede-kamerleden vinden eerst plaats.

Na 6 maanden volgt de verkiezing van:

welke partij welk departement mag aansturen vanuit de visie/plannen van de partij(en).

a. De partij met de meeste stemmen krijgt de ministerszetel van het desbetreffende departement.

b. De partij die als ‘tweede’ in de stemming is geëindigd, levert de onderminister (heden is dat de staatssecretaris). Eventueel kan een tweede onderminister worden aangesteld bij een groot departement, te leveren door de ‘derde’ grootte partij die voor het departement uit de stembus komt.

Zij samen zorgen voor een passend en samenhangend beleid voor de komende jaren.

Het kan zijn dat de (twee) bewindslieden diametraal tegenover elkaar staan qua visie en partij-program: dat is dan de afspiegeling van de kiezer. Hun taak is dan: een voor de kiezer (= de burger) acceptabel beleid te ontwikkelen dat de meerderheid van de tweede-kamer mag verwachten. Hier zal dus wellicht ‘gepolderd’ moeten worden.

Het aantal departementen:

Een staatscommissie, (bijv. de Raad van Staten) stelt de aard en het aantal departementen voor. De tweede Kamer beslist. Die uitkomst is het uitgangspunt van de verkiezing voor het bemensen van de departementen.

Geef de bevolking meer te kiezen

Pieter Karsdorp, Haarlem

Democratie wat is dat ook al weer? Kort en bondig samengevat, een staatsvorm of maatschappij waar de bevolking het voor het zeggen heeft, of waar de bevolking in vrijheid kan kiezen hoe en door wie het land wordt bestuurd. Heeft de Nederlandse bevolking het voor het zeggen? Spontaan reagerend ben ik geneigd “ja” te zeggen. Immers, we mogen eens in de vier jaar naar de stembus en daar kunnen we in alle vrijheid een keuze maken uit een zeer groot aanbod van kandidaten voor de volksvertegenwoordiging. Die kandidaten worden voorgedragen door een groot aantal politieke partijen met uiteenlopende opvattingen over hoe het land moet worden bestuurd. Deze opvattingen zijn neergelegd in verkiezings- en/of partijprogramma’s. Uit dit grote aanbod van kandidaten en partijprogramma’s mogen wij als burger er dan één kiezen. Mooi democratisch toch?

Zodra we hebben gekozen, kijken we hoeveel stemmen op de verschillende kandidaten en partijen zijn uitgebracht. Meestal blijken een paar kandidaten verreweg de meeste stemmen te hebben gekregen. Over het algemeen zijn dat de lijsttrekkers. De overgrote meerderheid van de kandidaten haalt echter niet genoeg stemmen om op eigen kracht een plaats in de volksvertegenwoordiging te verwerven. Alleen omdat de lijstrekkers heel veel stemmen krijgen, komen de andere kandidaten van hun partij in de volksvertegenwoordiging. De meeste volksvertegenwoordigers hebben dus geen rechtstreeks mandaat van het “volk”. Zij danken hun zetel uitsluitend aan het feit dat hun partij ze op een verkiesbare plaats op de kandidatenlijst heeft gezet. Anders gezegd, de meeste volksvertegenwoordigers zijn eigenlijk partijvertegenwoordigers en partijen zijn, zoals bekend, relatief kleine verenigingen van gelijkgestemden. Slechts 2 procent van de bevolking is lid van een politieke partij en als zodanig zijn partijen niet representatief voor de bevolking.

Je kunt je afvragen of dit echte democratie is. Deze vraag wordt des te klemmender als je je realiseert wat er gebeurt tijdens het proces van regeringsvorming, de formatie. In een echte democratie zou het toch zo moeten zijn dat de bevolking de regering kiest. In Nederland is dat niet zo. Hier kiezen we 150 mensen die in de volksvertegenwoordiging mogen plaatsnemen. Enkelen lukt dat op eigen kracht, maar de grote meerderheid komt achter de brede rug van hun lijsttrekker in het parlement. Een paar gekozenen, meestal de lijsttrekkers en hun vertrouwelingen, gaan vervolgens met elkaar onderhandelen over een regeringsprogramma en over de vraag hoe de ministersploeg er uit moet zien. Een kleine politieke elite bepaalt dus, nadat de verkiezingen hebben plaatsgevonden, hoe het regeringsprogramma luidt en wie gaan regeren. De kiezer komt er niet meer aan te pas. Conclusie: de Nederlandse bevolking kiest niet echt voor een bepaald beleid, maar stemt op een partij of persoon en wat die partij of persoon met de uitgebrachte stemmen doet moet de kiezer maar afwachten. Stemmen is in Nederland niet meer dan het geven van een bepaald gewicht aan een partij of persoon die op basis van dat gewicht kan deelnemen aan de onderhandelingen. Op de uiteindelijk door de onderhandelaars te sluiten compromissen heeft de bevolking geen enkele invloed meer.

Is dit democratie? Ik ben geneigd te zeggen: Nee. Kan het beter? Ik denk het wel. En hoe dan?

1. Door de bevolking rechtstreeks de regering(sleider) te laten kiezen.

2. Door de bevolking daarnaast de mogelijkheid te geven niet één maar een paar volksvertegenwoordigers te kiezen, die dichtbij de kiezers staan en een onafhankelijke positie t.o.v. de regering hebben.

3. Door de bevolking de mogelijkheid te geven zich rechtstreeks uit te spreken over kwesties waarover de rechtstreeks gekozen regering en de rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordiging het na intensief overleg niet eens kunnen worden.

Ad 1) Betekent dat de bevolking bepaalt wie het land gaan regeren en welk regeringsprogramma moet worden uitgevoerd. Het betekent ook dat de eventuele coalitievorming voor de verkiezingen moet plaatsvinden en niet daarna. Als geen der kandidaten of coalities de meerderheid krijgt, volgt een 2e ronde tussen de 2 hoogst geplaatsten.

Ad 2) Betekent dat het land wordt onderverdeeld in 30 (of 50) qua bevolkingsaantal ongeveer even grote districten die ieder 5 (of 3) volksvertegenwoordigers kunnen afvaardigen. Per kiezer kunnen meer stemmen worden uitgebracht, dus geen one man one vote, maar bijvoorbeeld one man three votes, waarbij de kiezers vrij zijn kandidaten te kiezen van verschillende politieke partijen en/of kandidaten die niet tot een bepaalde partij behoren. De 5 (of 3) kandidaten die de meeste stemmen krijgen, zijn gekozen als volksvertegenwoordiger.

Ad 3) Betekent dat regeringsvoorstellen die na intensief overleg met de volksvertegenwoordiging worden verworpen aan de bevolking moeten worden voorgelegd, tezamen met het alternatieve (tegen)voorstel dat door de volksvertegenwoordiging wordt geformuleerd. De bevolking kan zich via een bindend referendum uitspreken voor het regeringsvoorstel (optie A) of voor het alternatieve voorstel van de volksvertegenwoordiging (optie B). Omdat zowel de regering als de volksvertegenwoordiging een rechtstreeks mandaat van de kiezer hebben, moet de kiezer ook het laatste woord hebben als regering en volksvertegenwoordiging het niet eens kunnen worden. Bij deze vorm van referendum (“beleidskeuze-referendum”) dus geen simpele, manipulatieve “voor of tegen” vragen maar een keuze voor optie A of optie B. Deze vorm van directe democratie is een belangrijke aanvulling op de hier boven geschetste verbeterde versie van de vertegenwoordigende democratie. De Eerste Kamer kan worden afgeschaft of vervangen door een door de bevolking gekozen orgaan. De opkomstplicht wordt weer ingevoerd.

Voordelen: (i) verdere versplintering van de volksvertegenwoordiging wordt tegengegaan, (ii) direct na de verkiezingen is er een regering, waar de bevolking ook voor heeft gekozen, (iii) elke volksvertegenwoordiger heeft een rechtstreeks mandaat van de kiezer en daardoor een nauwere band met zijn kiezers, (iv) de regering heeft te maken met een onafhankelijke tegenmacht (countervailing power) en (v) de bevolking krijgt het uiteindelijk echt voor het zeggen. Deze vorm van democratie kan ook op gemeentelijk en provinciaal niveau worden ingevoerd

Naar een centrale democratie

Foppe Hoekstra, Elahuizen

Copernicus begreep al dat de sterren niet om de aarde draaien. Zo moet de kiezer begrijpen dat de politiek niet om hem draait. Het volk staat in een kleurrijke waaier om de politiek heen en de politiek draait om de aardse en ingewikkelde werkelijkheid heen.

Het principe van een democratie is dat het volk, bij meerderheid van stemmen, het voor het zeggen heeft, qua staatsaangelegenheden. Daar is in het ideale geval voor nodig dat iedereen zich ook verdiept in de kwesties waarvoor regelgeving nodig is en er zijn zegje over kan doen. Zelfs D66 begrijpt dat dat niet kan en stelt zich tevreden met zo nu en dan een volksraadpleging waarbij het hele probleem wordt geridiculiseerd tot een zo eenvoudige stelling dat Simpelmans daar met een gerust hart ja of nee tegen kan zeggen. Ook de meer bewuste kiezer wordt daarmee gedwongen simpelweg voor het ja-kamp of het nee-kamp te kiezen. In 1895 heeft Gustave Le Bon al duidelijk gemaakt dat dit soort groepsvorming en versimpelde beeldvorming niet bepaald het beste in de mensheid naar boven brengt.

Kiesdistricten werken al net zo ongenuanceerd. Elke visie die niet populair genoeg is om ergens een meerderheid te halen overleeft de verkiezingen niet. Daarbij is het plaatselijk hotelzaaltje al lang vervangen door internet. En kiesdrempels zijn ook geen democratie.

We hebben een redelijk omvangrijke volksvertegenwoordiging, rijkelijk ondersteunend door adviseurs, die voor ons nadenken over staatsaangelegenheden. Helaas echter, wordt dat nadenken al te vaak vertroebeld door electorale belangen. Pragmatisme op basis van voortschrijdend inzicht is prima, maar veel partijen koersen liever achter zo veel mogelijk zwevende kiezers aan. Daar komt nog bij de belangenverstrengeling tussen regering en volksvertegenwoordiging. Hoe kun je nu objectief kritisch zijn tegenover een ‘eigen’ minister?

Er moet wat veranderen. Het stelsel kabinet en één kamer is prima, een tweede kamer moet gewoon niet nodig zijn. Het kabinet gaat bestaan uit technocraten met vakmatige visie die de lijn uitzetten. Die technocraten mogen politiek onpartijdig zijn en moeten gerekruteerd worden uit de wetenschappelijke elite en per persoon een even onbepaalde als onbeschermde termijn hebben. Na elke verkiezing, en zo nodig tussendoor, kán de kamer voor elk willekeurig ministerie een nieuwe minister aanwijzen. Maar zolang de kamer vertrouwen in de zittende minister heeft, kan deze door. Hun politieke verantwoordelijkheid moet niet verward worden met de uitvoeringsverantwoordelijkheid. Die ligt bij de directeur-generaals. De voorzitter van het kabinet, de minister-president, wordt door de kamer gekozen uit de maatschappelijke elite. Een niet al te directe invloed van het volk op de keuze van de premier verkleint de kans op een populist.

De kamer, bestaande uit vertegenwoordigers van groepen met een maatschappelijke visie, zal, zonder gebonden te zijn aan regeerakkoorden, niet meer krampachtig naar een langdurige meerderheidscoalitie hoeven zoeken. Per kwestie kan er vrijelijk naar voldoende consensus toegewerkt worden. Ze bestaat uit tweehonderd leden die elke twee jaar voor de helft opnieuw gekozen worden, zodat incidentele kwesties ten tijde van verkiezingen slechts een gedempte invloed hebben.

De kiezer hoeft niet meer strategisch negatief te stemmen: op de ene grote partij stemmen om te voorkomen dat de andere grote partij aan de macht komt. De stem kan weer aangewend worden voor het persoonlijk ideaal, zodat we een volksvertegenwoordiging krijgen die bijna net zo gemêleerd is als het volk dat er omheen staat.

Ga je met dit alles de verloedering van de politiek tegen? Nee, dan moet je een stemexamen invoeren.

Democratie 2.0: hét middel tegen buikloop!

Laurens Hoevenaren, Brummen

Is de democratie als besturingsvorm failliet? Heeft de waan van de dag middels social media het geloof in de parlementaire democratie en evenwichtige vertegenwoordiging verdrongen? De steeds lagere opkomstpercentages bij verkiezingen doen dat vermoeden.

Toch is de burger nog nooit zo betrokken geweest als nu. Men twittert, scheldt, verkettert, verstoort vergaderingen of jaagt journalisten weg. Daar waar men vroeger met een onverschillig schouderophalen de bladzijde van de krant omsloeg, ziet men nu op journaals en youtube-kanalen alles in full-colour op zich afkomen. En men vindt er ook iets van. Want de onderbuik van Nederland, en dus ook mijn onderbuik, is gevoelig. Ook ik ben populist in het diepst van mijn gedachten.

Betrokkenheid alleen is dus niet genoeg, sterker nog, het kan de stabiliteit van de democratische samenleving zelfs bedreigen. Versnippering en versplintering kunnen een land onbestuurbaar maken. De vraag is dan ook: hoe kan de geconstateerde felle betrokkenheid op de waan van de dag getransformeerd worden naar binding en verbinding met de democratische samenleving? Met een samenhangend pakket van maatregelen kan dat als volgt lukken.

Verhoog de kiesdrempel naar vijf procent. Als gevolg daarvan zullen er bredere, herkenbare stromingen in het parlement komen. De argumentatie dat ook minderheden gehoord moeten worden, is door social media achterhaald. Alle minderheden tot en met eenlingen kunnen vloggen, liken, twitteren etc. De stem van de minderheid behoeft om gehoord te worden dus niet a priori vertegenwoordiging in het parlement wanneer het om minder dan bijv. 5 % van de stemmen gaat (nu 0,667 procent).

Verleng de zittingsperiode van het kabinet naar zes jaar. Het geeft een kabinet meer ruimte om op een rustiger manier aan verandering te werken in plaats van de hete adem van volgende verkiezingen alweer in de nek te voelen. Bovendien: het dwingt de kiezer om echt heel zeker te zijn van de consequenties van zijn stem omdat het over een periode van zes jaar gaat. Ook voorkomt men hiermee een rukwindenbeleid.

Maximeer het aantal ministeries en richt de bestuursstructuur van Nederland voor tien jaar in, zodat niet iedere vier jaar veranderingen plaatsvinden (zoals het Ministerie van Justitie en Veiligheid). Deze door partijbelang ingegeven keuzes doorziet de kiezer maar al te goed. Evalueer het aantal en de domeinen van de ministeries per tien of twaalf jaar. Belangrijke dossiers kunnen ook projectmatig worden aangepakt over ministeries heen.

Creëer verbinding en betrokkenheid in de samenleving. Dit kan worden vormgegeven door het invoeren van de sociale dienstplicht voor alle jongeren vanaf 18 jaar voor de duur van bijvoorbeeld negen maanden. Het biedt jongeren de kans om buiten hun eigen leefwereld mee te doen. Meedoen in plaats van aan de kant staan of je afzetten. De grootste raddraaiers zijn soms de beste rolstoelduwers. En… spreek dit binnen in Europa af zodat er uitwisseling met andere EU-landen mogelijk wordt. Een sociale dienstplicht binnen Europa zal nationalisme binnen twintig jaar doen krimpen.

Vervang de provinciale indeling van Nederland door maximaal vier gewesten. We zijn de Verenigde Staten van Amerika of zelfs Duitsland niet. Hoeveel bestuurslagen heb je nodig voor pakweg zeventien miljoen mensen? En op gemeenteniveau, zeker na de herindeling, is en blijft er voldoende gelegenheid voor de burger voor regionaal engagement.

Veranker het lesgeven over het eerste artikel van de grondwet en de uitvloeisels daarvan in de lespakketten van de scholen. De vraag is zelfs of je dat aan iedere school over moet laten. Want iedere refo, moslim of evangelico mag zeggen dat homo’s niet door God bedoeld zijn, in dit land respecteren wij refo, homo, moslim en evangelico. Dat is de norm waarnaar wij ons gedragen en elkaar aan houden.

Ten slotte: schaf referenda subiet af. Referenda als inspraakmiddel geven te veel ruimte aan onze onderbuik. Democratie vraagt een kringspier van democratisch gekozen partijen waarin alle inwoners van Nederland zich vertegenwoordigd weten. Wie ongeremd de onderbuik zijn gang laat gaan, moet niet verbaasd zijn als diarree zijn deel is.

Geef de kiezer twee stemmen

Mirjam Kramer

De democratie schijnt bedroevend te functioneren en nodig aan vernieuwing toe. Ik vraag me af of dat zo is? D66 heeft een poging tot vernieuwing gedaan, met de zgn kroonjuwelen, gekozen burgemeester, commissaris van de konigin en minister president en daar is niets van terecht gekomen. De democratie werkte blijkbaar naar behoren en de D66ers voegden zich maar al te graag in het bestaande bestel.

Er is een ding wat ik ze moet nageven ze hadden een plan, iets wat je van b.v. de Brexitiers en Thierry Baudet niet kan zeggen.

Het hebben van een plan van wat er in de plaats moet komen van de bestaande democratie vind ik cruciaal. Anders komt het neer op de bovenstaande quotes. Als ik kijk naar het functioneren van de huidige democratie dan zie ik een kabinet dat er hard aan werkt de 4 jaar vol te maken. De eerste keer in 20 jaar. Verkiezingsbelofte waar maken. Dan zie ik een adviserend referendum wat werkt. Ook met een opkomst van maar net 30%. Ik zie veel plaatselijke politici die er alles aan doen om naar de burgers te luisteren en ze te betrekken bij de democratie. Ook zie ik plaatselijk kleine splintergroepen elkaar de tent uitvechten waardoor gemeenten onbestuurbaar worden. Mensen die zo hard schreeuwen om vernieuwing, wat ever that may be, zouden zich moeten bedenken hoeveel chaos mensen kunnen verdragen. In Tunesië, Egypte geven mensen hun leven om een democratie te hebben als de onze.

Is er dan helemaal niets waarvan ik denk dat onze democratie zou kunnen verbeteren? Ja en dan denk in de richting van het geven van 2 stemmen aan mensen bij verkiezingen. 1 Om op de partij te stemmen die ze wensen en 2 om een richting aan te geven waarin ze willen dat een coalitie zou moeten worden gevormd. Want een veel gehoorde klacht is dat we kunnen stemmen, maar daarna niets meer te zeggen hebben over welke regering er komt. Ik vind dat een terechte klacht. De tweede stem zou, ook plaatselijk, gebruikt kunnen worden om een netelige kwestie voor te leggen, waarin bestuurders vragen een richting aan te geven waarin de besluitvorming zou kunnen/moeten gaan.

Mijn Appèl komt neer op een oproep om onze democratie zeer standvastig te verdedigen, om luidkeels op te komen voor onze democratie. Voordat je het weet is zij er niet meer en dan weet je pas wat je mist.

Churchill zei: “democratie is een heel slecht systeem, maar het is het beste wat we hebben”.

Tijd voor een nieuw politiek stelsel

Aysso Reudink, Heel

Op 15 maart 2017 mag de Nederlandse kiezer weer naar de stembus voor de Tweede Kamerverkiezingen. We kennen de rituelen vooraf: politici en partijen die zich opzichtig profileren in sleetse verkiezingsdebatten. De kiezers die in 2012 stemden op VVD en PvdA kregen niet waarop ze gehoopt hadden: een rechts of links kabinet. Het werd een huwelijk tussen twee tegenpolen zonder werkbare meerderheid in de Eerste Kamer.

Onze huidige democratie is een schijndemocratie. Een keer per vier jaar mogen we stemmen. Vervolgens wordt de kiezer gedurende die kabinetsperiode van vier jaar niets meer gevraagd.

De afgelopen vijftig jaar zijn kiezers mondiger en hoger opgeleid dan ooit tevoren, maar in het huidige democratische bestel leven we nog in het midden van de 19e eeuw.

Het politieke landschap is volledig gefragmenteerd. Niet alleen zijn er meer splinterpartijen, ook heeft het electoraat zich los gemaakt van de traditionele tegenstellingen tussen Links en Rechts. Robuuste grote partijen met een stevig draagvlak zijn er niet meer. Voor wie het wil zien is die ontwikkeling de voorbode van wat een nieuw politiek stelsel zou kunnen zijn.

Het nieuwe politieke stelsel in vijf punten

Allereerst, politieke partijen maken géén deel meer uit van het nieuwe parlementaire stelsel. De Eerste Kamer wordt afgeschaft. Een Constitutioneel Hof zal worden ingevoerd.

Nationale Volksraad. De Tweede Kamer wordt vervangen door een rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordiging. Per provincie worden tien afgevaardigden gekozen in de Nationale Volksraad, die 120 leden telt.

Provinciale Kieslijst. De tien afgevaardigden per provincie worden gekozen via provinciale verkiezingen. Iedereen kan zich aanmelden voor de provinciale kieslijst, die uit 50 kandidaten bestaat. Aanmelding voor de kieslijst gaat op volgorde van binnenkomst binnen een gestelde termijn. De maatschappelijke achtergrond is medebepalend om de diversiteit van de kieslijst te waarborgen. Kandidaten voeren hun verkiezingscampagne binnen financiële grenzen. De verkiezingen worden via internet gehouden.

Regering. De gekozen Nationale Volksraad stelt de regering samen die bestaat uit gekwalificeerde professionals van buitenaf, zonder een partijverleden. Tussentijds kunnen ministers en staatssecretarissen bij disfunctioneren ontslagen worden. Op gemeentelijk niveau bestaat dit al.

Regeringsplan. De aangestelde regering schrijft een regeringsplan waarbinnen objectief en proportioneel rekening gehouden wordt met de belangen van de samenleving. De Nationale Volksraad keurt het regeringsplan bij meerderheid goed, wijst het af of brengt veranderingen aan. Criteria zijn dus niet meer partijpolitieke stokpaardjes, maar sociaal-economische wensen en noodzakelijkheden gevoed vanuit de samenleving. De regering legt verantwoording af aan de Nationale Volksraad.

Referendum. In het nieuwe politieke stelsel zal voor fundamentele beslissingen het bindend volksreferendum bepalend zijn.

Tenslotte. Nederland is een modern land. Laten we ons vermolmde politieke systeem op de schop nemen en vernieuwen. We krijgen er een dynamische eendrachtige en meer democratische samenleving voor terug.

Leve Nederland!

Gerard Sanberg, Tilburg

De diagnose van vijftig jaar geleden was, dat het stelsel bedroevend functioneerde. In de tussentijd is er (bijna) niets veranderd, behalve dan een gigantische welvaartsgroei, en het stelsel functioneert nog steeds. Conclusie: de diagnose klopte niet. De ‘crisis’ in de parlementaire democratie waarvoor u oplossingen vraagt, is niet principieel en substantieel maar marginaal. Er is geen revolutie nodig, maar reparatie. En standvastigheid en zelfvertrouwen.

Ten eerste is de maatschappelijke orde natuurlijk altijd omstreden. Terugkijkend wil er misschien wel een periode uitspringen waarvan je nu denkt ‘toen was het rustig’, maar dat is gezichtsbedrog. In die periode zelf dachten ze dat niet. Dus de huidige onrust is ‘nothing out of the ordinary’, alleen: het lijkt wél zo. Maar dat is altijd zo.

Er zijn dus geen principiële institutionele beleidsaanpassingen nodig vanwege wat we nu ‘het populisme’ noemen. Kijk naar de presidentiële democratie in Frankrijk: het volk mort. Het districtenstelsel in Engeland: het volk mort. De mix van deelstaten en centraal gezag in Duitsland: het volk mort. De operette in Italië: het volk mort. En dan de evenredige vertegenwoordig in ons eigen land: het volk mort. Dat is de default van het volk: het mort.

Dat vraagt niet om revolutie maar om reparatie, want de inhoud en aanleiding van het gemor moeten we wel serieus nemen: het is meer dan een pr-probleem.

Want het volk mort luidkeels omdat het bloed ruikt, omdat het de onzekerheid en wankelmoedigheid van de heersende macht voelt. Het volk ruikt zijn kans en het voor de heersende machten is zaak de rug recht te houden. De zogenaamde elite dient zich krachtig en unverfroren op te stellen achter zijn eigen schepping: verdedig de bestaande orde. Prijs de unieke mix van parlementaire democratie, verzorgingsstaat en rechtsstaat de hemel in bij elke gelegenheid. Sta voor je zaak! Dat is niet moeilijk en niet schijnheilig want de prestaties van de onze westerse samenlevingen zijn indrukwekkend en onovertroffen, zowel in de lengte (in de tijd dus, historisch gezien) als in de breedte (wereldwijd). Daar moeten we aan vasthouden, daar moeten we op blijven hameren.

Ten derde moeten we het stelsel, die geweldige westerse drieslag, marginaal verbeteren. Marginaal qua substantie maar essentieel voor de externe communicatie, voor de verkoop als het ware. Het gaat erom de afstand tussen Sein en Sollen te verkleinen, dus het verschil tussen wat het systeem pretendeert en wat wij er in de praktijk van hebben gemaakt.

Dat is dus de opdracht aan de ‘elite’: breng ons nationale huis op orde. Zorg voor het fundament (de taal), bekommer je om de muren (cultuur, beschaving), onderhoud het dak (een betrouwbare, onpartijdige, efficiënte overheid). Een overheid die beschermt en zorgt en onderwijst. Die aparte kamers inricht voor opstandige pubers: een voetbalkamer, een vrijetijdskamer, een ‘raproom’. Zorg voor je mensen, dus richt een verzorgingskamer in waar iedereen welkom is. Houd je verre van inhoudelijke oordelen over culturele uitingen en religie. En vooral: zorg dat het dak niet lekt. Ben dus een onkreukbare overheid die daardoor moreel gezag uitstraalt.

Aan dat project zouden we ‘met z’n allen’ moeten werken. Vasthoudend en in het besef dat het nooit af komt, maar met de diepe overtuiging dat het huidige Nederland (1) een prima land is om te wonen en te werken, dat evenwel (2) voor verbetering vatbaar is.

Aan de burgers van Nederland

Paul Scholten

‘Ieder van ons kan zien dat onze samenleving steeds meer scheuren vertoont. Dit werkt door tot in onze landelijke en lokale volksvertegenwoordiging. De daadkracht van ons overheidsbestuur neemt er door af. Bij velen in ons land heerst een gevoel van wrevel over ‘de politiek’. Een deel van de bevolking keert zich er zelfs van af. Er is spanning ontstaan tussen enerzijds een in zichzelf gekeerde ‘Haagse’ wereld, die vastzit aan onze al honderd jaar gelijk gebleven bestuursstructuur en anderzijds de intussen geheel veranderde wereld van de mondige burgers nu. Dat wringt. Herijking van de rol van de kiezer in ons staatsbestel en vergroting van de slagvaardigheid van het overheidsbestuur is nodig om zijn vertrouwen in onze parlementaire democratie te herstellen. Dit euvel wordt nu, zij het nog schuchter, bevestigd in een recente brief van de Staten-Generaal aan de regering, die vraagt om onderzoek naar toekomstbestendigheid van onze parlementaire democratie en

voorstellen tot verbetering daartoe. Ter onderstreping van de ernst van de zaak en de noodzaak om met voortvarendheid te werk te gaan is een krachtig appèl op de landelijke politiek geboden, dat luidt aldus:

‘VERSTERK ONZE DEMOCRATIE, STEUN DIT APPÈL’

Ieder, die dit appèl onderschrijft maakt de landelijke politiek duidelijk, dat de parlementaire democratie door versplintering en afkeer ons niet mag ontglippen.

Wij willen dat u, bestuurders van het ‘ binnenhof ‘ van de politiek, de bevolking op het ‘ buitenhof ‘ tegemoet gaat. Begeeft u zich dus door die oude tussenliggende poort, die ons al weer jaren zo van u gescheiden houdt.

Komt luisteren naar onze wensen! Wij willen slechts drie dingen:

1. Wij willen dat onze parlementaire democratie wordt versterkt. Dat op landelijk niveau het democratisch gehalte van de Eerste Kamer wordt vergroot, zodat ons vertrouwen in de gekozenen kan toenemen. Dat verder de Tweede Kamer slagvaardiger kan opereren. En dat daarom ook de regering daadkrachtiger kan optreden.

2. Wij willen dat ook op lokaal niveau de democratie wordt versterkt. Dat wij zelf onze burgemeester mogen kiezen, opdat hij/zij samen met de wethouders aan raad en bevolking direct democratisch gelegimiteerd leiderschap aan raad en bevolking kan tonen. Herstel de balans tussen de raad en b en w.

3. Wij willen dat onze democratische rechtsstaat door rechters geborgd gaat worden. Dat zij in het onverhoopte geval van bedreiging van binnen uit, onze democratie kunnen beschermen.

Wij vragen daarom een pakket van vijf veranderingen in de Grondwet:

1. Verkort de Grondwet tot haar essentie en versterk haar democratisch gehalte. Recent is getoond, dat een nieuwe ‘Korte Grondwet’ slechts 25 artikelen behoeft te bevatten: de grondrechten/plichten alsmede de hoofdzaak van ons staatsbestel, die gelijktijdig op bepaalde punten vernieuwd is. Kort en bondig, zo zal zij op school geleerd en door iedereen gekend kunnen worden. De beste garantie voor toekomstbestendigheid van de democratie. Met de kortst mogelijke woorden van Nobelprijswinnaar Thomas Mann: democratie is onderwijs.

2. Laat de Tweede Kamer voortaan in twee ronden verkiezen. In de eerste ronde mag elke partij meedoen. Veertien dagen later nogmaals naar de stembus, maar dan met alleen een keus uit de zes grootste partijen uit de eerste ronde. Het landsbelang van een goed functionerend parlement moet uiteindelijk voorgaan op het specifieke belang van de kleine politieke partij. Het is niet anders. Samenwerking met een aanverwante grotere partij is dan in beider belang. Zo wordt tevens een kans op partijvernieuwing gecreëerd.

3. Laat leden van de Eerste Kamer rechtstreeks door de bevolking van de eigen regio kiezen. Zo kunnen we hen beter kennen en makkelijker ter verantwoording roepen. Een ‘second opinion’ na de Tweede Kamer blijft wenselijk. Maar voer wel een terugzendplicht in naar de Tweede Kamer bij een voornemen tot afkeuring van wetsontwerpen.

4. Laat de burgemeester rechtstreeks door de bevolking kiezen. Eindelijk na vijftig jaar discussie ,zoals overal in Europa, nu ook bij ons. Te beginnen bij de 100.000 plus gemeenten. De Tweede Kamer wil de kroonbenoeming al schrappen. Nu doorpakken.

5. Laat onafhankelijke rechters de wetten kunnen toetsen aan de Grondwet. Vooroorlogs-Duitsland leert ons dat een parlementaire democratie kwetsbaar is en zichzelf kan vernietigen. Dat moet ons nooit kunnen overkomen. Het expliciete verbod op toetsing van wetten aan de Grondwet moet worden geschrapt.

Wij willen dat onze parlementaire democratie met dit samenhangend pakket toekomstbestendig wordt.

Zoals gezegd, de eerder genoemde brief van de Staten-Generaal vraagt om hetzelfde. In feite vraagt zij dat dus aan zichzelf. Want zij heeft het zelf in de hand, zij beslist. De tijd dringt. Laten politieke partijen ons daarom de komende maanden weten of ze voor of tegen dit pakket zijn.

Op 15 maart a.s. kunnen wij onze keus maken. Zo staan wij toch niet buiten spel!

Elk jaar verkiezingen!

Wim Schouten, Oegstgeest

Vijftig jaar geleden begonnen de zuilen onder het politieke bestel te wankelen. Daar hoefde je, zoals we nu terugkijkend kunnen constateren, eigenlijk nauwelijks meer aan te schudden. Kiezerstrouw op grond van religieuze of maatschappelijke context maakte plaats voor een gevoel van vrijheid om zelf uit te maken hoe je jezelf politiek positioneerde. Kiezer zijn betekende ineens: keuzes mogen en moeten maken. Vóór die tijd bestond de band tussen kiezer en gekozene uit het behoren tot de zelfde maatschappelijke zuil. Toen die identificatie verviel wilden de kiezers hun eigen politieke verlangens weerspiegeld zien in het gedrag van degenen die ze op grond daarvan gekozen hadden. Dat viel nogal eens tegen, met als gevolg steeds meer wisselingen in kiezersvoorkeuren.

Helaas zweeft de kiezer sindsdien van de ene teleurstelling naar de andere. Geen partij kan in de loop van 4 jaar waarmaken wat vóór de verkiezingen beloofd werd. Die politieke beloften, verpakt in een verkiezingsprogramma, werden trouwens ook steeds minder agenda’s voor de komende periode en steeds meer marketinginstrumenten om zo veel mogelijk stemmen binnen te halen. Regeringspartijen deden daar nog een schepje bovenop door vóór de verkiezingen het zoet in de etalage te leggen en na de verkiezingen het zuur uit te venten.

Dit alles had tot gevolg dat het vertrouwen in politici sterk is afgenomen. Daar profiteren degenen die zich als outsider profileren en er zorgvuldig voor waken met de macht geassocieerd te worden, bijvoorbeeld door regeringsdeelname, het sterkst van. Gevolg is ook een grote politieke versnippering en dreigende instabiliteit. Die instabiliteit wordt alleen nog maar beperkt doordat regeringspartijen elkaar vasthouden uit angst om aan de koude wind van de wisselende kiezersvoorkeuren te worden blootgesteld. Daarom is het hard nodig om het bestel zodanig te hervormen, dat het vertrouwen terug komt en versnippering en instabiliteit worden voorkomen.

Vertrouwen kan terugkomen, wanneer de kiezer niet langer het gevoel heeft dat hij of zij eens in de vier jaar er met mooie beloften wordt ingeluisd om vervolgens 4 jaar in de kou te staan. Stabiliteit kan terugkomen wanneer er niet na elke verkiezing een heel anders samengesteld Kamer is en er niet direct een nieuwe regering hoeft te komen, maar wanneer wisselingen van de macht geleidelijker kunnen gaan. Dan kan ook een einde komen aan het korte termijn denken dat de oplossing van wezenlijke problemen, waarvoor 4 jaar te kort is, fnuikend kan zijn.

Hoe doen we dat?

Ik stel voor om de regels zodanig te veranderen dat we voortaan niet meer eens in de 4 jaar 150 kamerleden kiezen, maar elk jaar verkiezingen houden voor 30 zetels. Een zetel komt dan steeds na 5 jaar vrij. Gaan partijen een heel andere weg dan ze de kiezers beloofd hadden, dan zien ze al direct het jaar daarop 1/5 deel van hun zetels in het electorale gedrang komen. Vóór de verkiezingen mooi weer spelen en daarna de zondvloed over het kiezersvolk loslaten, echt of in de perceptie van de kiezer, is er dan niet meer bij. Tenzij er erg grote verschuivingen optreden binnen de jaarlijks te herverdelen 30 zetels, kan een regering die haar steun ziet afbrokkelen bij de kiezers, na één keer ook nog gewoon doorregeren. Wordt het beleid niet bijgesteld of beter uitgelegd, dan komt er het jaar daarop een nieuwe klap, tot het verlies fataal wordt. Dat zal men willen voorkomen. Zo heeft de kiezer het gevoel, jaarlijks achter de knoppen te zitten. Gevolg: vertrouwen en stabiliteit. Een ander gevolg is dat de versnippering wordt tegengegaan. Wanneer er steeds verkiezingen zijn voor 30 zetels, dan maken heel kleine partijen minder kans dan wanneer er 150 in één keer te verdelen zijn.

Ten slotte is er nog het voordeel, dat referenda overbodig worden. Referenda gaan zelden over het onderwerp waarover ze zijn uitgeschreven. Ze zijn vooral van betekenis als tussentijdse graadmeter voor het vertrouwen in de politieke machthebbers. Dat kan veel beter via de voorgestelde jaarlijkse verkiezing van 30 kamerleden.

Elk jaar 30 kamerzetels verkiesbaar stellen heeft veel positieve gevolgen. De kiezer weet dat hij elk jaar kan laten weten hoe hij oordeelt over het werk van politici. Politici weten dat ze geen dingen moeten beloven die ze niet waar kunnen of willen maken. Verschuivingen in de machtsverhoudingen gaan langzaam, met tussentijdse correctiemogelijkheden wat de stabiliteit bevordert. Ook de kamerleden op de achterbankjes staan eens in de 5 jaar vooraan bij de strijd om de kiezersgunst, wat de band met de kiezers versterkt. Referenda worden overbodig als tussentijdse electorale uitlaatklep. Kortom, vertrouwen, stabiliteit en langetermijndenken keren terug in de politiek. Waar wachten we nog op?

Hoe kunnen we onze democratie versterken?

J. Veldman, Delft

Mijn appèl is gebaseerd op een fundamenteel gebrek aan kennis van en inzicht in onze democratie en aan de spelregels die daarbij moeten worden gehanteerd. Onze bestuurders en volksvertegenwoordigers besteden systematisch te weinig aandacht aan de noodzakelijke feitenkennis die ten grondslag moet liggen aan de besluitvorming in onze democratie en het uitleggen van te nemen of genomen besluiten.

Dit gebrek aan kennis en inzicht geldt niet alleen voor de geboren en getogen Nederlander maar zeker ook voor diegenen die vanuit allerlei windstreken in Nederland zijn komen wonen en de Nederlandse nationaliteit hebben gekregen, dan wel zullen/kunnen krijgen.

Het gevolg is een vrij spel voor de “roeptoeters” die de ene na de andere stellige opmerking onweersproken kunnen poneren die met graagte wordt aanvaard door hen die niet gehinderd worden door enige kennis van zaken. Zelfs opvattingen die in strijd zijn met de grondwet en een rechtstreekse aanval op de rechtstaat impliceren worden zonder enig voorbehoud breed uitgemeten. Dit heeft niet alleen betrekking op de binnenlandse politiek maar ook op de relatie met de EU.

Het volgende actieplan zou kunnen bijdragen aan de versterking van onze democratie:

1. Neem op alle middelbare scholen het vak “democratie” op, tenminste een uur per week en neem dit ook op in het examenpakket. Net als het vak Nederlandse taal moet hierbij een voldoende worden gehaald bij het eindexamen.

2. Zorg voor een helder - voor alle scholen uniform – lespakket voor dit vak en besteed in de lessen systematisch aandacht aan actuele politieke onderwerpen die onze democratie raken.

3. Zorg voor een adequate scholing van de leerkrachten die dit vak gaan onderwijzen. Voor het vak “democratie” dient in de opleiding van leerkrachten een voldoende te worden gehaald bij het eindexamen.

4. Zorg dat bij de invoering van dit actieplan alle leerkrachten die dit vak zullen onderwijzen een speciaal onderwijsprogramma ondergaan.

5. Zorg voor een optimale communicatie (feiten, omstandigheden, overwegingen, etc.) over de besluitvorming door de bestuurders en gebruik deze bij het onderwijs..

6. Zorg dat de actuele onderwerpen in relatie tot de EU besproken worden.

7. Neem dit “vak” ook op in het inburgeringsprogramma van hen die zich hier hebben gevestigd en Nederlander wensen te worden.

8. Schaf met onmiddellijke ingang referenda af aangezien deze haaks staan op de wijze waarop onze parlementaire democratie is ingericht: we kiezen met z’n allen deskundige bestuurders en volksvertegenwoordigers die geacht worden ons land goed te besturen en daarin passen geen referenda die bijna per definitie ongenuanceerd zijn in hun vraagstelling en waarvoor meestal een grote basiskennis is vereist die menigeen ontbeert. Bovendien is gebleken dat bij de propaganda vele misleidende stellingen, zo niet ronduit leugens zijn geponeerd (zie het Oekraïne referendum en het referendum over Brexit). Dat is de dood in de pot van de democratie.

N.B. Cruciaal in dit proces is de inschakeling van professionele communicatiedeskundigen die het onderwerp democratie in al haar facetten via de ter beschikking staande (sociale) media met een vaste regelmaat belichten. Zij kunnen tevens dienen als tegenwicht tegen de “valse profeten” die de democratie trachten te ondermijnen.