Hogerop? Vergeet het maar!

Inkomensverdeling

Door de ongelijkheid zijn de VS niet meer het land van de onbegrensde mogelijkheden.

Proteststemmen spelen een grote rol in de huidige Amerikaanse presidentsverkiezingen. De voedingsbodem daarvoor verdwijnt niet: dat is de nog altijd groeiende inkomensongelijkheid in Amerika, die zich niet beperkt tot de beruchte ‘one percent’aan de top.

De Europese denktank Bruegel publiceerde onlangs een onderzoek waarin de Europese ongelijkheid centraal staat. Ook voor de VS levert dat nieuwe inzichten op. De zogenoemde Gini-coëfficient, die ongelijkheid meet, was voor de gehele EU en de VS begin jaren negentig nog hetzelfde, op 36. Terwijl de Gini-coefficient in de EU sindsdien daalde naar onder de 34 (Nederland heeft overigens slechts 27), liep de Amerikaanse op naar 37.

Méér ongelijkheid blijkt gelijk op te gaan met minder sociale mobiliteit. In tegenstelling tot het Amerikaanse imago van onbegrensde mogelijkheden, blijkt de sociale mobiliteit van de VS minder dan die van de EU-landen. Breugel mat de mate waarin het inkomen van de leden van een generatie afwijkt van dat van hun kinderen. Ontsnappen aan je afkomst blijkt in de VS het moeilijkst. Een andere meetmethode geeft de VS hier overigens een Gini-coefficient van 34.

Ongelijkheid komt ook terug in de verhoudingen tussen opleiding en inkomen. Het gat tussen de salarissen van beter en minder opgeleiden is sinds eind jaren zeventig flink gegroeid. Dubbeltjes worden vaak geen kwartjes meer, en de kwartjes verdienen steeds beter.