Opinie

Wij die het beter weten voeden het populisme

Middelaar, Luuk 01

De spanning houdt aan: Clinton of Trump? Zelfs president Obama is niet gerust op een Hillary-zege – zijn harde aanpak van de FBI-directeur die een nieuwe email-storm ontketende verraadt zenuwen. Het Amerikaanse establishment vreest een volksopstand per stembus. Het „Brexit-syndroom”, heet het ook daar. Niet alleen vanwege een uitslag die de polls logenstraft, maar ook vanwege de zorg dat een onwetende onderklasse de slag wint. Daar zit de pijn. Kunnen onwetendheid en vooroordelen aan de macht komen? Winnen na Murdochs muitende tabloids nu Trumps ophitsende tweets?

Deze diffuse zorg vindt houvast in een modewoord: fact-free politics. De intrede in een tijdperk waarin iedereen wat roept. Meningen in plaats van feiten. Emotie in plaats van analyse. Vrij baan aan onzin en geklets – en wie er wat van zegt is onderdeel van een mainstream media-complot. Natuurlijk is het zeer zorgelijk dat de ruimte voor publiek debat zo slinkt. Maar ook zorgelijk is de zelfgenoegzaamheid dat ‘wij’ – het verlichte deel der naties dat NRC Handelsblad of de New York Times ter hand neemt – het allemaal zo goed weten. De minachtig die eruit spreekt roept nog meer woede op en verscherpt tegenstellingen.

Politiek gaat niet alleen om waarheid maar ook om oordelen. Diploma’s helpen niet bij de vraag hoeveel schoensmeer Zwarte Piet opgesmeerd moet krijgen, welk levenseinde waardig is en of Rutte zijn krabbel onder het Oekraïneakkoord moet zetten. Politici zijn geen makelaars in feiten; zij zijn vertolkers van een wereldbeeld en waarden. Hun vakmanschap zit in overtuigingskracht; kennis is daarbij belangrijk maar niet het enige gereedschap in de kist. Trump tegen Clinton is niet domheid versus deskundigheid maar een botsing van twee visies op Amerika’s toekomst. Dat hoger opgeleiden zich gemiddeld beter thuis voelen bij Clinton ligt niet aan hun superieure inzicht (zoals ze zelf graag denken) maar aan hun belangen en waarden – zoals een voorkeur voor individuele vrijheid en internationale handelingsruimte boven orde en bescherming.

Op deze blinde vlek van de elite legt David Runciman de vinger in een stevig essay in The Guardian (5 okt.; vertaald in De Groene Amsterdammer, 20 okt.) De Britse denker ontwaart een dubbele vervreemding: „De lager opgeleiden zijn bang dat zij worden geregeerd door intellectuele snobs die niets weten van hun levens of ervaringen. De goed opgeleiden zijn bang dat hun lot wordt bepaald door onwetenden die geen idee hebben hoe de wereld werkelijk in elkaar steekt.” Deze kloof loopt niet gelijk met de oude tegenstelling arm tegen rijk, en ontwricht zo het partijlandschap op zowel links als rechts. Vandaar dat in de VS veel grootstedelijke Republikeinen vluchten voor Trump richting Clinton. En vandaar dat het Nederlands links niet lukt om de schoolverlaters van Roemer en de doctorandussen van Klaver & Pechtold onder één links dak te krijgen. (De PvdA zoekt manmoedig naar een manier om beide groepen te bedienen.)

Runciman vreest dat de opleidingskloof de democratie nog meer splijt dan de tegenstelling arm-rijk. „Terwijl rijken niet meer wegkomen met het idee dat hun rijkdom een bewijs is van deugdzaamheid, kunnen hoogopgeleiden als ze voor zichzelf opkomen wel net doen of het om iets anders (en beters) gaat: deskundigheid.” Maar voor diegenen aan de onderkant van de samenleving stinkt ook dat naar hypocrisie en eigenbelang. De politici die de oplopende spanningen tussen botsende wereldbeelden in het gareel willen houden – een zware maar vitale opgave – moeten niet klagen over fact-free politics. Zij moeten kiezers overtuigen en doen wat politiek ook kan: bindende feiten scheppen.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof, en hoogleraar Europees recht en Europese studies (Leiden, Louvain-la-Neuve).