Commentaar

Voorzichtig met grote stappen bij internationale adoptie

©

De golf van internationale adoptie die eind jaren zestig op gang kwam, weerspiegelde het destijds heersende optimisme onder de Nederlanders dat zij een positieve bijdrage konden leveren aan de problemen elders in de wereld. Aan schrijver Jan de Hartog, die zelf twee Koreaanse kinderen adopteerde, wordt toegeschreven dat hij aan het begin stond door bij Mies Bouwman in 1967 de kijkers aan te sporen zijn voorbeeld te volgen. „Al red je er maar één.” Er kwamen in de volgende decennia 40.000 buitenlandse kinderen voor adoptie naar Nederland.

Maar deze week stelt de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) in een gevraagd advies aan de regering onomwonden dat er een eind moet komen aan die praktijk. Te beginnen met het adopteren van kinderen door Nederlandse ouders uit China, de VS en Europese landen. Kernpunt van de redenering is dat internationale adoptie uiteindelijk niet in het belang is van de kinderen om wie het gaat.

De Raad is zich ervan bewust dat het hier gaat om gevoelige materie. Zoals steeds blijkt uit het verzet tegen dreigende uitzetting van hier opgegroeide asielkinderen bij het bereiken van de 18-jarige leeftijd, omdat zij niet aan vereisten voldoen (‘Regels zijn regels’), bestaat dat gevoel van diepe solidariteit nog steeds in de samenleving.

Alleen, inmiddels is ook duidelijk geworden dat er schaduwzijden zijn aan het idealisme. Voor de kinderen om wie het gaat, die soms problemen kregen en krijgen met hechting in een vreemde cultuur. Voor moeders in de landen van herkomst, die onder bittere omstandigheden afstand moesten doen van hun kind.

Ondertussen is overtuigend aangetoond dat adoptie, legaal maar ook illegaal, een door westerse vraag gedreven markt is geworden. De Foundation Max van der Stoel vroeg twee jaar geleden aandacht voor zogeheten babyfabrieken in Afrika: criminele organisaties die zich toeleggen op illegale adoptie.

De RSJ stelt dat internationale adoptie positief is voor het individuele kind, maar „op macroniveau” contraproductief is: adoptie zou in veel landen een rem zijn op het opbouwen van goede eigen systemen voor opvang en kinderbescherming.

Het is wijs dat staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Jeugdbescherming, VVD) nu ruim de tijd neemt om het advies te bestuderen. Vanuit de Tweede Kamer zijn de eerste behoedzame geluiden hoorbaar. Niemand wil uiteindelijk dat kinderen in verre landen de dupe worden. Maar dat betekent tegelijkertijd dat flexibiliteit in individuele gevallen mogelijk moet zijn. Wordt vervolgd.