Cultuur

Interview

Interview

Foto Max Hirshfeld/Redux/HH

‘Trump vermenselijken is onbegonnen werk’

Interview Thomas Mallon

De conservatieve denker en schrijver van romans over Amerikaanse presidenten wordt ‘onpasselijk’ als hij over de ‘wrede’ Donald Trump zou moeten schrijven.

Stel: je bent als schrijver innig verbonden met de Republikeinse partij. In essays, kritieken en politieke romans heb je verslag gedaan van die levenslange band. En dan komt in die partij ineens een presidentskandidaat boven drijven van wie je walgt. Wat doet dat met je?

„Ik ben al een jaar van slag”, zegt Thomas Mallon in de aula van de universiteit in Washington DC waaraan hij tot voor kort was verbonden. „Ik voel me verweesd, ben depressief. Ik ga ook niet stemmen.” Hij is even stil, als om de punchline van zijn woorden extra gewicht te geven. „Voor het eerst van mijn leven ga ik niet stemmen.”

Mallon (uilenbril, blauwe blazer, spijkerbroek, aktetas) heeft naar eigen zeggen „een conservatief temperament”. Van Richard Nixon tot en met George W. Bush was de Republikeinse partij niet alleen zijn thuisbasis, maar ook een belangrijke bron voor zijn creatieve energie. En toen was daar ineens Donald J. Trump – funest voor zijn verbeeldingskracht: „Hij is een flat character, heeft geen enkele diepgang. Ik zou een essay over hem schrijven voor (het weekblad) The New Yorker: Trump als fictie. Lukte niet; van Trump is geen fictie te maken. In plaats daarvan heb ik een stuk ingeleverd over de campagne van 2016 – tips voor collega’s met de ambitie er een roman over te schrijven. Zou ik zelf niet kunnen. De gedachte alleen al om dit jaar over te doen in fictie maakt mij onpasselijk.”

In het sprankelende en vileine essay, 2016: The Novel, schrijft hij over de Republikeinse presidentskandidaat: ‘Trump heeft niet eens het tweedimensionale karakter van een psychopaat; de reikwijdte van zijn emoties is even armoedig als zijn vocabulaire.’ Hem tot hoofdpersoon maken van een roman zou ‘net zo onverantwoordelijk zijn als zijn kleine vingers op de atoomknop.’

Gevraagd naar de essentie van zijn weerzin zegt Mallon: „Waar te beginnen? Trump is wreed, straalt geen warmte uit. Hij koketteert met zijn gebrek aan kennis. Is alleen in zichzelf geïnteresseerd, niet in staat zich ergens op te concentreren. Alle onderwerpen herleidt hij tot de retorische vraag hoe hij het doet in de peilingen. Hij heeft een flodderig brein.”

George W. Bush

Mallon (1951) is net met emeritaat, als hoogleraar Engelse taal en literatuur aan George Washington University. Hij is de auteur van intelligent geschreven en goed ontvangen romans over de voormalige presidenten Richard Nixon (Watergate) en Ronald Reagan (Finale). Momenteel werkt hij aan het derde en laatste deel van ‘zijn Republikeinse trilogie’; een roman over George W. Bush.

Mallon groeide op in een doorsnee Amerikaans gezin. Zijn vader doorliep na de Tweede Wereldoorlog hetzelfde traject als Reagan: van progressieve Democraat naar behoudende Republikein. Zoon Thomas voelde zich van jongs af aan thuis in de GOP (Grand Old Party, red.). In 1960 – John Kennedy tegen Richard Nixon – paradeerde hij als scholier al op het schoolplein met een button van Nixon en diens vice-presidentskandidaat Henry Cabot Lodge. Veertig jaar later werkte hij even in de regering van George W. Bush: „Geen functie dicht bij het vuur maar in de marge, als lid van de National Council on the Humanities. Daar leerde ik Laura Bush kennen. Een verstandige vrouw, innemend, en een verwoed lezer.”

Een maand nadat hij zich kandidaat stelde kon ik zijn kop op de buis al niet meer verdragen.

Na acht jaar Obama verheugde Mallon zich aanvankelijk op de verkiezingen en een mogelijke Republikeinse machtsovername. Hij rekende zich rijk met Jeb Bush en zag kansen voor een outsider als Scott Walker, de gouverneur van Wisconsin die zijn reputatie vestigde als vakbondsbreker.

Trump gooide roet in het eten. „Hij heeft de Republikeinse partij gebroken. Hoe dat kan? De Republikeinen hebben bij voorverkiezingen in veel deelstaten een open procedure. Je hoeft geen partijlid te zijn om toch te mogen stemmen. Wie zich tot hem aangetrokken voelde greep zijn kans. En dan is er de invloed van televisie. Niet alleen (het conservatieve) Fox, ook vooruitstrevende zenders hebben ziekmakende aandacht aan Trump besteed, hem groot gemaakt. Een maand nadat hij zich kandidaat stelde (juni 2015) kon ik zijn kop op de buis al niet meer verdragen.”

Dat geldt wat Mallon betreft ook voor zijn tegenstander. „Trump staat nergens voor. Hillary Clinton wél, maar nooit lang. Als het opportuun is van standpunt te veranderen laat ze het vorige genadeloos vallen.”

In het essay in The New Yorker maakt hij van haar een calculerende kenau, verteerd door ‘veelzeggende zorgen’ over haar e-mails – haar zwaard van Damocles – en wanhopig op zoek naar een kwestie waar ze echt in gelooft. „Vrienden hebben een beroep op mij gedaan om op Clinton te stemmen om Trump uit het Witte Huis te houden, maar ik kan het niet opbrengen. Het zenuwslopende gedoe met haar e-mails, de zweem van corruptie rondom de Foundation, die eeuwige geheimzinnigdoenerij – het is een al te bekend verhaal.”

Foto Max Hirshfeld/Redux/HH

Thomas Mallon: ‘Voor het eerst van mijn leven ga ik niet stemmen’. Foto Max Hirshfeld/Redux/HH

Teloorgang

Over de teloorgang van de Republikeinse partij is hij nuchter. „Ik heb geen vrees voor een machtsvacuüm. Dat zal bovendien snel worden gevuld, wellicht herrijst er een nieuwe partij uit de as van de Republikeinen.’ Hij heeft genoeg van politiek. Zijn roman over George W. Bush is, zegt hij met klem, „de afsluiting van mijn loopbaan als schrijver van politieke fictie.” Enthousiast: „Heb je de nieuwe schilderijen van Bush gezien? Portretten van oorlogsveteranen. Helemaal niet slecht. De epiloog van mijn boek staat al vast: een schilderende president die op late leeftijd zijn creativiteit ontdekt.” Lachend: „Een goede politieke roman kan niet zonder voorwoord en epiloog.”

Nixon was een goudmijn voor zijn verbeeldingskracht, vanwege „diens wedloop tussen zelfhaat en minachting voor anderen.” Hij voelde zich aangetrokken tot randfiguren in zijn regering. De vonk voor het schrijven van Watergate sprong over nadat hij een documentaire had gezien over Nixon-intimus en voormalig minister van Justitie John Mitchell. „Daarin barst oud-medewerker Fred LaRue in snikken uit. Ik dacht: LaRue, LaRue, exotische naam, vreemde vogel. Zo is het begonnen.” In de roman over Bush spelen drie vrouwen een belangrijke rol: ‘oermoeder’ Barbara Bush, adviseur voor Veiligheidszaken en minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice en Ann Richards, de voormalige gouverneur van Texas.

„Barbara vervult de rol van eeuwige First Lady, Ann Richards van geduchte politieke tegenstander. Zij was scherp, geestig en heeft de nederlaag tegen Bush, die ze beschouwde als lichtgewicht, nooit verwerkt. Met Condi Rice deelde Bush het verlangen naar een gedisciplineerd leven. Zij leidde dat al lang; hij pas op latere leeftijd. Maar toen hij discipline eenmaal had ontdekt liet hij niet meer los.”

En dan, vol overtuiging: „Bush voldoet niet aan het clichébeeld van good old cowboy dat journalisten van hem maakten. Hij lijkt op zijn voorganger, Bill Clinton. Beiden waren goed in compartimentalisatie, in het aanzetten en afsluiten van verschillende facetten van hun persoonlijkheid. Maar er is een groot verschil: bij Clinton was dit berekening, terwijl bij Bush de deuren naar de verschillende onderdelen van zijn brein zich openden en sloten zonder dat hij er controle over had. Clinton is voorspelbaar in de wisselingen van zijn gemoed. Bij Bush vormen ze geen samenhangend geheel.”

Geringe daadkracht

De roman over Bush speelt zich af tijdens zijn tweede termijn. „Bush had nooit een goede pers. Na zijn lauwe reactie op de gevolgen van orkaan Katrina voor New Orleans roken journalisten bloed. Het contrast met Obama is groot; die kan juist geen kwaad doen. Maar een tandeloze pers heeft ook nadelen; Obama is er niet beter van geworden. Zijn geringe daadkracht in Syrië is een schande. Toch wordt hij er nauwelijks op aangesproken.” Hij zwijgt. Dan, stellig: „Obama is buitengewoon intelligent. Een onafhankelijk denker. Quite tough, als hij zich ergens voor interesseert. En dead wrong in veel kwesties in de buitenlandse politiek.”

Het essay in The New Yorker sluit hij af met de veelzeggende woorden: ‘Als schrijver en burger vervult de toekomst mij met afgrijzen.’ In een e-mail schrijft hij over een van de weinige positieve gebeurtenissen van het afgelopen jaar: het intieme optreden van de Bushes en de Obamas tijdens de opening in september j.l. van het Nationale Museum voor Afrikaans-Amerikaanse geschiedenis en cultuur in Washington. En over de treffende foto tijdens de ceremonie: Michelle Obama omhelst George W., die zich koestert in haar aandacht. Mallon: „Die foto is zo verfrissend omdat hij niets, maar dan ook niets van doen heeft met Trump. Ik vermoed dat mevrouw Obama president Bush in haar armen sluit omdat hij de wetgeving steunde die de bouw van het museum mogelijk maakte – en omdat hij een fatsoenlijke man is die zijn baan serieus nam. Het gebaar van mevrouw Obama was oprecht en elegant – twee woorden die nooit van toepassing zullen zijn op Donald Trump.”