Opinie

Trump kan winnen, ook als Clinton aan kop gaat in polls

Opinie Trump en Clinton gaan nek aan nek, klinkt het, maar peilingen betekenen weinig, betogen en .

Foto Carlo Allegri / Reuters

Nog enkele dagen, dan weten we wie de komende jaren als Amerikaans president mag functioneren. Velen denken echter nu al een goede gok te kunnen wagen. Zij baseren zich op peilingen. Maar die worden nogal eens ongelukkig gebruikt en onjuist begrepen. Zelfs de beste op een steekproef gebaseerde peiling is niet meer dan een schatting van een bepaalde electorale stand. Cruciale technisch-ambachtelijke aspecten van een goede, informatieve peiling worden vaker genegeerd of misverstaan dan begrepen en in de massamedia correct gepresenteerd.

Trouwens: het vertalen van gepeilde individuele voorkeuren naar een verkiezingsuitslag is verre van eenvoudig. In een exercitie gaf The New York Times ruwe gegevens van peilingen aan vier gerespecteerde peilers om een schatting van de uitslag te maken. Dat resulteerde in vier verschillende ‘uitslagen’, stuk voor stuk verdedigbaar en verantwoord. Maar ja, de vertaalslag van individuele intenties naar een verkiezingsuitslag noodzaakt vele keuzes. Zeker in de Amerikaanse context, waarin de vraag welke gepeilde burgers daadwerkelijk stemmen uiterst gecompliceerd is.

Het gaat regelmatig al mis op een simpeler niveau. Dan worden resultaten gepresenteerd voor Amerika als geheel: Clinton op 52 procent, Trump op 48. Dat zegt weinig, want gaat ten onrechte uit van het idee dat het bij de presidentsverkiezingen gaat om één enkele verkiezing, met álle Amerikaanse kiesgerechtigden als ‘het’ electoraat. Zo werkt het niet. Staat voor staat wordt een verkiezing gehouden, die zich vertaalt in een aantal kiesmannen, per staat verschillend, die vervolgens op een van de presidentskandidaten stemmen. Hoeveel stemmen van kiezers per staat behaald zijn, doet er beperkt toe: het gaat uiteindelijk niet om het aantal kiezers, maar om het aantal kiesmannen.

Vraag Al Gore maar eens hoe dat kan uitpakken. In 2000 kreeg hij meer stemmen van kiezers dan Bush, die echter de meerderheid van de kiesmannen vergaarde. En tot president verkozen werd. Nationale peilingen hebben betrekking op kiezers en daarmee op de popular vote, niet op kiesmannen, en dat tast hun voorspellende waarde wezenlijk aan. De meest waardevolle peilingen hebben dan ook betrekking op enkele afzonderlijke Amerikaanse staten, bevolkingsrijk, waar veel kiesmannen te behalen zijn en waar de electorale strijd, anders dan in de meeste staten, niet reeds beslist is. Websites as FiveThirtyEight en The Upshot gebruiken dan ook voornamelijk peilingen per staat om de uitslag te voorspellen. De statistische modellen die ze gebruiken, kunnen er altijd nog naast zitten, maar geven waarschijnlijk een beter beeld van de kansen op het presidentschap dan een landelijke peiling.

Een tweede misverstand rondom de strijd tussen Clinton en Trump betreft het effect van peilingen. Al bijna een eeuw heerst het idee dat peilingen een substantieel eigenstandig effect hebben op kiezersvoorkeuren. Ze willen bij de winnaar horen: het bandwagoneffect. Er is echter nauwelijks basis voor het vermoeden dat vele Democraten zich tot Trump zullen bekeren, of Republikeinen tot Clinton. Wie zich eenmaal identificeert met een der beide partijen, zal in de regel op de kandidaat van die partij stemmen; liever een belabberde eigen kandidaat dan een betere kandidaat van een belabberde partij. Bovendien zijn de bewijzen voor het bandwagoneffect zeer schaars: kiezers lopen niet massaal achter peilingsuitslagen aan, al kunnen peilingen kleur geven aan (media)berichtgeving over de verkiezingscampagne.

Veel meer dan om de gunst van de kiezer is de verkiezingsstrijd een oefening in het mobiliseren van de eigen achterban. Wie ervoor zorgt dat die aanhang in relatief ruime mate de stem uitbrengt, maakt grote kans op de zege. In dit verband is een bescheiden effect van peilingen denkbaar, zelfs bij een incorrecte presentatie. Succes is een goede motivator, en de indruk dat de eigen kandidaat een kans maakt kan voor enkele kiezers net voldoende zijn om een bijdrage te willen leveren. Bij correct begrip en goed gebruik zijn peilingen interessante bronnen van informatie, een manier om tegemoet te komen aan ongeduld. Zolang dat nog nodig is: een paar nachtjes slapen en de enige peiling die ertoe doet en die verkiezing heet, maakt aan alle onzekerheid en speculatie een einde.