Toen zzp’en al heel gewoon was

Reportage Anders nog iets?

Vergeet de winkelketens. Overal in Rotterdam zitten kleine, supergespecialiseerde winkeliers. Je moet net weten waar.

Foto Bob van der Vlist

Het begon allemaal met zangvogels. In de Hofbogen zit, voor de oplettende passant weliswaar, Curio Bucido, gerund door René van Buuren. Hij ontdekte per toeval dat hij zijn liefde voor de Zuid-Amerikaanse zangvogelcultuur deelde met een collega, Frank Kroon. In landen als Suriname worden ruzies uitgevochten door vogeltjes tegen elkaar te laten zingen, en een goede zangvogel is daarom een even goed statussymbool als een BMW.

Annemarie Mosterd was al een paar keer langs Curio Bucido gelopen zonder weet te hebben van deze wereld achter de winkelpui. Tot een vriend haar tipte dat ze er eens binnen moest lopen. Zo geschiedde. „Ik stond meteen een uur te buurten met René, die honderduit vertelde over zijn allergrootste hobby, waar hij zijn kostwinning van had gemaakt.”

Passie, ambacht, authenticiteit. Drie extreem uitgeholde begrippen, maar niet voor iedereen. Er zijn winkeliers die ze léven. Dat zijn de ondernemers die Annemarie Mosterd al vijf jaar in de etalage zet op haar blog Andersnogiets. „Met de bedoeling Rotterdammers een excuus te geven er eens binnen te stappen”, legt ze uit. „Deze winkels zijn de lijm van een wijk. Als je daar naar binnen gaat, kom je niet alleen voor wat je nodig hebt, maar ook om even te bij te buurten, te weten wat er speelt.” Het Cheers-gevoel – de winkel waar iedereen je naam kent. Nieuwste toevoeging aan Andersnogiets is Magazijn Blijdorp, dat al vanaf 1939 op de hoek van de Nobelstraat en de Stadhoudersweg zit en inmiddels gerund wordt door de derde generatie Boot. In de winkel vol huis-, tuin- en keukengereedschap staat eigenaar Richard niet alleen: zijn ouders staan hem bij, net als Raymond, de derde medewerker ‘van buiten de familie’ in 77 jaar.

Boot noemt zich geen winkelier, maar een ondernemer. Het verschil? „Een winkelier opent z’n zaak om negen uur en loopt om zes uur de deur uit. Wij zijn altijd bezig”, tekent Andersnogiets op uit zijn mond. Dat betekent dat Boot ook online een stevige winkel bestiert, hij flink investeerde in de beste slijpmachines voor schaatsen en koksmessen en de grootste leverancier is van een bepaald merk modelbouwgereedschap. „Ze staan niet stil”, constateert Mosterd. „Het zijn moderne ondernemers in een ouderwets jasje. Dat is de reden voor hun succes, al meer dan zeventig jaar.”

Uitstervend ambacht

Niet iedere geportretteerde heeft zo’n brandende ondernemersdrang. Meubelstoffeerder Jansen (slogan: ‘Er is maar één Jansen’) in Hillegersberg weet heel goed waarin hij zich onderscheidt: hij beheerst een uitstervend ambacht. En Hans Tweedehands, achter het Centraal Station, hoeft tegenwoordig geen elpees meer in te kopen, weet Mosterd. „Mensen komen die naar hem toe brengen. Als je zijn winkel ziet, met al die stapels elpees tot aan het plafond, denk je dat het een aflopende zaak is. Maar dat is niet waar. Daarbij weet hij precies welke plaat waar ligt. Ongelooflijk.”

Dat het winkellandschap aan het veranderen is, valt niet te ontkennen. Ook in de Rotterdamse winkelstraten voltrekt zich een metamorfose. Op de Coolsingel zijn veel puien gevuld met pop-ups.

De Lijnbaan kampt met leegstand. Het V&D-pand is grotendeels leeg, en de winkels die er nog in huizen, kwijnen weg. Eerder verdwenen al winkels van Mexx en Dolcis, om maar een paar beruchte faillissementen van de afgelopen twee jaar te noemen.

Fred Burggraaf van het Rotterdams OndernemersBelang (ROB) heeft wel ideeën over de oorzaak daarvan. „Naast schaalvergroting en de opkomst van internet heeft Rotterdam historisch gezien veel meer winkeloppervlak dan andere steden. Na het bombardement openden tijdens de wederopbouw winkels buiten de binnenstad. Toen die werd opgeleverd, hadden we ineens veel meer winkels. De vraag is of we tegenwoordig al die winkellinten in stand moeten houden.” Al tien, vijftien jaar wordt gesproken over inkrimping van de hoeveelheid winkels, weet Burggraaf, maar besloten wordt er niet. „Dat is ook een lastige boodschap natuurlijk.”

Daarbij weet Rotterdam niet eens hoeveel winkels van welk type het exact binnen de ring heeft. In Delfshaven telt het ROB met hulp van studenten voor het eerst wat de wijk in huis heeft. „Pas na die inventarisatie kunnen we onderbuikgevoelens bevestigen of ontkrachten, waar het gaat om de precieze leegstand of welke winkeltypes in ontwikkeling zijn”, zegt Burggraaf. „Voor de toekomst zet het ROB ook in op mengvormen, bijvoorbeeld een kunstzaak die ook koffie schenkt, of meerdere winkeliers achter één winkeldeur. Dit om kosten te drukken en de straat levendig te houden.”

De onderliggende oorzaak van dat bewegende winkellandschap is de klant, die onherroepelijk veranderd is. Retaildeskundige Cor Molenaar voorspelde dat zes jaar geleden al, en herhaalt die boodschap in zijn meest recente boek Kijken, kijken… en anders kopen, waarin hij het profiel van de moderne consument uittekent. Die is gewend altijd en overal online te kunnen kopen, niet alleen binnen gezette (winkel)tijden. Die wil altijd en overal contact met de verkoper van het door hem gewenste product, en altijd en overal die laagste internetprijs. En als hij zich van de bank losrukt om een winkel binnen te stappen, wil hij iets wat hij online niet vinden kan: een ervaring.

Precies dat bieden de ondernemers van Andersnogiets, met als grootste gemene delers tijd en kennis. „Want er zijn nog maar weinig plekken waar mensen echt de tijd voor je hebben”, zegt Mosterd. „Daarbij zijn deze ondernemers echte persoonlijkheden. Als consument stap je hun domein binnen, waar zij alles weten van ieder product.”

De portretjes bij dit verhaal zijn afkomstig van het blog Andersnogiets010.nl