Tijd voor een positief Duits monument

Duitsland Berlijn is vol monumenten. Maar die herinneren vooral aan het duistere Duitse verleden. Er moet dus een monument over Duitse hereniging komen. Maar er is ook weerstand.

In de Neue Wache aan Unter den Linden staat een vergrote kopie van Moeder met haar dode zoon van Käthe Kollwitz. De Neue Wache is het centrale monument voor alle oorlogsslachtoffers. iStock

Geluk, speelsheid en trots zijn geen begrippen die je meteen met de Duitse geschiedenis in verband brengt. De Duitsers zélf doen dat al helemaal niet. Daarvoor waren de verschrikkingen die het land in de twintigste eeuw aanrichtte te groot en te gruwelijk.

0311HGVjuurd_homo_2k

Heel Berlijn staat vol met gedenktekens voor dat duistere verleden. Het Holocaustmonument, het monument voor homo’s die door de nazi’s werden vervolgd, het monument voor de vermoorde Sinti en Roma, het gedenkteken voor de boekverbranding in 1933, de Neue Wache, voor de slachtoffers van oorlog en tirannie in het algemeen, en het gedenkteken voor de slachtoffers van de Berlijnse Muur. En dit is nog maar een greep.

Bij zoveel vertoon van historisch bewustzijn zou je makkelijk kunnen denken dat Berlijn wel genoeg monumenten heeft. Maar dan vind je Wolfgang Thierse tegenover je, oud-voorzitter van de Bondsdag (1998-2005) en vurig pleitbezorger van iets opmerkelijks: een gedenkteken voor iets pósitiefs uit de recente Duitse geschiedenis, iets waar de Duitsers zich nu eens niet voor hoeven schamen. Hij zet zich in voor een monument voor de vreedzame revolutie van 1989 in de DDR, die leidde tot de val van de Muur, en een jaar later de Duitse hereniging.

„Dat was een internationaal succes, het heeft de wereldgeschiedenis een positieve wending gegeven”, zegt Thierse in zijn kantoor in een zijstraat van de boulevard Unter den Linden in Berlijn. „Ik wind me erover op dat dit niet erkend mag worden met de bouw van een Freiheits- und Einheitsdenkmal. Terwijl er al zo’n bijzonder ontwerp voor is, en de Bondsdag er al twee keer vóór heeft gestemd!”

Maar geschiedenis ligt altijd gevoelig in Duitsland en niet iedereen is enthousiast over het plan, waarover al ruim twaalf jaar wordt gedebatteerd en gestreden. Dit voorjaar haalde de begrotingscommissie van de Bondsdag onverwachts een streep door de rekening: het werd te duur (15 miljoen euro). En er zijn ook andere bezwaren. Er zou allang een monument voor de Duitse eenheid zijn: de Brandenburger Tor.

Origineel lichtvoetig ontwerp

Maar de pleitbezorgers van het nieuwe gedenkteken geven niet op, en binnenkort bespreekt de Bondsdag de kwestie opnieuw. Het ontwerp, waar na twee prijsvragen voor is gekozen, is origineel, beweeglijk en uitnodigend. En het heeft ook al een bijnaam, ‘de wip’, die past bij de lichtvoetigheid van het idee.

Beeld Milla & Partner

Het nationale vrijheids- en eenheidsmonument dat zou moeten komen bij het herbouwde stadspaleis van de Pruisische vorsten in het centrum van Berlijn. Beeld Milla & Partner

Decorontwerper Johannes Milla en choreografe Sasha Waltz hebben een slanke, goudkleurige schaal ontworpen, vijftig meter lang en achttien meter breed. Je zou er ook een scheepje in kunnen zien. Bezoekers kunnen het betreden. Als twintig mensen of meer aan één kant gaan staan, helt de schaal naar die kant over. Het ontwerp heet niet voor niets ‘Burgers in beweging’ – het wil eraan herinneren dat de val van de Muur en de Duitse hereniging in gang zijn gezet doordat burgers in de DDR gezamenlijk in actie kwamen. In de schaal staat met grote driedimensionale letters: ‘Wir sind das Volk. Wir sind ein Volk’, de leuzen waarmee de demonstranten destijds de straat op gingen. Het monument moet komen te rusten op de sokkel waarop ooit een standbeeld van de eerste Duitse keizer stond, Wilhelm I, voor het stadspaleis dat nu weer wordt herbouwd.

Het verzet tegen de bouw van het monument heeft niet echt met geld te maken, is de stellige overtuiging van Wolfgang Thierse.

„De tegenstanders zijn bijna allemaal afkomstig uit het westen. Zij hebben aan de gebeurtenissen van 1989 niet dezelfde vreugdevolle herinnering als wij, uit het oosten.”

Geërgerd haalt hij een opiniestuk tevoorschijn dat een paar dagen eerder is verschenen in de Tagesspiegel. De historicus Florian Mausbach spreekt zich daarin tegen het monument uit en schrijft dat de historische identiteit van de Bondsrepubliek als „leeropdracht” gezien moet worden. „Niet op trotse identificatie is onze omgang met het verleden gericht, maar op kritische reflectie. Wij zoeken in de geschiedenis niet het historische voorbeeld, maar de kans op verbetering en het vermijden van fouten in de toekomst.”

Thierse verslikt zich bijna van verontwaardiging daarover. „Auschwitz zal altijd deel van onze historische identiteit blijven”, benadrukt hij. „Maar een louter negatieve identiteit kan een land geen gezamenlijke basis geven. Wij Duitsers hebben óók een geschiedenis van vrijheid, wat er gebeurde in 1989/1990 was een moment van geluk in de Duitse geschiedenis.”

Thierse (1943) groeide op in de DDR. Hij werd ambtenaar op het ministerie van cultuur, tot hij in 1976 weigerde steun uit te spreken voor het besluit van het regime om de kritische zanger Wolf Biermann zijn staatsburgerschap te ontnemen. Daarna werkte Thierse als scenarist van documentaires. Na de val van de Muur sloot hij zich aan bij de SPD, en in het pas herenigde Duitsland hoorde hij tot de weinige invloedrijke politici uit het oosten.

Getty Images

De Brandenburger Tor wordt door velen gezien als hét symbool van de Duitse eenheid. Anderen vinden de Pruisische triomfboog bezoedeld door het nazi-verleden. Getty Images

Terwijl oud-bondskanselier Willy Brandt instemmend toekijkt vanuit een bonte zeefdruk aan de muur van zijn werkkamer, veegt Thierse één voor één de argumenten tegen het gedenkteken van tafel. Dat de Brandenburger Tor al hét symbool van de Duitse eenheid is? „Ik zie er juist een symbool van de Duitse deling in, die grote poort die decennialang eenzaam en verlaten in het niemandsland tussen oost en west stond. Aan de Brandenburger Tor blijft ook de herinnering kleven dat de nazi’s er onder door marcheerden toen Hitler in 1933 aan de macht kwam.”

Is de locatie niet ongelukkig, tegenover dat keizerlijke paleis? „Dat is juist een mooi contrapunt.” En vindt Thierse het geen bezwaar dat de woorden ‘Wir sind das Volk’ nu worden gebruikt in betogingen van Pegida– en dat deze anti-islambeweging zich het monument als het ware kan toe-eigenen? Dat het woord ‘volk’ in Duitsland beladen is, en ook zó uitgelegd kan worden dat het nieuwe Duitsers buitensluit? En veel mensen voorspellen dat die mooie schaal het strijdperk wordt van linkse en rechtse grafitti-spuiters.

„Een monument waar van te voren geen debat over is, wordt waarschijnlijk saai.”

Misbruik door Pegida?

„Je moet niet capituleren voor de angst. Als Pegida het monument misbruikt, dan zég je dat en dan ga je er het debat over aan. En dat grafitti-argument werd ook ingebracht tegen de bouw van het Holocaust-monument. Het bleek reuze mee te vallen.” Het verzet, schreef Thierse onlangs, „is een symptoom van de onwil en het onvermogen van ons Duitsers om zich zelfbewust, ja misschien zelfs met trots aan de eigen geschiedenis te herinneren”. Waarom die terughoudendheid? vraagt Thierse retorisch. „Een monument voor de vrijheid en eenheid die we in 1989/1990 zonder bloedvergieten hebben bereikt, dat verdringt toch op geen enkele wijze de herinnering aan de verschrikkingen die óók deel van onze geschiedenis zijn?

iStock

Het Holocaust-monument ter herinnering aan de moord op 6 miljoen Joden door de nazi’s. Veel monumenten heten hier Mahnmal, omdat ze niet alleen terugwijzen maar ook waarschuwen. iStock

Als voorzitter van de Bondsdag was Thierse opdrachtgever van het Holocaust monument, en hij herinnert zich nog goed hoe hoog de emoties daarover opliepen en hoeveel verzet er destijds was. „En kijk eens hoe iedereen het nu waardeert!” Ook de moderne glazen koepel op de Rijksdag was aanvankelijk fel omstreden, en werd met maar één stem verschil goedgekeurd door de Bondsdag – die er nu onder vergadert. De koepel is een geliefd symbool geworden van de transparantie in de hedendaags Duitse democratie. „Een monument waar van te voren geen debat over is”, zegt Thierse, „wordt waarschijnlijk saai.”