Recensie

Satire van Andre Manuel zoekt humor op gevaarlijk terrein

Manuel maakt grappen op het scherp van de snede. Hij veroorzaakt een desoriëntatie waarmee hij voortdurend spanning creëert.

Foto Edwin Goed

Hij zal het woord allochtonen niet meer gebruiken, zegt André Manuel, met een behendige knipoog naar de actualiteit. Maar dan knalt hij het woord erin dat hij de hele avond wél zal gebruiken – schaamteloos en buitengewoon veelvuldig: negers. Waarmee hij de toon weer terdege heeft gezet. Manuel is nu eenmaal geen pleaser, maar een pestkop.

De Onzen, de aanduiding waarmee hij in dit programma zijn publiek aanspreekt, is zijn zestiende cabaretsolo. Zijn eerste dateert van 26 jaar geleden, nadat hij het Leids Cabaretfestival had gewonnen. En altijd is André Manuel de man geweest die, doorgaans grofgebekt, op het randje van de ratio redeneerde. Er waren zelfs jaren waarin hij dermate onbesuisd alle fatsoensregels overtrad, dat hij in hoog tempo publiek verloor. Ook de televisie wilde al die tijd niets van zijn sardonische satire weten.

De laatste jaren lijkt Manuel echter bezig met een triomfantelijke revanche, die hem vorig jaar zelfs de Poelifinario voor het beste cabaretprogramma van het jaar opleverde. De jury noemde zijn optreden „een schitterende ode aan het vrije woord: relevant, urgent en uiterst actueel”.

Andre Manuel bij Pauw na het winnen van de Poelifinario. De tekst gaat verder na de video.

Het scherp van de snede

De Onzen zet die lijn voort. Ook hier is Manuel weer de sarrende cabaretier die stellingen poneert op het scherp van de snede – waarop bij het publiek eerst de lach komt en daarna pas de vraag of de zojuist gedebiteerde kwinkslag eigenlijk een kern van waarheid bezit. Of juist de uitkomst is van een geraffineerde omdraaiing. Het is die desoriëntatie waarmee hij voortdurend spanning creëert.

Hij heeft het ditmaal vooral over zijn enige wapen tegen alle agressie die ons bedreigt: de humor. En hij maakt er ook een oproep van: laten we de tegenstander keihard in zijn gezicht uitlachen – daar hebben ze immers geen antwoord op.

Men kan tegenover deze vijanden het best een superieure houding aannemen, want die maakt de anderen dus minder superieur. Daarmee zoekt Manuel de lach op een gevaarlijk terrein, waar hij de moslims beschrijft als de nieuwe gereformeerden die allang vergeten ziektes in stand houden en uiteindelijk in Bible belt-achtige reservaten hun laatste dagen zullen slijten.

Soms schiet André Manuel mis, met een grap die slechts bedoeld lijkt om weer iets schokkends te kunnen zeggen. Maar veel vaker treft hij heel precies de roos, met een spervuur aan grappen waarin hij af en toe ook zichzelf niet spaart. „Ik ben een optimist”, zegt hij. „Bij mij zit de zaal altijd half vol.”