Ook oude onderzoekers kunnen pieken

Wetenschappelijke carrière

Een beroemd makend artikel komt even vaak vroeg als laat in de loopbaan van een onderzoeker.

In welke fase van de carrière publiceert een wetenschapper zijn of haar beste, meest geciteerde werk? En kun je op basis van iemands vroege werk voorspellen of een onderzoeker een topwetenschapper wordt van Nobelprijs-allure?

Roberta Sinatra van de Central European University in Boedapest komt, samen met vier collega’s, met prikkelende antwoorden. Hun onderzoek verscheen vrijdag in Science. En er werd met verbazing en scepsis op gereageerd. „Het is een hele puzzel om wijs te worden uit alle informatie”, zegt Ludo Waltman van het Centrum voor Wetenschap en Technologie Studies (CWTS) in Leiden.

Sinatra en haar vier collega’s analyseerden de publicatielijsten van ruim 10.000 wetenschappers. Van alle artikelen bepaalden ze de impact: hoe vaak wordt een artikel, in een periode van tien jaar na publicatie, geciteerd door collega’s. „Vaak verschijnt het best geciteerde artikel in de eerste twintig jaar van een carrière, maar soms ook daarna”, zegt Sinatra aan de telefoon. Dit druist in tegen het idee dat de beste ideeën vroeg komen.

Verder blijkt, statistisch gezien, elk artikel in de reeks publicaties van een onderzoeker dezelfde kans te hebben om de grote klapper te worden. De impact vertoont geen opvallende veranderingen in aanloop naar die grote klapper. Erna ook niet. „Dat heeft ons verrast”, zegt Sinatra.

Sinatra ontwikkelde ook een rekenmodel waarmee een onderzoekscarrière van een onderzoeker te voorspellen zou zijn. Die hangt af van iemands productiviteit, van een portie geluk, en een geheimzinnige factor Q. Die laatste is te berekenen aan de hand van iemands eerste tientallen publicaties, en de impact daarvan.

Net als Sinatra is ook Ludo Waltman verbaasd dat het best geciteerde artikel van een onderzoeker op een at random tijdstip in de carrière valt. „Ik dacht dat er wel ergens een piek zou zijn”, zegt hij.

Tegelijkertijd houdt Waltman reserves. „Het is een wel hele complexe analyse”, zegt hij. Dan is het echt complex, want Waltman is gespecialiseerd in bibliometrische methoden om de wetenschappelijke literatuur te bestuderen. Het Science-onderzoek vindt zelfs hij moeilijk te doorgronden. „Ik wil het graag repliceren.”

Nog onduidelijker vindt Waltman het tweede deel van het onderzoek, over de factor Q. „Daarvan word ik ongemakkelijk”, zegt hij. De claim dat er carrières mee te voorspellen zijn, vindt hij ver gaan. Je hebt de eerste, tientallen publicaties van iemand nodig, en de impact daarvan na tien jaar. Dan is de carrière al een heel eind op weg. Dus hoezo, voorspellen?

Sinatra geeft toe dat de factor Q verbeterd kan worden. „We zijn bezig met vervolgonderzoek.”

Coördinerend onderzoeker van de studie is de Hongaars-Amerikaanse natuurkundige Albert-László Barabási. Hij heeft furore gemaakt met een wiskundige theorie over netwerken. Maar hij krijgt ook vaak kritiek, zegt ecoloog Marten Scheffer van de Wageningen Universiteit, die complexe systemen bestudeert. „Barabási doet goede dingen, maar soms lijkt wat hij opschrijft een rookgordijn.” Volgens Scheffer is Barabási goed in staat zijn resultaten te verkopen. Hij publiceert veel in Nature en Science. „Maar soms, als je begrijpt wat er staat, blijken het holle vaten.”