Er is bijna geen eten meer in Jemen, alleen nog qat

Jemen

De strijdende partijen schieten het land aan puin. Hongersnood rukt steeds verder op. Veel Jemenieten proberen te overleven op qat.

Een achtjarige ondervoede jongen ligt in een ziekenhuis in Sana'a. Foto Reuters

Na anderhalf jaar oorlog tussen de door Saoedi-Arabië geleide coalitie en de shi’itische Houthi-rebellen staat Jemen er slechter voor dan ooit. En dat zegt wel wat voor een land dat toch al onderaan alle ontwikkelingslijstjes bungelde. Nu dreigt massale hongersnood.

Het ontbijt: een klein stukje brood en bonen. De lunch: rijst of brood en yoghurt. ’s Avonds: brood en thee. Dit is het menu van Ahmed en Belqis en hun drie jonge kinderen. Ze wonen in een klein, leeg tweekamerappartement in een sjofele buurt van Sana’a, de hoofdstad. Ahmed was buschauffeur van en naar de universiteit. Zij gaf Arabische les aan buitenlanders. De bus heeft geen passagiers meer en zij geen klanten.

„Maar wij hebben geluk, want mijn vader heeft wat geld waardoor we dit eten kunnen kopen. Anderen in de buurt hebben die hulp niet en verkopen hun meubels. Hun kinderen gaan zonder ontbijt naar school”, zegt Belqis in een chatgesprek.

Vergeleken bij Saida, het graatmagere 18-jarige meisje van wie foto onlangs de wereld over ging, heeft Belqis inderdaad geluk. Nog wel, want de honger sluipt ook haar huis binnen. Het zijn niet de Saoedische luchtaanvallen die het grootste gevaar voor haar kinderen vormen, maar ondervoeding.

Woekerprijzen

Het een heeft natuurlijk wel met het ander te maken. De Saoedische land- en luchtblokkades bemoeilijken voedselimport en vissersboten in kustplaatsen als Hudeydah durven niet meer uit te varen uit angst gebombardeerd te worden, voor zover hun boten en pakhuizen niet al stukgeschoten zijn. Maar ook de andere strijdende partijen hebben schuld. Het grootste probleem zit niet in een tekort aan voedsel, maar in de prijs ervan. Die is zo hoog is geworden dat het – steeds groter wordende - armste deel van de bevolking zich geen eten meer kan veroorloven.

Die prijsstijgingen zijn niet zozeer aan de Saoediërs te wijten, maar aan allerhande vechtende – of andere opportunistische – partijen die een slaatje slaan uit de situatie. Het leeuwendeel van het voedsel komt over land binnen, via de Saoedisch-Jemenitische grenspost Al-Wadiah, en het zijn niet de Saoediërs die daar het grootste probleem vormen.

„Er worden belastingen geheven door de Islah-partij en Hashim al-Ahmar. De Houthi’s op hun beurt verwachten ‘bijdragen’ van de grote importeurs in Sana’a en andere steden”, zegt Haykal Bafana, jurist in Sana’a.

Volgens het WFP, de voedselorganisatie van de VN, is minstens de helft van de 25 miljoen Jemenieten niet zeker van voedsel, en voor de helft van hen is de situatie acuut. Voor hen dreigt hongersnood. Hulporganisaties krijgen maar mondjesmaat hulpgoederen ter plekke. Transporten worden tegengehouden door elkaar bestrijdende groepen en naar verluidt verdwijnt dat wat wel aankomt vaak richting de zwarte markt, de enige markt die in oorlogstijd welig tiert.

Honger en qat gaan hand in hand

Of toch niet de enige. Een andere markt die onaangetast is door de oorlog, is de qat-markt. De licht-stimulerende plant, waaraan het overgrote deel van de Jemenieten is verslaafd, is nog volop verkrijgbaar. Persbureau Reuters publiceerde er aan het begin van de oorlog een bijna lovend bericht over. Alsof het een heldendaad was dat de Jemenieten zich hun qat niet lieten ontzeggen. Het is de vraag of dat zo grappig is. Honger en qat gaan hand in hand.

Hind al-Eryani, die al jaren vecht tegen qat, ziet het met lede ogen aan, zegt ze in een chatgesprek. „Dit is waar we mensen al lang geleden voor waarschuwden. Jemen is van oudsher een agrarisch land, maar het merendeel van de landbouw bestaat tegenwoordig uit qat, wat oneetbaar is”.

Qat heeft in de loop der jaren vrijwel overal de eetbare gewassen – vooral granen – vervangen. Gewassen die het land nu hard nodig heeft. Het valt de boeren niet kwalijk te nemen; aan qat valt vele malen meer te verdienen. De overheid daarentegen, had volgens Al-Eryani moeten ingrijpen. Daarover werd dan ook gesproken tijdens de Nationale Dialoog, die na de opstand in 2011-2012 een nieuw begin voor Jemen had moeten betekenen.

Een BBC-reportage over de hongersnood, bevat schokkende beelden. Tekst gaat verder onder de video:

„We zijn er in geslaagd een grondwettelijke bepaling te formuleren over de aanpak van qat, maar door de coup van de Houthi’s is er nooit over de nieuwe grondwet gestemd”. Diezelfde Houthi’s zouden volgens Al-Eryani onlangs hebben voorgesteld om een week geen qat te kauwen. Het geld dat bespaard zou worden, moest aan de Houthi’s gedoneerd worden. Niet omdat zij tegen qat zijn: „Zij kauwen ook, maar wilden het geld”. Veel Jemenieten zeggen dat het leven in oorlogstijd alleen nog draaglijk is door de qat. De actie werd dan ook geen succes.

De oorlog is het laatste zetje

En qat is niet het enige probleem dat al bestond voor de oorlog. De enorme bevolkingsgroei is een ander. Belqis en Ahmed scoren met drie kinderen aan de lage kant. In 2014 kreeg de gemiddelde Jemenitische vrouw volgens cijfers van de Wereldbank 4,2 kinderen (Nederland 1.7). In Jemen geldt: hoe armer en hoe verder weg van de stad, hoe meer. Die kinderen gaan nu dood van de honger, of hebben groeistoornissen.

Het is de tragiek van een land dat op papier alles heeft, maar door een volledig falende overheid naar de afgrond is geholpen. De oorlog is het laatste zetje. En dus blijft er voor veel Jemenieten niks anders over dan aan te wenden wat wel voldoende voorradig is: trots, standvastigheid, qat en geloof . Belqis moet niks van qat hebben. Ze vertrouwt op God. „Met Gods wil wordt alles binnenkort beter”.