Onpeilbare pragmaticus moet nu alle Spanjaarden dienen

Mariano Rajoy Donderdag presenteert Rajoy zijn ministersploeg. Hij heeft nu de steun van de oppositie nodig.

De Spaanse premier Mariano Rajoy legde maandag de eed af voor koning Felipe VI. Chema Moya/Reuters

Nu Mariano Rajoy (61) als premier aan een voor Spanje ongekend experiment begint, moet hij een ander gezicht laten zien dan in zijn eerste termijn.

Tijdens Rajoy I leidde hij een land in crisis, maar kon hij bij de harde economische maatregelen die nodig waren, steunen op een absolute meerderheid van de conservatieve Partido Popular. De geboren Galiciër staat voor de taak om als leider van het eerste minderheidskabinet in de recente geschiedenis het land uit een politiek moeras te trekken. Hij zal zich daarbij veel meer als premier van alle Spanjaarden moeten manifesteren.

De bedachtzame en kalme Rajoy heeft zich in het verleden, in zijn eigen partij, gemanifesteerd als iemand die mensen bij elkaar kan houden. Lukt hem dat ook als de ideologische verschillen groter zijn? Politicoloog Fernando Vallespín aarzelt. Hij vindt Rajoy niet het type ‘premier van alle Spanjaarden’. „Daarvoor is hij veel te conservatief”, stelt Vallespín resoluut. „Als Rajoy een zo grote mogelijke steun wil hebben voor zijn beleid, zal hij nationale pacten over grote onderwerpen moeten sluiten. Met nieuwe namen zal hij de jongere generatie aan zich moeten binden.”

Rajoy maakte donderdagavond zijn ploeg met zes nieuwe gezichten bekend. Een mix van oud en nieuw. Soraya Sáenz de Santamaría bleef aan als vice-premier. De ervaren Cristóbal Montero (Financiën) en Luis de Guindos (Economische Zaken) mogen ook door, maar de veteranen José Manuel Margallo (Buitenlandse Zaken) en Jorge Fernández Díaz (Binnenlandse Zaken) maken plaats voor respectievelijk Alfonso Dastis Quecedo en Juan Ignacio Zoido Alavárez. María Dolores de Cospedal is de nieuwe minister van Defensie.

In zijn eerste kabinet was Rajoy een symbool van het conservatieve Spanje dat stappen terug zette in de tijd. Nadat het land lange periodes was geregeerd door energieke veertigers als Felipe González, José María Aznar en José Luis Zapatero kwam met Rajoy een premier op leeftijd aan het bewind. Hij verzamelde veteranen om zich heen met één hoofddoel: Spanje uit een diepe economische crisis trekken. Daarbij ging Rajoy het liefst buiten het zicht van de camera’s te werk. Vice-premier Soraya Sáenz de Santamaría mocht het beleid vaak uitleggen.

Rajoy voelde zich goed in zijn rol van de onpeilbare politicus. Na de verkiezingsnederlagen in 2004 en 2008 bleek hij een man van de lange adem, die tegen de verwachtingen in op de moeilijkste momenten stand hield door kalmte te bewaren. Eerst denken, dan doen. Als premier, sinds 2011, haalde hij zijn schouders op als tegenstanders hem weinig charismatisch noemden of zelfs voor onnozel versleten. Politicoloog Vallespín schildert Rajoy af als „een pragmatische Galiciër”. “Soms wachtte hij gewoon net zo lang tot de problemen vanzelf voorbij gingen.”

Corruptie-zaken

Zijn zwaarste strijd voerde Rajoy binnenskamers, met partijleden die door corruptie-zaken in opspraak waren geraakt. Hij speelde de rol van beschermer net zo lang totdat dit in politiek opzicht niet meer verantwoord was. Ministers wegsturen deed hij niet. José Manuel Soria (Industrie) stapte zelf op toen zijn naam in verband werd gebracht met de Panama Papers. Rajoy bleef altijd buiten schot. Toen de onlangs afgetreden PSOE-leider Pedro Sánchez hem als „niet betrouwbaar” afschilderde, was hij furieus.

In de spaarzame interviews profileerde hij zich als keurige, beetje ouderwetse huisvader. Hij wil sober en bedachtzaam zijn. Rajoy liet de partij een gematigder koers varen dan voorganger Aznar. Hij hield de bonte verzameling van christen-democraten, conservatieven, liberalen en de radicale rechtervleugel bij elkaar.

Rust bewaren

Met zijn behoudende stijl heeft hij de Partido Popular naar zijn hand weten te zetten. Aan terugtreden als partijleider heeft hij geen moment gedacht. Ook niet toen Spanje tien maanden zonder regering zat en de socialisten daarop leken in te zetten. Hij twijfelde er niet aan dat hij weer premier van Spanje zou worden. Hij kreeg gelijk en zag met genoegen hoe de socialisten van de PSOE in een interne crisis terechtkwamen. Na het vertrek van PSOE-leider Sanchez kreeg Rajoy zaterdag uitgerekend van zijn oude aartsrivalen de gedoogsteun die nodig is om aan een minderheidskabinet te kunnen beginnen.

„De situatie is heel anders dan in 2011”, stelt Vallespín. „Toen beschikte hij over een absolute meerderheid, maar was het land in een dramatische situatie beland. Nu gaat alles veel beter, maar is Rajoy premier een instabielere regering.”

Rajoy kan alleen op de bijna onvoorwaardelijke steun rekenen van het liberale Ciudadanos, waarmee eerder een akkoord over zo’n 150 thema’s is gesloten. Voor de rest moet hij de steun punt voor punt zien te binnen halen.