Minder nertsen voor de fok, voor het eerst sinds verbod

Ten opzichte van vorig jaar is het aantal dieren bedoeld om te fokken gedaald met meer dan tien procent.

Een nertsenfokkerij in Ederveen. Foto Jeroen Jumelet / ANP

Nertsenhouders hebben het aantal pelsdieren bedoeld om te fokken dit jaar flink afgebouwd. Bij de laatste telling op 1 april hadden nertsenfokkers 919.000 moederdieren, zo meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek donderdag. Het is voor het eerst dat het aantal fokdieren noemenswaardig daalt, sinds de Kamer in 2012 een verbod op het houden van nertsen aannam.

Ten opzichte van een jaar geleden hebben de pelsdierhouders ruim tien procent minder moederdieren. Een mogelijke oorzaak daarvoor is het besluit van het gerechtshof in Den Haag, dat eind vorig jaar het verbod goedkeurde. Ook het aantal pelsveehouders daalde, van 150 naar 146 bedrijven.

Een groot deel van het jaar hebben nertsenhouders overigens veel meer dieren. Tussen het werpen in het voorjaar en de slacht in december ligt het aantal nertsen vijf- tot zesmaal zo hoog, zo meldt het CBS. De gefokte nertsen worden alleen geslacht vanwege hun vacht, die bijvoorbeeld wordt gebruikt voor bontjassen, mutsen en tassen.

Momenteel is het houden van nertsen nog niet verboden. In de wet die het kabinet in 2012 aankondigde, is sprake van een overgangstermijn tot 2024. Die moet pelsdierhouders de tijd geven zich voor te bereiden op het verbod. Ondanks het naderende verbod bleef het aantal moedernertsen tot dit jaar grofweg gelijk.

‘Elf jaar om voor te bereiden is voldoende’

Nertsenfokkers vechten het verbod al sinds het begin aan, omdat zij naar eigen zeggen “ernstig financieel benadeeld” worden. De rechtbank in Den Haag gaf hen daarin aanvankelijk gelijk, maar het gerechtshof besloot eind vorig jaar anders. Een periode van elf jaar is ruim voldoende om je voor te bereiden op het verbod, zo vond het hof.

Bovendien hadden nertsenhouders zich volgens het gerechtshof nóg veel langer kunnen voorbereiden, aangezien al sinds 1999 in de Tweede Kamer werd gesproken over een verbod. Het hof zei daarover:

“Het kan de nertsenhouders niet zijn ontgaan dat de productie van bont binnen brede lagen van de maatschappij weerstand oproept. De nertsenhouders hadden dus al eerder op de veranderde omstandigheden kunnen inspelen.”

Zaak ligt nu bij Hoge Raad

De vraag is nu of die zaak naar behoren is verlopen. De pelsveehouders vinden van niet en gingen bij de Hoge Raad in cassatie tegen het arrest van het hof. Diens belangrijkste adviseur, advocaat-generaal Paul Vlas, ging daarin mee. Hij schreef halverwege september dat de zaak tussen de Nederlandse vakvereniging van nertsenhouders en de Nederlandse staat over moet.

Volgens Vlas heeft het hof vorig jaar te veel gekeken naar de gevolgen voor de sector als geheel en te weinig naar de schade die individuele nertshouders lijden. De adviezen van de advocaat-generaal zijn niet bindend, maar worden doorgaans wel door overgenomen. De Hoge Raad beslist op 16 december of de zaak inderdaad over moet.