Cultuur

Interview

Interview

Foto Jean--Sebastien Evrard/AFP

Miljonair in strijd met golven

Interview Pieter Heerema, zeiler

Pieter Heerema (65) doet als eerste Nederlander mee aan de Vendée Globe, een loodzware non-stop solozeilrace om de wereld.

Solo de wereld over in een boot van ruim achttien meter, geconfronteerd met stormen, onweer, stortregens. Een rauwe strijd met de grillen van de oceaan, met metershoge golven, in een race over 24.393 zeemijl. Verwachte duur: 80 tot 90 dagen. Als je de finish al haalt: bij de laatste editie, vier jaar terug, viel zo’n 70 procent van de deelnemers uit.

De Vendée Globe, een extreme non-stop zeilrace, start zondag in de jachthaven van het Franse Les Sables d’Olonne, waar honderdduizenden toeschouwers verwacht worden. Voor het eerst doet een Nederlander mee: Pieter Heerema (65), eigenaar van het bedrijf met zijn naam dat olie- en gasplatforms bouwt, en waar woensdag een reorganisatie werd aangekondigd.

Heerema zit al in Sables d’Olonne aan de Franse westkust. Waarom hij meedoet, daar heeft hij „eigenlijk geen antwoord op”, zegt hij in een telefonisch gesprek. Hij is een fanatiek oceaanzeiler, volgde de vorige edities – dit is de achtste – en nu was het moment daar om mee te doen. „Het is lastig, het is koud, het is nat. Maar het is af en toe ook prachtig.”

Over de investeringen die hij deed voor zijn deelname wil Heerema – zeventiende in de Quote 500, met een vermogen van 900 miljoen euro – weinig kwijt. Dat zijn boot 3,5 miljoen euro kostte, zoals gemeld in diverse media, ontkent hij. „Wat het wel is, vind ik niet interessant.”

De Vendée Globe is samen met de America’s Cup en de Volvo Ocean Race het bekendste zeilevenement. Deze solorace geldt al de zwaarste door het ontbreken van rustmomenten. Reparaties moeten zonder hulp worden uitgevoerd, aanleggen in een haven is niet toegestaan.

De bijnaam van de race is L’Everest des mers, de Everest van de zee. De 29 deelnemers passeren twee keer de doldrums, een zone rond de evenaar waar de luchtstromen van beide halfronden samenkomen en waar het dagen windstil kan zijn. En ze ronden de drie kapen: Kaap de Goede Hoop bij Zuid-Afrika, Kaap Leeuwin, Australië en als laatste Kaap Hoorn Chili.

Houdt u ervan alleen te zijn op zee?

„Ik was afgelopen april voor het eerst alleen op een boot, voor de kwalificatie. Ik vind het tot nu toe erg leuk. In Nederland kennen we deze zeilcultuur niet, solo met dit soort boten, maar in Frankrijk is het waanzinnig populair.”

Wat maakt deze race zo zwaar?

„Dat je nergens kunt stoppen, dat je alleen bent en de afstand. En het zijn heel lichte boten, erg hightech en daardoor gevoelig. Er kan veel kapotgaan. Het is een beetje te vergelijken met het rijden van Parijs-Dakar in een Formule 1-auto.”

In 1992 en 1997 zijn twee zeilers overleden in deze race. Vreest u niet dat u dat ook kan gebeuren?

„Ja, nou, ja.” Hij denkt even na. „Je moet heel bewust met allerlei risico’s omgaan, de weerscondities kennen. Maar er blijft een behoorlijk risico. Het is natuurlijk niet zomaar een zeiltochtje.”

Heeft u de risico’s besproken met uw gezin?

„Jawel. Zij staan niet te juichen. Maar ik ben hier nu ruim een jaar mee bezig. Langzamerhand beginnen ze het leuk te vinden.”

Wordt u gehinderd door uw leeftijd?

„Behoorlijk. Er varen hier jongens mee die mijn zoon zouden kunnen zijn. Zij doen al bijna twintig jaar lang niets anders en zijn professional. Daar kan ik niet aan tippen. Ik doe absoluut niet mee voor een resultaat, dat zou compleet irrealistisch zijn.”

Hoe zorgt u voor eten?

„Ik heb voor honderd dagen eten bij me. Gevriesdroogd, astronauten-eten zeg maar. Tonijn met rijst bijvoorbeeld, of kip met noedels. Je moet er kokend water bij gooien en na tien minuten is het water opgenomen en is het eetbaar. Ik heb een watermaker aan boord, die maakt van zout water drinkwater.”

Is er tijd om te slapen?

„Dat probeer je, maar je komt veel slaap tekort. Als je ergens op de open oceaan vaart waar weinig scheepvaart is en het is stabiel weer, dan kan je een uur tot anderhalf uur slapen. Maar als het veranderlijk weer is met buien, dan moet je er continu bij zijn, anders kunnen er ongelukken gebeuren. Dan kan je maximaal twintig minuten slapen.”

Bij uw bedrijf worden 450 van de 770 banen geschrapt, zo werd woensdag bekend. Moet u in deze tijd niet op kantoor zijn?

„Ik denk niet dat ik daar op het ogenblik veel kan veranderen. De situatie op de oliemarkt is al bijna twee jaar slecht, we hebben zo lang mogelijk geprobeerd mensen aan te houden en gehoopt op betere tijden. Wij hebben net als andere bedrijven in onze sector bijna geen werk meer. Daar moeten we ons nu op instellen, dat heb ik met het management besproken, dat kunnen ze verder prima aan. Wij zijn een van de laatste bedrijven in de branche die aan een reorganisatie beginnen.”

U kunt zich voorstellen dat het beeld ongelukkig is.

„Misschien wel. Maar dan begrijpen mensen niet precies hoe het in elkaar zit. Als ik in Nederland ben, zit ik ook niet continu aan knoppen te draaien. Het zou niks veranderen als ik er wel zou zijn. Het is geen probleem van Heerema, het is een probleem van de hele olie-industrie. Dat is niet iets wat wij kunnen beïnvloeden, wij drijven mee op die rivier, en die rivier stroomt nu niet.”

U heeft niet overwogen om terug te komen?

„Nee.”