Laat dat hemelwater maar komen

Rainproof

Het wordt steeds natter. Met aangepaste bestrating en speeltuintjes, meer groen, ondergrondse waterbassins en het eerste waterbergende dak wil Amsterdam voorkomen dat huizen straks onderlopen.

©

Zo ver als op 28 juli 2014 is het gelukkig niet meer gekomen. Op die zomerdag stroomden de straten van Amsterdam over en woonkamers onder. Velen herinneren zich de foto nog wel van een badgast die op een luchtbedje door de straten dreef, in de Rivierenbuurt nota bene. Schade voor de stad: 5 miljoen euro.

Daniël Goedbloed is de man die dat in de toekomst moet voorkomen. Hij leidt Amsterdam Rainproof, dat begin 2014 op initiatief van Waternet en het waterschap speciaal werd opgericht om wat vaart te maken met de regenbestendige stad. Rainproof, een team van vijf vaste krachten, heeft amper uitvoeringsbudget, maar brengt ambtenaren, bedrijven en burgers – eigenlijk iedereen met een stukje grond – bij elkaar en onderhoudt een digitaal platform.

Dat heeft haast, want hevige stortbuien zullen steeds vaker voorkomen door klimaatverandering – volgens het KNMI twee tot drie keer zo vaak als in 1950.

Het Amsterdamse riool kan 20 millimeter neerslag per uur afvoeren. Op 28 juli 2014 viel op sommige plaatsen in Amsterdam 40 millimeter per uur. En dat viel nog mee; elders in het land viel meer. „Een riool is niet bedoeld om extreme hoosbuien op te vangen”, zegt Goedbloed. Bij voorkeur verdwijnt het direct de grond in. Maar Amsterdam is versteend en een nieuw park aanleggen gaat niet echt. Kan Amsterdam niet simpelweg het riool uitbreiden? „Nee”, zegt Goedbloed, „dat kost miljarden. Bovendien, het hele UNESCO-gebied opentrekken, dat doe je niet.”

Hemelwater moet dus tijdelijk opgevangen kunnen worden. Goedbloed – wilde haardos, stoppelbaardje en „een passie voor regen” – wil best een rondje fietsen om te laten zien hoe Rainproof dat in de stad doet.

Tekst gaat verder onder de slidehsow:

Wake-upcall

We beginnen niet ver van de plek waar de luchtbedjesfoto werd gemaakt, op het voorplein van het De Mirandabad. De speelplaats op het plein is verzonken, zodat bij hevige regenbuien het water naar deze ‘bak’ stroomt. Via een poreuze ondergrond zakt het water in de grond. Als het extreem hard regent, kan de speelplaats zelfs vollopen – een soort tweede De Mirandabad dus.

Dan de parkeerplaats. Ooit één plak asfalt, nu een laag grind, dat in duizenden kleine kratjes op zijn plaats wordt gehouden. De kolken, de openingen in de stoeprand, worden niet meer gebruikt, volgens Goedbloed. Heel Amsterdam aan het grind dan maar? Nee. Hij wijst naar de verzakkingen. Auto’s hebben, al na vijf maanden, diepe sporen gereden. Alleen bij weinig verkeer is zo’n zachte ondergrond dus geschikt.

We fietsen de hoek om, de Zuidelijke Wandelweg in. Bouwvakkers en graafmachines zijn druk in de weer met een nieuwbouwproject. Tussen de opgebroken stoep en het appartementencomplex is al de ‘watervertragende groenstrook’ zichtbaar, waar regenwater van de straat en de daken in kan stromen. De huizen zijn te bereiken via bruggetjes. De strook, die wethouder Udo Kock (waterbeheer, D66) 7 november opent, kan bij extreem weer zelfs een beek worden; de beplanting is geschikt om even onder water te staan. Een unicum. De groenstrook vormt één geheel met het appartementencomplex en de straat. Dat kan alleen als de architect het opneemt in het ontwerp. ‘Rainproof’ moet dus bij nieuwbouwprojecten vanzelfsprekend worden.

Foto’s Jordy Rietbroek

Een holle straat. De Argonautenstraat heeft in het midden een grindstrook, zodat bij grote buien het water niet in de huizen stroomt. Het water blijft op straat staan. Foto’s Jordy Rietbroek

Die natte julidag in 2014 heeft niet zozeer iets veranderd aan het beleid van Amsterdam om de stad beter bestand te maken tegen hoosbuien, zegt Kock, die toen pas net wethouder was. Wél leidde het tot meer bewustwording. Kock: „Mensen hebben voorbeelden van incidenten nodig.”

De wake-upcall voor de gemeente was jaren eerder, in 2011, toen Kopenhagen overstroomde. En flink. Op sommige plekken viel 180 millimeter per uur. De Deense hoofdstad leed maar liefst een miljard euro schade. „Niet alleen in Amsterdam, maar in heel Europa gingen de alarmbellen rinkelen”, zegt Kock. Amsterdam maakte in navolging van Kopenhagen een gedetailleerde kaart, waarop op straatniveau te zien is waar het water heen stroomt. Deze kaart kan gebruikt worden bij bouw- en herinrichtingsprojecten.

Eerste waterbergende dak

We staan uit te waaien op het eerste waterbergende dak van Nederland, „en waarschijnlijk ter wereld”, volgens Goedbloed. Dit groene dak van ‘Old School’, een „creatieve hotspot” in een voormalige ROC aan de Gaasterlandlaan, kan 84.000 liter opvangen. Groenten groeien voor het restaurant beneden. Na een bui kan het water geleidelijk weglopen via bestuurbare kleppen in minidijkjes. Zo worden afvoerpieken tegengegaan.

Bij gebrek aan ruimte voor parken in de stad zijn groene daken een manier om meer water vast te houden. Begin dit jaar startte Amsterdam een subsidieprogramma (125.000 euro per kwartaal) voor iedereen die zijn dak of gevel wil vergroenen. Dat kan alleen niet altijd; beplanting is nogal zwaar, zeker als het nat is.

We fietsen verder naar de Zuidas. Door de bouw van kantoorpanden is dit gebied flink verhard. Sloten zijn gedempt. Projectontwikkelaars moeten dat elders compenseren. Zo ligt onder het Gustav Mahlerplein, naast de ondergrondse fietsenstalling, een enorme opvangbak verstopt, waar maar liefst 750.000 liter regenwater in kan. Dat is vergelijkbaar met een 25-meterzwembad.

Al fietsend wijst Goedbloed op te smalle straatsteenvoegen en perkjes die ook zonder stoeprand kunnen. Op de Fred. Roeskestraat houdt hij halt. „Ongelooflijk”, en hij knikt naar de aflopende opritten van de huizen langs de weg. Bij een flinke bui lopen de garages makkelijk onder. „Daar ga ik wat van zeggen.”

Tekst gaat verder onder de foto:

Foto Jordy Rietbroek

Kruispunt Wenslauerstraat/Bellamydwarsstraat is verhoogd zodat het stroom gebied van de Bellamystraat word verkleind. Foto Jordy Rietbroek

De Argonautenstraat is niet bol maar hol. Bij normale buien sijpelt het water door de grindstrook in het midden de grond in, bij hevige zal de straat blank komen te staan. Maar dat is nog altijd beter dan dat de huizen onderstromen.

We eindigen in de Bellamybuurt, bij De Hallen, een van de laagst gelegen gebieden van Amsterdam. Sommige delen van deze „polder zonder sloten” liggen onder grachtniveau. De laatste jaren wordt daarom het ‘stroomgebied’ van de Bellamybuurt verkleind. Op de kruising van de Wenslauerstraat met de Bellamydwarsstraat ligt een extra hoge verkeersdrempel, het rioolstelsel is omgelegd en onder de Ten Katestraat ligt poreus worteldoek. Langs het Bellamyplein komt een verdiepte groenstrook.

Weg met die tegels

Sympathiek, al die projecten, maar is het genoeg? In 2050 wil Amsterdam rainproof zijn. Dat betekent: 60 millimeter per uur op kunnen vangen. Verbetering ligt volgens wethouder Kock vooral bij de samenwerking met woningbouwcorporaties – maar ook Amsterdammers kunnen nog veel meer doen. „Het gezamenlijke belang moet duidelijker; niemand wil waterschade.” Nu tegelen mensen graag hun tuin vol als ze geen groene vingers hebben, maar sierstenen kunnen ook.

Die kleinschaligheid is de essentie van Rainproof. Alleen concentreren op grote projecten heeft geen zin, zegt Goedbloed: „Je moet in de haarvaten gaan zitten.” Die netwerkaanpak is uniek in Nederland, volgens Kock. „Veel gemeentes, zoals Zwolle en Arnhem, zijn al komen kijken.”

Als Goedbloed bij wijze van spreken Amsterdammers eigenhandig een regenton in de tuin ziet plaatsen, is zijn droom uitgekomen. „Het zou cool zijn als het hip wordt.” Heeft de wethouder al een tuin met brede voegen of een regenton? „Ik heb geen tuin in Amsterdam”, zegt Kock. „Maar wel een dakterras. Volgens mij is die nog niet rainproof – ik zal eens met de huiseigenaar gaan praten.”