Column

In beweging

iljapfeiffer0

Tijdens zijn bezoek aan Zweden deze week heeft paus Franciscus gesproken over migratie. Hij zei mooie en ware woorden, zoals dat het onmenselijk is om deuren en harten te sluiten voor vluchtelingen, die even snel als ze werden uitgesproken schouderophalend zullen worden gearchiveerd als morele mooipraterij die nu eenmaal de core-business is van een spiritueel leider. Het zou veel te ongemakkelijk en confronterend zijn om werkelijk naar die woorden te luisteren. En toen zei hij iets anders, dat evenmin voor opschudding zorgde, maar dat als je er goed over nadenkt verregaande consequenties heeft. „Europa is groot geworden,” zei hij, „dankzij een voortdurende integratie van culturen. Het sluiten van grenzen is een schending van het recht op mobiliteit en dat is een fundamenteel mensenrecht.”

Ongeveer tegelijkertijd werden wij in Nederland opgeschrikt door het advies van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) aan de overheid om met onmiddellijke ingang af te zien van het gebruik van de woorden ‘allochtoon’ en ‘autochtoon’. Het ooit als eufemisme bedoelde woord ‘allochtoon’ is in de spreektaal een scheldwoord geworden. Bovendien is het begrip zo ruim gedefinieerd dat het onbruikbaar is. Een allochtoon is iemand die in het buitenland is geboren of iemand die minstens één ouder heeft die in het buitenland is geboren. Dat is een gigantische en zeer diverse groep. „Als dat toch nodig is,” stelt de WRR, „bijvoorbeeld bij bevolkingsstatistieken, dan spreken we over inwoners met een migratieachtergrond en inwoners met een Nederlandse achtergrond. Ook kinderen van migranten kunnen vallen onder inwoners met een migratieachtergrond.”

Je vraagt je af wat we hiermee opschieten. Het nieuwe begrippenpaar is precies net zo ruim gedefinieerd als het oude. Wat de WRR natuurlijk niet kan zeggen, maar wat wel waar is, is dat we behoefte hebben aan termen die onderscheid maken tussen buitenlanders die geen problemen geven, zoals de Japanse oogarts, de Surinaamse kleuterleidster, de Argentijnse paus en de Argentijnse koningin, en kutmarokkanen. Er zijn nu eenmaal inwoners met een migratieachtergrond die we wel willen hebben en inwoners met een migratieachtergrond die een probleem vormen dat we moeten benoemen. En voor dat benoemen hebben we een woord nodig.

Het maakt niet uit welke terminologie de WRR voorschrijft, want het zal altijd gaan over de tweedeling tussen ‘wij‘ en ‘zij’. Wij horen hier en zij zijn de anderen. Wij bepalen de regels en zij moeten zich aanpassen. Sommigen van hen willen we best als de onzen beschouwen, want we hebben een groot hart, maar dat gebeurt op onze voorwaarden en zij dienen zich daarnaar te schikken want dit is ons land.

Daar zit het probleem, in die tweedeling. Het pijnlijke punt is niet dat ‘allochtoon’ een scheldwoord is geworden en dat we behoefte hebben aan een ander begrippenpaar, maar dat we überhaupt behoefte hebben aan een begrippenpaar. Want de paus heeft gelijk. Europa is groot geworden door een voortdurende vermenging van culturen. Migratie is niet alleen een fundamenteel mensenrecht, maar ook een constante in de geschiedenis van de mensheid en als zodanig een positieve factor voor progressie en ontwikkeling. Als we verder terugkijken dan één generatie, zijn wij allemaal inwoners met een migratieachtergrond. Geen enkele Nederlander heeft een voorgeslacht dat zolang de geschiedenis zich kan heugen altijd een eeuwig is ontsproten uit Nederlandse klei.

Het wordt tijd om te beseffen dat zij net zo zijn als wij en dat we daarom beter over ons kunnen spreken als een mensheid die immer in beweging is.

Ilja Leonard Pfeijffer is schrijver en dichter.