Recensie

Het zinderende zombieduo Dorbeck en Osewoudt

Vroeger was ik hier heel erg tegen geweest: Max Havelaar met Zombies. Ik had me voorgesteld hoe Multatuli zich in zijn graf had omgedraaid, wat heet, hoe hij zijn asresten bijeen had geveegd en hoe hij dan als een reusachtige ondode wolk de burelen van uitgeverij Luitingh-Sijthoff was binnengezweefd om daar met een allesbehalve virtuele bijl de boel kort en klein te slaan. (Tot hij afgeleid werd door de nieuwe Dan Brown, Multatuli is/was ook maar een mens).

Zombies dus. Het idee is niet nieuw (Pride and Prejudice With Zombies bestond al), maar nu heeft Martijn Adelmund een nieuwe versie van de Havelaar gemaakt, waarin ook zombies voorkomen. Natuurlijk krijgt de arme Batavus Droogstoppel het dadelijk te verduren, als hij met zijn zoon Frits een rariteitenkabinet aan de Westermarkt bezoekt. Daar wordt een opgezet gorilla-achtig wezen tentoongesteld, dat lijkt te bewegen. Een mechaniek, veronderstelt Droogstoppel, maar het wezen blijkt grote vaardigheden en kwade zin te hebben. Het krijgt zoon Frits te pakken: ‘Er klonk een misselijkmakend gekraak toen door de snijtanden van het wezen het hoofd van Frits spleet als een kokosnoot. Zijn ogen draaiden weg, vlak voordat zijn schedel het begaf en de zachte inhoud naar buiten droop, waar de griezel zich gretig aan tegoed deed.’ Waarna Adelmund (een naam waar ik na de voorgaande scène ook een beetje wantrouwig van word) kalmpjes het verhaal van Max Havelaar herneemt. Voor ik het wist zat ik met de gewone en de zombie-Havelaar op de bank verschillen te zoeken. (Het blijft een geweldig boek, die echte Havelaar). Uiteraard blijkt onze assistent-resident een begaafd zombiejager, maar in de loop van het boek verschoof mijn oordeel steeds meer van ‘geinig’ naar ‘boeiend’. Adelmund gebruikte ook elementen van Couperus’ De stille kracht, nam achterin een aantal verwijzingstabellen op en benadrukte het blijvende politieke belang van het boek. Eigenlijk was dit het gedroomde boek geweest voor de manifestatie Nederland Leest, die deze week begint en waarvoor lezers in de bibliotheek een boek cadeau krijgen om aan de hand daarvan over democratie te discussiëren.

Intussen zie ik een weids landschap van herschrijvingen: De donkere kamer van Damokles met het zinderende zombieduo Dorbeck en Osewoudt, Nescio (‘Zombies waren we...’) en natuurlijk Knielen op een bed vol zombies, waarin de bloembedden bewegen en de spookverschijningen in parade door de heg komen gekropen om de weke massa uit de buik van de arme Hans Sievez te persen. Het is sneu voor bepaalde personages (ze zullen Jörgen Hofmeester uit Tirza en Stijn uit Komt een vrouw bij de dokter ook wel te grazen nemen), maar we moeten er wat voor over hebben om de Nederlandse literatuur wakker te kussen. (Zelf lees ik door in de zombieloze Havelaar, maar vertel dat liever niet aan de ondode bij mijn voordeur.)