Het fingerspitzengefühl van Fiege

Handbal

Bondscoach Joop Fiege van de mannenploeg wil niets weten van een vergelijking met het succesvolle Nederlandse vrouwenteam.

Foto John van Hamond

Minachting is het niet, daarvoor heeft Joop Fiege te veel respect voor de succesvolle Nederlandse handbalsters. Maar trek geen parallel met de handballers, zegt de bondscoach. In de mannenbiotoop is de concurrentie internationaal moordend, op sportief, fysiek en financieel vlak. „In toplanden draait het om de mannen, dan is er een poos niks en pas daarna komen de vrouwen.”

Nederland volgde de omgekeerde weg. Het handbalverbond zag kansen voor het vrouwenteam en heeft daarin geïnvesteerd. Met resultaat, vooral ook dankzij de aanwezigheid van een viertal uitzonderlijke talenten.

Zulke toppers ontbraken de laatste jaren bij de Nederlandse mannen, erkent de 54-jarige Fiege. „Die heb je wel nodig om door te stoten naar de top. Een ander obstakel is het geld. In het mannenhandbal gaat misschien wel acht keer zoveel geld om als bij de vrouwen. Een internationale topspeler verdient al gauw een miljoen euro per jaar. Kom daar bij de vrouwen eens om. En dan is er de fysieke component. Bij de vrouwen rolt een talent van negentien, twintig jaar zo de Duitse Bundesliga binnen. Dat is bij de mannen ondenkbaar, daarvoor is het niveau er veel te hoog.”

De opvatting dat wat bij de vrouwen kan toch ook bij de mannen moet lukken, is in Fieges ogen simplistisch. „Een speler van negentien moet zulke schouders hebben”, zegt hij, waarbij hij met zijn handen de omvang van een ‘kleerkast’ aangeeft. Zulke fysieke proporties vereisen een langdurig krachtprogramma. Spiermassa kweek je niet in een paar weken. En kracht heb je nu eenmaal nodig in de stevige gevechten rond de cirkel, een harde wet in het mannenhandbal.

Ander voordeel bij de vrouwen is de Handbalacademie op het nationale sportcentrum Papendal. Die scholing heeft naar Fieges berekening zo’n veertig tot vijftig Nederlandse speelsters naar sterke buitenlandse competities gebracht. „Wij mannen moet het doen met zo’n vijftien spelers in vreemde dienst”, zegt hij, overigens zonder afgunst. „Willen wij ook de internationale top halen, dan is een academie een must. De vijver moet groter worden. Voor een klein land als Nederland is het een kwestie van zelf opleiden en spelers laten doorgroeien in het buitenland. Zie het voetbal, waar bijvoorbeeld Robin van Persie was uitgeleerd bij Feyenoord en bij Arsenal een topspeler werd.”

Beperkingen

Fiege, een grote, kale man met een open blik, aanvaardt de beperkingen. Neem deze week, waarin de Nederlandse handballers EK-kwalificatiewedstrijden afwerken tegen olympisch kampioen Denemarken (donderdag) en Hongarije (zondag), een ander topland. Hij heeft minder dan een week om het team klaar te stomen voor die twee duels, waarvan Fiege de wedstrijd tegen Hongarije als cruciaal bestempelt. „We kunnen alleen van Denemarken winnen als zij nog met hun olympische medailles staan te zwaaien. Als wij alles geven en het zit mee, dan hebben we tegen Hongarije een kansje. Dat zullen we nodig hebben om tot de beste nummers drie (vóór Letland) te horen die via play-offs nog uitzicht op het EK hebben. Ik geef deze week in tweeëneenhalve dag in feite de spoedcursus: Hoe winnen we van Hongarije.”

Teambouwer

Het liefst zou Fiege, een Amsterdammer die door het handbal tot zijn volle tevredenheid is uitgeweken naar Emmen, fulltime met de nationale ploeg werken. Dan zou hij aan een team bouwen dat snel, beweeglijk handbal met een gesloten verdediging speelt, geheel volgens de Nederlandse school. Dan zou zijn kracht als teambouwer ook beter tot zijn recht komen, denkt hij.

„Daarvoor heb ik het fingerspitzengefühl”, zegt de bondscoach, die zijn functie combineert met die van clubcoach van het Zwitserse RTV 1879 Basel. „Nee, ik kan dat niet precies duiden, maar weet wel dat ik het kan vertalen in de trainingsvormen en in de sociale omgang. Maar vooral in presteren. Wie alles verliest, kan niet meer recht lullen wat krom is.”

Maar zijn de handbalsters nooit onderwerp van gesprek? Fiege: „Niet echt. De spelers kijken eerder naar de basketballers. Zo van: als zij zonder veel faciliteiten het EK kunnen halen, moet ons dat ook kunnen lukken.”