Vonnis Brits gerechtshof bevestigt: Brexit is uiterst complex

Vonnis Britse rechters Premier May wilde het Lagerhuis liever passeren, maar bezorgde burgers staken hier via de rechter een stokje voor.

Foto Toby Melville/Reuters

Na tienen stijgt er ongebruikelijk geroezemoes op in The Cinnamon Club, een deftig restaurant in de buurt van Westminster waar de Eggs Bombay lekker pittig zijn en de sfeer bedaagd. Het is een plek waar politici, diplomaten, lobbyisten en ambtenaren afspreken. Nu wordt de rust verstoord. „Uiterst onverwacht”, zegt een man in donkerblauw pak tegen zijn tafelgenoot. Mensen fronsen en zuchten. Terwijl anderhalve mijl verderop voor het gerechtshof tegenstanders van de Brexit elkaar juichend in de armen vallen, beseft men in The Cinnamon Club dat de uitspraak van de rechters het complexe Britse uittreden uit de Europese Unie nog ingewikkelder hebben gemaakt.

Miller v. Secretary of State for Exiting the European Union’ wordt nu al een van de belangrijkste constitutionele rechtszaken van de afgelopen decennia genoemd. De zaak was aanhangig gemaakt door Gina Miller, een belegger bij een investeringsmaatschappij, de Londense kapper Deir Dos Santos en Britten die elders in de EU wonen. Zij betoogden dat May de democratie geweld aandoet door het parlement te passeren.

De rechters Thomas, Etherton en Sales besloten dat de regering van Theresa May niet het recht heeft de Europese Unie formeel op de hoogte te stellen van het vertrek van het Verenigd Koninkrijk. Die bevoegdheid ligt bij het parlement. Dat betekent dat het VK pas een begin kan maken met de uittreding als er door het Lager- en Hogerhuis een wet is aangenomen die daartoe besluit. De debatten en het wetgevingsproces kunnen maanden duren, waarschuwen politicologen.

Oppositieleider Jeremy Corbyn riep premier May donderdag al op snel met voorstellen te komen hoe en wanneer het parlement de debatten over uittreding zal voeren. „Er moet transparantie komen over de voorwaarden van uittreden”, zei de Labourleider.

Te veel inzicht

May en haar medestanders zijn tegen parlementaire betrokkenheid, omdat ze vrezen dat de openbare debatten de Europese instellingen en de regeringen van de overige 27 leden voortijdig te veel inzicht geven in de onderhandelingsstrategie. Ook vrezen zij dat het parlement te veel dwingende eisen oplegt, zoals de garantie dat het Verenigd Koninkrijk zeer goede toegang blijft houden tot de interne markt.

De kans is echter klein dat deze uitspraak een Brexit van tafel veegt. Een meerderheid van de Lagerhuisleden was weliswaar in aanloop naar het referendum voor EU-lidmaatschap. Maar een meerderheid vindt dat de uitslag van het raadgevend referendum van 23 juni gehoor moet krijgen. Keir Starmer, de Labour-woordvoerder over de Brexit in het Lagerhuis, zei dat de parlementaire onderhandelingen moeten gaan over hóé het VK de EU verlaat en niet óf dat gebeurt.

Ironisch genoeg zijn het vooral politici en organisaties die voor een Brexit zijn die nu grote kritiek hebben op de uitspraak van het gerechtshof, terwijl zij juist willen dat het Britse parlement weer oppermachtig is en rechters in het VK weer de hoogste autoriteit zijn. „Onze democratie wordt beschadigd door een elitaire groep mensen in de rechterlijke macht”, zei Richard Tice, vicevoorzitter van actiegroep Leave means Leave. „Een stemming in het parlement is onnodig, een verspilling van tijd en verraad van de democratische wil van het volk”, vervolgde hij.

Uiterst complex

De uitspraak bevestigt wat academici al langer zeggen: alleen al de Britse kant van uittreden, los van de onderhandelingen met Brussel, is uiterst complex. De Schotse eerste minister Nicola Sturgeon overweegt om zich te voegen in de rechtszaak over artikel 50. De kans is aanwezig dat het Schotse parlement alsmede Noord-Ierland en Wales eisen dat ze mogen meepraten over uittreding.

Dat is nog maar het begin. Als de Brexit eenmaal in gang is, volgen nog meer ingewikkelde onderwerpen. Op terreinen waar nu EU-regels gelden of waar Europees geld naartoe stroomt, moet besloten worden wie daar zeggenschap over krijgt: de regering in Londen of die in Edinburgh, Belfast en Cardiff. Wordt, bijvoorbeeld, het landbouwbeleid straks een Britse aangelegenheid of een Schotse, Noord-Ierse of Welshe? De Brexit zal niet alleen de relaties tussen de EU en het VK, maar ook de machtsverhoudingen tussen de landen binnen het VK veranderen.

De regering van Theresa May gaat in beroep tegen de uitspraak van het gerechtshof. Waarschijnlijk zal de zaak in december voor het Hooggerechtshof komen.

De hoogste rechters van het land kunnen besluiten het Europese Hof van Justitie om advies te vragen. En de verliezers kunnen na een uitspraak van het Hooggerechtshof naar Luxemburg stappen. Het is dan aan de EU-rechters van wie May en consorten zo graag af willen te besluiten hoe de Brexit verder zal verlopen.