Feiten? Wij denken er zo het onze van

Complotten

Van de aanslagen op de Twin Towers tot en met aids: de samenzweringsgelovigen hebben het er maar druk mee. En intussen richten ze met hun theorieën schade aan in mensenlevens.

Foto iStock

Je kunt VVD-minister Edith Schippers van Volksgezondheid niet zomaar een complotdenker noemen. Toch is het terecht dat journalist Maarten Reijnders haar naam laat vallen in zijn boek met precies die titel: Complotdenkers. Hoe gevaarlijk is het geloof in samenzweringstheorieën?.

Net vóór de Provinciale Statenverkiezingen in 2015 was er veel slecht nieuws over VVD’ers – minister Ivo Opstelten en staatssecretaris Fred Teeven traden af, Mark Verheijen vertrok uit de Tweede Kamer – en dat was, zei Schippers in De Telegraaf, geen toeval. ‘De één zegt: het is de onderwereld. De ander zegt: het zijn krachten bij Justitie. Een derde zegt: het zijn krachten uit de advocatuur.’ Schippers kon het zelf niet beoordelen, zei ze. ‘Maar er zit ergens een kracht achter.’

Reijnders (1976) laat zien hoe gemakkelijk mensen soms in een samenzwering een verklaring zoeken voor ongemakkelijke feiten of ingrijpende gebeurtenissen (heel populair: de aanslagen van 9/11). Dat kan uit luiheid of gemakzucht zijn: het ligt niet aan mij of mijn partijgenoten, maar aan geheimzinnige ánderen. Je kunt je ook wel eens vergissen. Reijnders noemt misdaadjournalist Peter R. de Vries, die zich in 2006 door een complotdenker op sleeptouw liet nemen in een televisie-uitzending over mogelijk een ándere moordenaar van John F. Kennedy dan Lee Harvey Oswald.

De eerste hoofdpersoon in Complotdenkers is de 19-jarige Tarik die in 2015 de NOS Journaal-studio binnenvalt met een nepwapen om ‘zaken naar buiten te brengen die de huidige samenleving in twijfel trekken.’ De tweede: Thabo Mbeki, president van Zuid-Afrika van 1999 tot 2008, die twijfelt aan de officiële verklaring van hiv/aids en denkt dat de echte oorzaak armoede is. De medicijnen ertegen noemt hij gif. Volgens wetenschappers overleden er door zijn beleid zo’n 330.000 Zuid-Afrikanen veel eerder dan nodig was geweest.

‘Wat is nog normaal?’ vraagt Reijnders zich in het eerste hoofdstuk af. ‘En waar begint de gekte? Het zijn vragen die ik me bij het schrijven van dit boek over samenzweringsgelovigen en complottheorieën vaak heb gesteld.’ Een echt antwoord is daar niet op. Als Edith Schippers het bij dit ene anti-VVD-complot laat, komt ze in een volgend boek over complotdenkers vast niet meer voor.

Reijnders hoopt vooral dat je door zijn boek sneller inziet wanneer een idee of theorie neigt tot complotdenken. Dat kan dan ook je eigen idee of theorie zijn.

Een kijkje in de wereld van die ‘journalisten’

Er komen geen gedragsdeskundigen aan het woord en die mis je niet. Reijnders beschrijft een groot aantal theorieën en de bedenkers erachter. Hij gaat ook zelf naar bijeenkomsten van complotdenkers, bijvoorbeeld over de aanslagen van 9/11. En hij zoekt mensen op die zichzelf meestal onderzoeksjournalist noemen en bijvoorbeeld al heel lang achter de (oud)-secretaris-generaal van Justitie Joris Demmink aan zitten, omdat hij volgens hen pedoseksueel is. Hij zou met zijn dienstauto jonge jongens hebben opgepikt om hen te misbruiken. Maar hij zou ook criminelen beschermen en onschuldigen laten vastzetten.

Reijnders laat zien hoe die ‘journalisten’ leven en denken, en soms ook worden gebruikt en gesteund door niet-complotdenkers met eigen belangen. Het lukt hem om je aan het eind van het boek achter te laten met het idee dat die ‘journalisten’, en hun schare volgers, vooral zielige figuren zijn – soms getraumatiseerd, bijna altijd eenzaam.

Maar wat je als lezer vooral bijblijft, is de enorme schade die complotdenkers met hun obsessies kunnen aanrichten in de levens van mensen. Reijnders beschrijft bijvoorbeeld hoe de ‘klusjesman’ in de zogenoemde Deventer moordzaak eraan toe was: hij zou – vooral volgens opiniepeiler Maurice de Hond – de echte moordenaar zijn geweest en niet de veroordeelde Ernest Louwes.

De klusjesman had overwogen om zelfmoord te plegen, zijn vriendin vertelde dat de ruiten van hun huis waren ingegooid, ze waren achtervolgd, uitgejouwd, bespuugd.

Het is een treurige conclusie van het boek. Als mikpunt van een samenzweringszoektocht kom je misschien wel nooit meer helemaal van alle ellende af. Omdat er steeds weer journalisten of advocaten zijn die denken – en dat kán ook – dat de verhalen van complotdenkers toch kloppen.