Eetbuien, janken, flippen. En dan goud

Judo

Juul Franssen (26) won na een zware periode de Grand Slam van Abu Dhabi. Maar haar coach Mark van der Ham was niet welkom.

Foto Andreas Terlaak

‘Als Mark er vorig jaar niet was geweest, dan had ik hier nu niet gezeten, en dan weet ik ook niet of ik nog wel judoka was geweest. Als je de bodem raakt, ontdek je pas echt wie je in dit leven kunt vertrouwen.

Het was 6 oktober en ik kwam rond vier uur ’s middags thuis van mijn techniektraining. Ik zag mijn man wel wat ijsberen maar ik stond helemaal in de judomodus, dus ik liep gelijk door naar de keuken om te gaan koken. Want de krachttraining begon alweer snel. Ik zag niets aankomen.

Mijn man had het wel moeilijk met zichzelf de laatste maanden, wist niet goed wat hij moest, een beetje dat dertigersdilemma denk ik. Ik trok me dat aan, ik ben een zorgzaam type, gefocust op de ander, ik cijfer mezelf weg. Hij was ineens veel gaan duursporten en wilde een marathon lopen, en ik had bedacht dat hij misschien niet goed at, dat hij zich daardoor niet lekker voelde. Dus ik naar mijn trainers om te vragen of dat logisch was, en die zeiden: ‘Stuur hem naar de dokter.’ Hij stemde ermee in, maar ik mocht niet mee naar de spreekkamer. Raar, hij is mijn man, ik wil weten of het goed met hem gaat. Nu weet ik dat hij daar al vertelde waar hij echt mee zat. Een GGD-arts adviseerde hem een paar dagen later eerlijk tegen me te zijn.

Dat deed hij toen ik stond te koken. Hij draaide het fornuis uit en vroeg me mee te komen naar de woonkamer. Ik dacht nog dat er iemand dood was. ‘Ik ben er de afgelopen dagen achter gekomen dat ik niet meer met je verder wil’, waren zijn woorden. Dertien jaar relatie, anderhalf jaar getrouwd, een koophuis, in één keer weg. Was er iemand anders? Ja, zei hij, maar dat was niet de reden dat hij bij me weg wilde. Ik flipte helemaal de pan uit. Ik heb nog relatietherapie voorgesteld, maar dat wilde hij niet. Niemand snapte het.

Toen ik alleen was heb ik Mark gebeld en ben ik naar de sportschool hier in Hoogvliet gereden. In de kantine heb ik zitten janken als een klein kind. Mijn relatie was altijd belangrijker geweest dan mijn topsport. In 2010 wilde ik verhuizen van Helmond naar Rotterdam om stappen te maken in mijn carrière, te gaan trainen met Hans Kroon en Mark van der Ham [judocoaches]. Als mijn man toen niet met me mee had willen gaan, was ik nu misschien geen topsporter meer geweest. Ik had me zeker aan hem aangepast. Later kwamen daarover de verwijten: het is kapotgegaan omdat ik naar Rotterdam wilde.

Ik kon een kamer krijgen bij Guusje [Steenhuis, ook topjudoka] in haar appartement in Hoogvliet. Daar kreeg ik paniekaanvallen, hyperventilatie, ik begon met eetbuien – chocola en ijs. Vaak was ik alleen, en ik wilde het ook alleen oplossen, dat hoorde als topsporter. Dan ging ik onder de douche zitten wachten tot zo’n aanval overging. Maar als er dan weer een brief van de advocaat kwam, begon het opnieuw. Mijn man en ik zijn twee jaar terug in gemeenschap van goederen getrouwd en we kwamen er niet met elkaar uit wie wat zou krijgen. Daardoor sliep ik niet, stuurde ik om drie uur ’s nachts mailtjes naar Mark en Hans om alles van me af te schrijven, bang voor mezelf, bang waar dit zou eindigen. Mijn gedachten waren als wolkjes die ik maar niet kon vastpakken. En ik moest nog judoën. Op de Grand Slam van Parijs [17 oktober 2015] won ik zilver. Janken tijdens de warming-up van elke partij. Mark zei: ‘We gaan nu opwarmen, nu sparren.’ Alles in stapjes. Als ik de mat op kwam, voelde ik niets meer. Ik wilde ook niets meer voelen. Was de partij voorbij, begon het huilen weer.

Een half jaar lang heb ik therapie gehad, en Mark is altijd meegegaan. Hij moet weten wie ik echt ben, wat ik voel, hoe hij met me om moet gaan in moeilijke situaties. Hij is als een verlengstuk van mijn familie, ik vertrouw hem blind.

Maar sinds september mag hij niet meer met me mee naar judotoernooien. In januari had Henry Bonnes [technisch directeur judobond] al aangekondigd dat ik na de Spelen niet meer met Hans mocht werken omdat hij niet de aangewezen krachttrainer zou worden. En trainen op Papendal zou verplicht worden. Over Mark waren ze nog niet zeker. In een tweede gesprek zei hij: ‘Als jij niet per 1 september op Papendal komt trainen, neem ik je je A-status af.’ Van dat gesprek heb ik notulen gemaakt en die naar het bondsbestuur gestuurd. Maar ik heb niets gehoord.

Vlak na de Spelen van Rio kwam Bonnes met een ultimatum. Binnenkort moet ik ondertekenen dat ik per september 2017 op Papendal ga trainen, onder de bondstrainers. Mark mag dan niet meer naast de mat staan op toernooien. Maar ik wil richting de Spelen van Tokio geen concessies doen, ik wil trainen met de mensen die ik vertrouw en ik wil blijven studeren in Rotterdam. Krijg ik het de komende drie jaar niet in één keer af, dan heb ik een enorme studieschuld. Als de judobond een regeling kan treffen én ik met mijn trainers mag blijven werken, dan is het goed.

Afgelopen weekend was mijn eerste toernooi zonder Mark, de Grand Slam van Abu Dhabi. We hebben gebeld en hij stuurde ingesproken berichten. Zo wist ik wat me tegen welke tegenstander te doen stond. In de finale stond ik tegen een Oostenrijkse die ik al vier keer had verslagen. Ik won met een vol punt. Goud, na al die ellende. Ik belde gelijk met Mark en ik hoorde hoe trots hij op me was. Dat was het mooiste moment uit mijn carrière.”

Henry Bonnes gaf desgevraagd aan niet op individuele gevallen in te gaan.