Interview

Drummen zonder veiligheidsnet

Muziek Drummer Makaya McCraven improviseert er op los op het podium. Dit weekend staat hij op So What’s Next in Eindhoven.

Foto Andreas Terlaak

Een juichende recensie in The New York Times? Drummer Makaya McCraven (33) trok zijn haren er van geluk uit. Maar krijgt hij daar meer optredens door? Komen er meer mensen naar zijn show? Levert het extra geld op? Het zijn vragen waar de muzikant uit Chicago nog even geen antwoord op heeft. Het is niet te meten, maar zijn naam prijkt sinds kort wel als headliner op concert- en festivalaffiches.

Dat Makaya McCravens naam als bandleider en exceptionele drummer rondzoemt in de hippe muziekscene die jazz aan hiphop en elektronica verbindt, is een grote verandering voor de drummer. Komend weekend doet McCraven tijdens zijn Europese tournee het festival So What’s Next in Eindhoven aan. „Ik heb de afgelopen vijftien jaar in zoveel bands van anderen gespeeld in uiteenlopende genres”, zegt hij. „Jazz, hiphop, Afrikaanse muziek, Hongaarse folk, indierock,… Fulltime muzikant zijn is hard werken. Mijn gezin is één, maar mijn concerten, mijn werk hóuden en geld verdienen, komt soms net hoger. Lunchgigs, corporate events, dinershows, studiowerk; álles deed ik. Alles behalve een gewone baan.”

Dat zijn eigen muziek nu aanslaat is een „onbeschrijfelijk” gevoel, aldus McCraven, net voordat hij zijn masterclass voor Rotterdamse conservatoriumstudenten op het podium van Grounds begint. Het album dat hij deze tournee uitvoert, In The Moment, is het resultaat van een jaar lang, iedere dinsdag, voor de vuist weg jammen in The Bedford, een kleine club in Chicago. De opnametapes draaiden mee, terwijl jazzmusici in sessies voluit improviseerden. Daarna, in de postproductie, versneed McCraven die opnames, om het materiaal vervolgens opnieuw via samples en loops - „eigenlijk gewoon de hiphopmethode”, tot iets nieuws om te vormen.

Let your suckyness shine, zeg ik tegen mijn band

Reduceren leidt tot nieuwe, compactere composities. „Ik kan ideeën uit een collectieve improvisatie totaal anders laten klinken of laten betekenen. Wat een deel was van het oude jazzvocabulaire, bijvoorbeeld een quote uit een oude standard, een lick of een melodie van iets anders, wordt iets moderns en nieuws”, zegt McCraven. „Dat voelt steeds weer fris.”

Live brengt hij, met onder meer de evenzo opkomende trompettist Marquis Hill, alles samen. In zijn ‘organic beat music’ stuurt Makaya McCraven niet alleen aan met onnavolgbare grooves, maar mengt er ook met zijn computer eerder opgenomen beats in repetitieve patronen in. „In het moment, zoals de plaat ook heet, laten we alles los. Improviseren is gáán, hoe verschrikkelijk risicovol ook. Als het veiligheidsnet verwijderd is, voegt dat drama aan de muziek toe.” Het zijn de ego’s die het lastig maken. „Let your suckyness shine, zeg ik liever tegen mijn band. Die allerhoogste standaard is vaak onbereikbaar, je blokkeert dan. Beter speel je hoe je je op dat moment voelt.”

Een jazzdrummer als vader

Dat de in Parijs geboren, in Massachusetts opgegroeide Makaya zijn vader, avant-garde jazzdrummer Steve McCraven, in het vak zou volgen was nauwelijks een verrassing. „Ik oefende al drumsolo’s met mijn vader toen ik nog bij hem op schoot zat. Zijn handen om mijn babyhandjes.” Vroeg kreeg de jonge Makaya dan ook de kans om mee te spelen als zijn vader optrad met musici als tenorsaxofonist Archie Shepp. Rond zijn twaalfde had Makaya zijn eigen eerste betaalde optredens. Hij blonk uit in school- en studentenbands.

Zijn vaders gedisciplineerde manier van repeteren, zijn mantra-achtige workouts op de drums zijn nog steeds een voorbeeld voor hem, zegt McCraven. „Mijn vader is echt één met zijn instrument.” Maar ook zijn moeder, de Hongaarse folkzangeres Agnes Zsigmondi, stond aan de muzikale basis. Als zij haar Hongaarse volkszanglessen gaf, zat Makaya er in een hoekje bij. De muziek op zijn moeders elpees, haar liederen met de verschillende toonladders en de timbres, zijn een deel van hem. „Mijn liefde voor vreemde maatsoorten in Oost-Europese muziek komt van haar. Mijn moeder zong ze zó mijn ziel in. Volksmuziek heeft nog altijd mijn mateloze interesse. Hoe de muziek via de orale traditie reisde en verbond, van een begrafenis tot de liefde. Dat is ook de kern van jazz, denk ik: overdracht.”

McCraven woont nu tien jaar in Chicago, waar zijn vrouw werkt aan de Northwestern-universiteit. Ze hebben twee kinderen, van 2 en 6 jaar. Het vele reizen voor de muziek, lijkt op zijn eigen jeugd. Hij begrijpt zijn ouders nu veel beter. „De realiteit waarin zij leefden, onderweg van concert naar concert, is ook de mijne.” En, de vonk springt al weer over. Zijn dochter had net haar eerste drumles.