Chicago Cubs winnen World Series voor het eerst in 108 jaar

De Cleveland Indians werden in Ohio in een zenuwslopende en spectaculaire beslissende zevende wedstrijd met 8-7 verslagen na tien innings.

Foto Gregory Shamus/AFP

Het is dan eindelijk zover: de Chicago Cubs zijn niet langer de eeuwige verliezer. Voor het eerst sinds 108 jaar hebben ze de World Series, de finaleserie van het Amerikaanse honkbalseizoen, gewonnen. Daarmee komt een einde aan een historische ‘droogte’, langer dan die van elk ander professioneel team in één van de vier grote Amerikaanse sportcompetities. De Cleveland Indians werden in Ohio in een zenuwslopende en spectaculaire beslissende zevende wedstrijd met 8-7 verslagen na tien innings.

Lang zag het ernaar uit dat het de Cubs waren die af zouden rekenen met het verleden. In de achtste inning leidde de ploeg, de beste van het reguliere seizoen, nog met 5-3. De normaal altijd zo betrouwbare Aroldis Chapman, duidelijk overwerkt na ook de afgelopen twee wedstrijden innings te hebben gegooid, kon als werper de wedstrijd niet uitgooien. De Indians kwamen op gelijke hoogte en de wedstrijd ging naar extra innings. Een partij die toen al vier uur duurde, werd extra verlengd door hevige regenval.

In de tiende inning was het eerst Ben Zobrist die met een honkslag voor een voorsprong zorgde. Jesus Montero breidde die vervolgens uit. Rajai Davis, die eerder in de wedstrijd met een homerun voor de gelijkmaker had gezorgd, zorgde met zijn honkslag voor nog een run voor de Indians, maar daar bleef het bij.

Vloeken

Het was zoeken naar een wedstrijd in de Verenigde Staten, zeker in het honkbal, waar zoveel meer op het spel stond dan alleen die titel. Want het was een titel die voor de Cubs en de Indians zo lang zo ongrijpbaar was. Want ook de Indians hadden al decennia geen titel kunnen vieren. In 1948 wonnen ze voor het laatst de World Series.

Er speelde zoveel folklore op de achtergrond. Beide ploegen sleepten al jaren hun eigen vloeken met zich mee. De Cubs-bijgelovigen zaten al sinds 1945 opgescheept met de beroemde Billy Goat-vloek, vernoemd naar de man die tijdens de World Series in dat jaar het stadion bezocht met zijn geit, maar werd verzocht te vertrekken. Waarna hij de club vervloekte. Maar ook de ‘black cat’-vloek, een verwijzing naar het moment dat het seizoen van 1969 instortte nadat een zwarte kat in een wedstrijd tegen de New York Mets in Shea Stadium achter de dug-out had gelopen. Of die van Steve Bartman, de fan die in 2003 in de play-offs een bal ving die speler Luis Castillo nog had kunnen vangen. De inning liep uit de hand, de wedstrijd ook, en daar ging het seizoen. Weg zijn die vloeken nu.

De Indians hadden hun eigen varianten. De bekendste wellicht die rond oud-speler Rocky Colavito, die naar de Detroit Tigers vertrok in 1960. Een transfer die niet goed viel. Een honkbaltitel had de stad Cleveland een uitzonderlijk jaar bezorgd. Een stad die tot dit jaar sinds 1964, toen de Cleveland Browns (American football) een titel pakten, niets op sportgebied had kunnen vieren. Aan de droogte van de stad werd in juni een einde gemaakt toen aan de hand van LeBron James de Cavaliers ten koste van de Golden State Warriors de NBA-titel wonnen.