Bij de familie Luiken kolkt de wind om het huis heen

Reportage in Noord-Holland

Ed Nijpels, pleitbezorger van groene energie, en de Sociaal-Economische Raad onderschatten waardedaling huizen en slaapproblemen nabij windmolens.

Ed Nijpels, pleitbezorger van groene energie, en de Sociaal-Economische Raad onderschatten waardedaling huizen en slaapproblemen nabij windmolens. Foto's: Jordy Rietbroek

Vandaag is het rustig. De wieken van de twee windturbines in Nieuwe Niedorp, een gehucht in de kop van Noord-Holland, draaien rond op hun dooie akkertje.

Nee, een windstille dag als vandaag is niet het probleem. Maar „zo’n beetje vanaf windkracht vier” houden Wim en Carolien Luiken ramen en deuren dicht – laat staan dat ze in de tuin gaan zitten. Niet aan de voorkant, want daar staat een windmolen te zoeven, in de akker 240 meter verderop. En niet aan de achterkant van het huis, waar 375 meter verderop, voorbij het groenekolenveld, óók een windmolen staat.

web_0411binmolen2

Het gezin Luiken woont precies tussen twee windturbines in. Daar hebben ze last van – van het geluid, van de wind, en van de ontwaarding van hun huis: de WOZ-waarde is sinds ze er zijn komen wonen met 40.000 euro gedaald. En hun geval is bijzonder, benadrukken ze, omdat ze op zo’n eigenaardige plek wonen. Woefff, woefff, doet Wim voor, een dof klappend geluid. „Elke keer als de wiek langs de mast slaat. Het is een rotherrie.” Als het stormt, zegt Wim Luiken, „moeten we de televisie harder zetten”. Toen het er nog maar één was, konden ze op een slechte nacht nog aan de andere kant van het huis gaan slapen. Nu zijn ze omsingeld.

Carolien Luiken legt uit dat het probleem vooral „de cumulatie” is. „Het is hier net het punt waar de luchttrillingen bij elkaar komen. Buren die dichter bij de turbines wonen hebben minder overlast, waarschijnlijk omdat ze er vlak onder zitten.” Wim Luiken: „Je moet het zien als de schroef van een boot, die draait ook en brengt het water aan het kolken. Hier kolkt de wind om het huis heen.”

Feiten niet op orde

Het echtpaar Luiken ervaart precies wat belangenorganisaties van omwonenden al jaren zeggen: dat de overheid hun problemen bagatelliseert. Het grote belang – meer duurzame energie – gaat simpelweg voor. En inspraak, over plek en grootte van windmolens bijvoorbeeld, is er al evenmin.

Volgens Albert Koers, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Omwonenden Windenergie (NLVOW), slaat de overheid de plank mis door de bouw van tientallen grote windmolens – in de kop van Noord-Holland, in de Noordoostpolder, maar ook bijvoorbeeld in de Drentse Veenkoloniën – door te drukken. En door eenzijdige informatie te geven over nut en noodzaak van de molens.

„De overheid bedrijft vaker propaganda”, zegt Koers, emeritus hoogleraar rechten. „Bijvoorbeeld om te voorkomen dat burgers gaan roken. Dat vind ik prima, maar in de discussie over windenergie zit het anders. Daar wordt misleidende informatie gepresenteerd als feiten – omdat er nou eenmaal is afgesproken dat er heel veel windmolens bij moeten komen. Het lijkt wel alsof niemand meer rustig nadenkt.”

Koers stapte daarom, samen met een andere belangenvereniging, naar de Nationale Ombudsman. En die geeft hem nu gelijk: Ed Nijpels, pleitbezorger van de groene zaak, en de Sociaal-Economische Raad hebben de feiten over windmolenparken niet op orde. Op het gebied van de mogelijke waardedaling van huizen nabij molens en slaapproblemen moeten Nijpels en de SER hun huiswerk beter doen, aldus de Ombudsman.

web_0411binmolen3

Nieuwe windturbine

Dit moeten Wim en Carolien Luiken toegeven: de twee windmolens stonden er al toen ze hier kwamen wonen. Die ene aan de voorkant, die namen ze op de koop toe. Maar, wijst Wim Luiken in zijn achtertuin, deze turbine stond er nog niet: er stond een andere, veertig meter hoog, iets verderop, half verscholen achter een stel huizen. Tot er op een dag plotseling een hijskraan aan kwam rijden, om een nieuwe windmolen te plaatsen. Midden in de akker, 64 meter hoog. Ze wisten nergens van – de gemeente Hollands Kroon, waar Nieuwe Niedorp onder valt, heeft geen gemeentelijk krantje meer waarin dit soort aankondigingen over de ruimtelijke orde te lezen zijn. De Luikens hadden niet op de site van de gemeente zien staan dat de vergunning voor de nieuwe, grotere windmolen verleend was. En niemand van de gemeente had het ze verteld. Dát steekt, zegt Wim Luiken: „Ze hoeven me heus niet voor elke nieuwe dakkapel te bellen, maar het lijkt me toch wel dat de gemeente de omwonenden in de overlastzone hiervan even op de hoogte stelt?”

Carolien Luiken pakt een dikke ordner, waar ze alle correspondentie en informatie in heeft samengevoegd, alle bezwaarschriften, allemaal afgewezen. De Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland, die de windmolens plaatst, is wel een keer komen meten of er sprake was van overlast, „maar alleen halverwege het kolenveld, niet in onze tuin of in huis”.

web_0411binmolen1

Geen stiltegebied

Het probleem was: de norm. Hun geluidsoverlast mocht geen overlast heten, want het geluid van de windmolens viel nét binnen de gestelde norm. „Twee decibel scheelde het”, zegt Carolien Luiken. Was er wellicht sprake van ‘bijzondere lokale omstandigheden’, tussen de twee turbines in? De plek geniet „geen bepaalde bescherming en is ook niet aangewezen als stiltegebied”, was het antwoord van de Regionale Uitvoeringsdienst. De gemeente heeft laten weten zich te beroepen op de „beleidsvrijheid” en „beoordelingsvrijheid” om geen maatregelen te nemen om het gezin tegemoet te komen.

Allemaal geregeld in de wet. Dus pech. Maar dient de wet ook de burger, vragen Wim en Carolien Luiken zich af, of alleen de exploitanten van de windmolens? Vandaag is misschien een prettige dag, omdat de turbines stil zijn, maar voor de berekening van de norm is dat voor de omwonenden juist onvoordelig. Wim Luiken: „Ze nemen het gemiddelde. Als het morgen windkracht 6 of 7 is, hebben wij overlast, maar als het daarna dagenlang windstil is, gaat het gemiddelde omlaag.” Dat is volgens de Luikens alsof je buurman veel lawaai maakt, maar je daar niets van mag zeggen omdat hij anders zo vaak stil is.

Zeuren ze? Ze willen gewoon gehoord worden, zeggen ze. Ze willen dat de overheden zich niet „verschuilen achter de regeltjes”, maar klachten van omwonenden serieus nemen. Dát, vinden ze, is er mis met de windmolenkwestie in Nederland.