Allerzielen

CULRoosmalen 1

Het was Allerzielen. In Velp werd pastoor A.J. Schaars met enig ceremonieel herbegraven. De kist met het stoffelijk overschot van de verzetsman die na de oorlog levend terugkeerde uit Dachau, was afgedekt met een Nederlandse vlag en werd met een koetsje door het dorp gereden.

De burgemeester deed een woordje, een priester zegende het graf en daarna ook alle andere graven. Schrijver Jan Siebelink was nadrukkelijk onopvallend aanwezig op de begraafplaats aan de Bergweg die landelijk bekend werd door zijn boek Knielen op een bed violen en waar hij voor later alvast een graf heeft gereserveerd. Na iedere windvlaag streek hij met de hand door het zorgvuldig gekamde halflange, grijze haar.

Naast het graf van mijn vader hadden ze een vuurpot gezet, de vlammen weerkaatsten op het marmer uit China. Mijn moeder, die de steen wekelijks schrobt, had er een heideplant in een pot op gezet. Makkelijk in het onderhoud.

Ik zag haar tussen de genodigden zitten onder het plastic zeil. De stoelen naast haar waren leeg. Niet eerder zag ik haar eenzaamheid zo goed. Ik had met haar te doen en ging naast haar zitten, maar blij werd ze er niet van. Ze had liever dat ik in de regen was blijven staan omdat ik nu misschien een stoel van een ander bezet hield. Ze zou het vervelend vinden als die vanwege mij nat zou regenen. Ik dacht: ik zal jou nog eens verrassen.

Ze fluisterde het laatste nieuws: ze was de sleutel van de achterdeur weer eens kwijt en ze moest nog verse worst halen bij de slager. Een troubadour ging op geheel eigen wijze aan de slag met het nummer ‘De Steen’ van Bram Vermeulen. Ze zei dat mijn vader het prachtig zou hebben gevonden.

„Die muziek?!”, vroeg ik.

„Nee, natuurlijk niet”, zei ze. „Gewoon dit, deze hele herdenking die ze voor hem georganiseerd hebben…”

„En voor alle andere doden die hier liggen”, zei ik.

Ze keek naar Jan Siebelink die even verderop was gaan zitten.

„Waar zou die nu aan denken?”, vroeg ze.

„Aan seks”, zei ik. „Daar denkt hij altijd aan als hij in Velp is, dat maakt dit dorp in hem los.”

De schrijver sprak er tenminste graag over bij zijn optredens in de regio, over wie hij wanneer tegen welke Velpse muur had gedrukt.

Mijn moeder reageerde niet op wat ik zei, dat liet ze mijn vader doen.

„Papa vond de gekleurde schoenen die hij draagt vreselijk…”

Ik had hem daar nooit over gehoord.

Marcel van Roosmalen heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.