Steden en jongeren nemen het voortouw

Protest Steden verhoogden het minimumloon, en de nieuwe generatie activisten doet meer dan betogen alleen.

Een protestleider stuurt betogers weg bij oproerpolitie tijdens een demonstratie naar aanleiding van de dood van Alfred Olango, die werd doodgeschoten door de politie in El Cajon, Californië, in september. Foto Patrick T. Fallon/Reuters

Wie op 29 november 2012 in New York dacht een hamburger bij McDonald’s te gaan halen, kwam voor een dichte deur. Honderden Newyorkse fastfoodwerknemers gingen die dag de straat op om te demonstreren voor een hoger loon. In plaats van de 7,25 die ze per uur verdienden, wilden ze 15 dollar, een eis die als exorbitant werd gezien.

Waarom 15 dollar? In Brooklyn legde activist Jonathan Westin uit hoe het sinds 2009 niet meer veranderde minimumloon van 7,25 maakt dat iemand die full-time werkt toch onder de armoedegrens blijft. Vijftien dollar is een ‘leefbaar loon’.

„Zo veel mensen in deze buurt werken in fastfoodrestaurants, maar kunnen daar hun gezin niet van voeden, hun kinderen niet van kleden, of zich de metro naar hun werk niet eens veroorloven.”

De demonstratie in New York was het begin van een verborgen revolutie onder de naam ‘Fight for 15’. Steeds meer steden en staten komen de 13,5 procent van de Amerikaanse bevolking (43 miljoen mensen) tegemoet die rond moet zien te komen van slecht betaalde baantjes.

In 2014 was Seattle de eerste stad die het minimumloon op 15 dollar per uur bracht. Anno 2016 is een handvol grote steden, waaronder San Francisco, Los Angeles en Chicago, stapsgewijs onderweg naar dat bedrag.

De focus in berichtgeving op de verlamming in Washington verhult het, maar de VS zijn politiek feitelijk springlevend. De patstelling in de hoofdstad heeft ervoor gezorgd dat Amerikanen niet langer wachten op Washington. Met protesten en campagnes op sociale media proberen ze zélf iets te veranderen.

Ter rechterzijde zijn het de ‘soevereine burgers’ , zoals de clan rond de Bundy-broers die begin dit jaar een natuurcentrum in Oregon bezetten, omdat ze land terugclaimden van de federale overheid.

Ter linkerzijde zijn het brede, landelijke protestbewegingen die strijden voor ‘sociale rechtvaardigheid’, zoals ze het noemen.Black Lives Matter of de United we Dream beweging van jonge Latinomigranten, zijn erin geslaagd het debat te veranderen.

De Fight for 15 is het succesvolst: hun doel is in wetten verankerd. Sinds 2013 hebben 18 staten hun minimumloon verhoogd, Californië en New York zelfs naar 15 dollar. In nog vijf staten wordt over verhoging op 8 november over gestemd. Ook bedrijven die tot de grootste werkgevers van het precariaat behoren, zoals McDonald’s, Starbucks en Walmart, hebben het minimumloon verhoogd – naar 10 dollar.

Een wetsvoorstel om het minimumloon landelijk naar 10,10 dollar te trekken, werd door Republikeinen in het Congres geblokkeerd. Uiteindelijk verwezenlijkte Obama het toch in één van zijn executive orders, maar de maatregel geldt alleen overheidswerkers. Hillary Clinton wil naar 12 dollar. Donald Trump laat het aan de staten over.

Vorig jaar april waren er weer demonstraties voor een hoger minimumloon. In ruim driehonderd steden waren tienduizenden mensen op de been. In New York werden de betogers toegesproken door burgemeester Bill de Blasio. Fight for 15, zei hij, „heeft deze stad veranderd, deze staat veranderd en dit land veranderd.”

Sarah Jaffe, een journaliste die de protestgolf van de laatste jaren in kaart bracht in haar boek Necessary Trouble, Americans in Revolt, noemt de financiële crisis het moment dat jong en progressief Amerika de apathie van zich afwierp. „Occupy Wall Street was het eerste teken”, zegt Jaffe aan de telefoon vanuit New York, verwijzend naar de protestbeweging die in 2011 maandenlang een tentenkamp opsloeg in Zuccotti Park in New York, een praktijk die oversloeg naar tientallen andere Amerikaanse en zelfs Europese steden.

Het tegen economische ongelijkheid gerichte Occupy met zijn leus ‘We are the 99 percent’ werd even onthaald als de kiem van een nieuw tijdperk. Maar al snel bloedde de beweging dood en zij geldt sindsdien als teleurstellend. Onterecht, vindt Jaffe. „Occupy heeft het economisch discours veranderd. Mensen beseften dat de neoliberale status quo niet onontkoombaar was. Zonder Occupy was Fight for 15 er niet geweest. Zonder Occupy had niemand Bernie Sanders begrepen.”

Volgens Jaffe heeft de crisis „het systeemdenken weer teruggebracht dat na de val van de Berlijnse muur in onbruik was geraakt. Het discours was: wie arm is, heeft dat aan zichzelf te wijten. Nu is systematisch onrecht, onrecht dat grote groepen mensen tegelijk gevangen houdt in armoede of achterstelling, terug in de discussies. Daarmee worden die groepen ook gemobiliseerd om voor zichzelf op te komen.”

Vandaar, schrijft Jaffe, dat de jaren zestig en zeventig soms wel weer terug lijken in de Amerikaanse politiek. Black Lives Matter is de éénentwintigste-eeuwse variant van de Civil Rights beweging. Fight for 15 kan gelden als een éénentwingtiste eeuwse vakbond, zonder lidmaatschap en met één concreet doel.

Hoe belangrijk is een hoger minimumloon? PBS deed verslag in 2014:

Meer burgerlijke ongehoorzaamheid

Of Amerika nu echt meer burgerlijke ongehoorzaamheid en protestacties kent dan een decennium geleden, is ondertussen moeilijk na te gaan. Er is geen betrouwbare database voor betogingen. Een lijst op Wikipedia van incidenten van ‘civil unrest, rioting en violent labor disputes’ in de VS lijkt evenwel Jaffes waarneming te ondersteunen. Er waren 33 van zulke protestacties in de jaren zeventig, zeven in de jaren tachtig, en elf in de jaren negentig. Daarna gaat het weer omhoog: 15 tussen 2000 en 2010 en na de eerste zes jaar van dit decennium staat de teller al op 21.

Maar het gaat de bewegingen om meer dan demonstreren alleen. De United we Dream beweging van illegale migrantenjongeren kreeg het Congres tot het opstellen van de ‘Dream Act’, een wetsvoorstel dat in de VS geboren kinderen van illegale migranten stappen naar legalisering bood. De wet werd in de Senaat geblokkeerd, maar in 2012 schortte Obama het deporteren van illegale jongeren op.

Soms krijgen overwinningen een wrange bijsmaak, zoals bij het gevecht voor een hoger minimumloon. Walmart moest „een ladder van kansen” worden, zei bestuursvoorzitter Doug McMillon gloedvol toen het bedrijf in 2015 het aanvangsloon omhoogtrok naar 10 dollar – waarna hij 154 winkels in de VS sloot en tienduizenden medewerkers ontsloeg.

De grootste politieke invloed, zegt Jaffe, kwam intussen van een rechtse sociale beweging: de Tea Party. Ook die begon in 2008 met demonstraties en protesten, maar werd razendsnel geannexeerd door grote Republikeinse geldschieters en politici die behendig omhoog surften op de golf van verontwaardiging over de lange arm van Washington. Een nieuwe rechtse vloed zwelt nu aan onder leiding van Trump en zijn campagneleider Steve Bannon (van Breitbart News).

Onvolmaakt systeem

Zover is geen linkse protestbeweging gekomen, al werden ze stuk voor stuk omhelsd door Bernie Sanders en later – terughoudender – door Hillary Clinton. En al mengen ze zich momenteel in de campagnes van kandidaten voor Huis en Senaat die hun doelen ondersteunen.

De verovering van het Congres – zoals de Tea Party eerder deed – is wat Bernie Sanders nu voor ogen staat. Met de organisatie Brand New Congress wil zijn voormalige campagneteam een gezamenlijke, landelijke campagne voeren voor hervorminsgezinde Senaatskandidaten. De gedachte is dat een landelijke campagne voor een radicaal progressieve Senaat de Berniekiezers bij de midterms (2018) zal mobiliseren. Maar het valt nog te bezien of dit doel het enthousiasme weet te evenaren dat Bernies Sanders .

Andere activisten denken meer te winnen bij aansluiting bij het establishment. Deray Mckesson, de bekendste activist van Black Lives Matter, verklaarde vorige week in een opiniestuk in The Washington Post op Hillary Clinton te zullen stemmen. „We verbinden ons soms aan een onvolmaakt systeem”, schreef Mckesson.

Het is het eeuwige dilemma van de protestbeweging, zegt Sarah Jaffe. Compromissen sluiten en opgaan in het establishment? Of je kaarten zetten op de horzeltactiek van demonstratie en verzet?

Jaffe erkent dat sommige protestbewegingen van nu zullen verzanden, zoals Occupy Wall Street dat deed. Maar de onrust zélf zal niet verdwijnen, zegt ze.

„De reguliere politiek zegt mensen steeds minder. Grote groepen Amerikanen, zoals jongeren en minderheden, voelen zich niet vertegenwoordigd. De golven van onrust zullen dus blijven komen. Vooral van links, maar ook van rechts. Het is bijvoorbeeld de vraag wat de aanhang van Trump gaat doen als hij verliest.”