De president regeert niet meer

Politieke patstelling

Wie de president ook wordt, het Witte Huis moet macht heroveren. Democraten en Republikeinen polariseren lustig verder.

Foto AFP

Voor een verlamde stad ligt Washington er aardig bij. Restaurants zitten vol, tuinen zijn goed verzorgd, drommen toeristen komen nog elke dag naar de monumenten op de Mall. De economische crisis van acht jaar geleden is aan de hoofdstad voorbijgegaan, huizen zijn onbetaalbaar geworden. Vijf van de zeven rijkste districten in de VS liggen pal naast Washington. Daar wonen lobbyisten, advocaten en politieke strategen – mensen die hun geld verdienen met stilstand.

Foto Justin Sullivan/AFP

Foto Justin Sullivan/AFP

Washington is het spiegelbeeld van de Amerikaanse democratie. Hoe beter het hier gaat, des te slechter staat die democratie ervoor. Jarenlange polarisatie heeft van de Amerikaanse hoofdstad een paradijs gemaakt, beschreef New York Times-journalist Mark Leibovich een paar jaar geleden in zijn boek This Town. Stel je voor, zei hij eens, dat Democraten en Republikeinen zouden samenwerken, en dat Amerika hier echt bestuurd werd. Wat moesten al die lobbyisten, advocaten en talking heads op Fox News en MSNBC dan nog? Leibovich: „Bijna iedereen in Washington heeft er belang bij de patstelling in stand te houden.”

Wie er ook in januari het Witte Huis gaat bewonen, de nieuwe president moet zaken gaan doen met een in zichzelf gekeerd en disfunctioneel Washington. De kans dat één partij de president levert én een meerderheid in beide kamers van het Congres haalt, is klein. Bovendien: over twee jaar zijn er alweer tussentijdse Congresverkiezingen, die vrijwel altijd nadelig uitpakken voor de regeringspartij.

Om iets te bereiken, moeten Democraten en Republikeinen samenwerken. Maar politiek in Amerika is een ‘zero sum game’ geworden, zegt politicoloog Thomas Mann, verbonden aan denktank Brookings. Mann, een Democratische oud-Congresmedewerker, schreef met de Republikein Norman Ornstein een harde aanklacht tegen Washington: It’s even worse than it looks. In de jaren dat Barack Obama regeerde, zegt Mann, is de hoofdstad verlamd geraakt.

„De democratie staat bloot aan destructieve krachten. Dat zal onder president Clinton of Trump alleen maar erger worden.”

Tactiek van sabotage

De macht van de president is de afgelopen jaren drastisch afgenomen. De regering-Obama had de grootste moeite wetten aangenomen te krijgen in het Congres. De Republikeinen hebben de tactiek van sabotage zo goed onder de knie, dat veel wetsvoorstellen niet eens meer in stemming worden gebracht. Het gevolg: er gebeurt vooral heel veel níét. Begrotingen worden niet aangenomen, een oorlogsverklaring tegen Islamitische Staat is er nog altijd niet, maar ook simpele wetjes blijven uit. Obama ging in zijn laatste jaren als president steeds vaker per decreet regeren. Een beginnende president moet voorzichtig zijn met zo’n paardenmiddel.

Symbolisch voor de staat waarin Washington verkeert is het Hooggerechtshof. Het hoogste rechtscollege bestaat al sinds begin dit jaar niet uit negen, maar uit acht rechters. Sinds de conservatieve rechter Antonin Scalia is overleden, weigeren de Republikeinen in de Senaat ook maar te praten over een opvolger. De beoogde opvolger, Merrick Garland, zou de balans in het Hof in het voordeel van de Democraten doen omslaan. Liever een lege stoel in het hoogste rechtscollege dan dat die stoel door de vijand wordt bezet, vinden de Republikeinen.

Foto Carlo Allegri/Reuters

Foto Carlo Allegri/Reuters

Volgens Thomas Mann begon de neergang van Washington als machtsbolwerk in 1994, in de eerste termijn van president Bill Clinton. In dat jaar wonnen de Republikeinen een groot aantal zetels bij tussentijdse Congresverkiezingen. De nieuwe, Republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, Newt Gingrich, veranderde van tactiek. Aan constructief oppositievoeren hebben we niks, zei Gingrich, als Clinton vervolgens met de eer strijkt. Tegenwerking was uiteindelijk productiever, vond hij: als Clinton niets bereikt, gaan kiezers hem zo haten dat ze de volgende keer ons kiezen.

Mann:

„Hierachter ging een razendsnelle radicalisering van de Republikeinse Partij schuil. De partijtop ging geloven in conservatieve dogma’s. Het werd de missie van de Republikeinen om de Democraten te stoppen.”

Congresleden zijn bovendien kwetsbaar voor invloed van buitenaf. Door een uitspraak van het Hooggerechtshof in 2010, Citizens United, mogen politici voor hun campagne veel meer geld aannemen van geldschieters. Leden van het Huis van Afgevaardigden moeten elke twee jaar herkozen worden, en besteden de meeste tijd aan het binnenhalen van geld. Grote bedrijven en lobbygroepen als de National Rifle Association kunnen een politicus maken of breken.

Thomas Mann vertelde eerder bij PBS over de polarisatie. Tekst gaat door onder de video:

Kiezerswoede als wapen

De Republikeinse Partij gebruikte al voor het Gingrich-tijdperk kiezerswoede als wapen. De partij keerde zich steeds duidelijker af van de landelijke overheid, en van hoogopgeleide elites. Met de populistische boodschap dat Amerika in verval was, wist Ronald Reagan in 1980 president te worden. Conservatieve ideeën over lage belastingen werden dogma’s. Republikeinen gingen met elkaar de strijd aan over de vraag wie het verst durfde te gaan. Het systeem voedt zichzelf. Afkeer van Washington leidt tot nog meer boze kiezers, die nog radicalere politici kiezen, die nog minder gedaan krijgen, enzovoort.

„De opkomst van Donald Trump was de vervolmaking van dit proces”, zegt Mann.

„Trump richtte zich tegen de conservatieve partijelite, maar staat niet heel ver van ze af. Dat hij als ultieme populist zo ver heeft kunnen komen, zegt veel over de beroerde staat van de Republikeinse Partij. Trump is geen dogmaticus, die in ideologische zuiverheid gelooft. Hij is geen Ted Cruz. Maar hij verwoordt de witte identiteitspolitiek die de Republikeinen al decennia volgen.”

De partij volgt volgens haar strikte eigen logica een tactiek van maximale obstructie, zegt Mann. Ondanks dat de partij is geradicaliseerd, zitten de Republikeinen in het centrum van de macht. Ze leveren de meeste gouverneurs, hebben een meerderheid in het Huis én de Senaat, en in de meeste staten een ruime meerderheid.

De macht van de Democraten is geconcentreerd in kleinere gebieden, zoals de grote steden. De Democraten hebben zich op hun manier teruggetrokken, en zijn een partij voor de kosmopolitische elite en etnische en culturele minderheden geworden. Hoezeer de Republikeinen zich ook vervreemden van de Amerikaanse kiezer, er is voor kiezers in de meeste staten gewoon geen alternatief.

Als je de politieke kaart van Amerika bekijkt, kleurt vrijwel het hele land Republikeins rood. Democratisch blauw is geconcentreerd in de kuststaten en in de grote steden. Maar schijn bedriegt. De Republikeinen vertegenwoordigen steeds minder kiezers. Nog geen 24 procent van de Amerikanen voelt zich verwant met de Republikeinen, en zo’n 30 procent met de Democraten. Ruim 40 procent is partijloos – een teken van onvrede met het tweepartijenstelsel.

Thomas Mann verwacht dat een eventueel presidentschap van Hillary Clinton Washington alleen maar verder zal polariseren.

„Clinton wordt gehaat door de Republikeinen. Maar belangrijker is dat de meeste Republikeinse Congresleden te radicaal zijn om nog iets anders te kunnen dan dwarsliggen.”

Paul Ryan, de Republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, moet omgaan met een grote ultraconservatieve vleugel in zijn fractie, de Freedom Caucus. Mann:

„Buigt hij ook maar een beetje mee met Clinton, dan zal die vleugel hem proberen af te zetten. Het maakt niet alleen Ryan, maar ook Clinton vleugellam. De Democraten zullen dolblij zijn als ze nog eens vier jaar het Witte Huis mogen bezetten, maar ze zullen er bar weinig aan hebben.”