Column

Zoete monsters, heilige huizen, oude helden

Oud is nieuw. Jean Tinguely. L.F. Céline. W.F. Hermans. P.S. Camera. De Warme Winkel. Pina Bausch.

Sacha de Boer:

In het Stedelijk Museum in Amsterdam knarsen de engelen van Jean Tinguely. Hij maakte ze van schroot en oude wieltjes, van pek en veren. Allemaal afgedankte troep, maar daar gaat het nou precies om: afval is een kwestie van perspectief. Voor Tinguely (1925-1991) bestond het bijvoorbeeld niet. Oud was goud, hij bouwde er zoete monsters mee.

Oud is goud, inderdaad. Daarom ga ik naar Gent, voor de Vlaamse faun Guido Lauwaert en zijn theatersolo naar Reis naar het einde van de nacht, klassieker van Céline. Nooit gelezen, ik geef het toe. Maar daar staat tegenover dat ik dat stuk 25 jaar geleden zag. En daarna al Lauwaerts voorstellingen, zo was ik ervan onder de indruk. Na ruim 400 keer is dit de laatste keer dat hij Reis speelt, lees ik, dus daar moet ik bij zijn. Maarre… red hij dit nog wel?

Ja. Hij springt rond als een jonge vent. Bedreigt ons met een zwiepende wandelstok. Bekogelt ons met Célines zinnen vol rattengif en TNT. Droeg hij toen ook twee verschillende sokken? De jonge vent is ook een ouwe vent. Zijn stem krast, zijn smoel is der dagen zat. Het stuk groeide mee. „Als de mensen stinken dan hebben we het er zelf naar gemaakt” – voor de jongere man was er nog hoop. Uit de mond van de oude man klinkt dat eens zo verschrikkelijk. Die stinkt definitief.

In Museum Hilversum zijn de camera’s te zien van 30 legendarische fotografen. Het zelfgebouwde houten kastje van Willem Witsen; de Linhof van Eva Besnyö; de telelens van paparazzo Joop van Tellingen. Hun foto’s hangen er ook, samen met de foto’s die een volgende generatie fotografen maakte – met die camera’s van hun oude helden. Het geheel heet P.S. Camera, en het is een intiem feest. Ik zie Mourad Bouchakour houden van Jacob Olie. Cleo Campert hanteerde de Leica van Johan van der Keuken alsof ze hem aan de praat wil houden. Sacha de Boer koos voor Ata Kando. Ze is 101 en De Boer portretteerde haar met een Rolleiflex in haar handen: haar duimen en wijsvingers zijn haken, haar blik versmelt met de zoeker. Ze is op slag een cyborg, mens en camera in één. Mooier eerbetoon bestaat niet.

Voor theatergezelschap De Warme Winkel is danstheatermaker Pina Bausch (1940-2009) een held, ze eren haar met een integrale re-enactment van haar stuk Cafe Müller uit 1978. Ik kijk er vreemd van op. Ik zie een handige herhaling van het stuk, door mensen die doen of ze kunnen dansen. Met alle egards, maar dat is me niet genoeg. Ik mis de implosie van het genie Bausch. Ik mis het onblusbare drama van haar fantastische dansers, die konden denken zoals zij, bewegen zoals zij dat in haar hoofd had.

Wacht. Ik hoor tot de gelukkigen die Cafe Müller nog zelf gezien hebben, het merendeel van de zaal zag het stuk nog nooit. Voor hen is Bausch overweldigend. Soms is oud nieuw. En dat gun ik ze.