Wie was het genie?

©

Een film kan mislukken, maar toch interessant zijn door het thema dat hij behandelt. Dat geldt wat mij betreft voor Genius, een speelfilm van Michael Grandage, gebaseerd op de biografie Max Perkins – Editor of Genius van A. Scott Berg. Literatuurliefhebbers zullen in deze film heus wel iets van hun gading vinden, en misschien worden ze geïnspireerd om dat schitterende boek van Berg over het literaire bedrijf te lezen.

Perkins (1884-1947) was een legendarische uitgever, een man die met grote toewijding en veel tact en geduld de literaire carrière van moeilijke karakters als Thomas Wolfe (niet te verwarren met naamgenoot Tom Wolfe), F. Scott Fitzgerald en Ernest Hemingway begeleidde én bevorderde. Wolfe (1900-1938) was van hen ontegenzeggelijk de moeilijkste en kwetsbaarste auteur, maar misschien juist daarom degene aan wie Perkins in een soort vader-zoonrelatie zijn hart verpandde.

De filmtitel is meerduidig, want wie was het genie: de schrijver of de uitgever achter hem? Het is een kwestie waar in dit geval eindeloos over te twisten valt. Wolfe was een schrijver die zijn uitgever overspoelde met manuscripten van duizenden pagina’s. De film laat dat op plastische wijze zien wanneer een over zes kratten verdeeld manuscript bij de uitgever wordt bezorgd. (In werkelijkheid waren het drie kratten.)

Alle andere uitgevers hadden voor deze klus bedankt, maar Perkins raakte zo geboeid door de epische stijl van Wolfe, dat hij tot uitgave besloot. Daarmee veroordeelde hij zich tot maandenlang gezwoeg om, samen met de auteur, een boek van hanteerbaar formaat uit de overvloed te wringen. Het heeft hem soms tot wanhoop gedreven, ook omdat Wolfe voor elk geschrapt hoofdstuk wel weer een nieuw wilde inleveren. „Ik zwoer mezelf dat ik het zou voltooien, ook al zou het mijn dood worden”, schreef Perkins.

Het leidde vaak tot grote frictie, maar dat bleek geen hinderpaal voor een hechte vriendschap die Wolfe tot een huisgenoot van Perkins’ gezin maakte. Zijn (hun?) eerste boek, Look Homeward, Angel, werd een bestseller, maar omdat Wolfe geen geheim maakte van hun verregaande samenwerking, rees de vraag: kon Wolfe ook zonder Perkins een goed boek schrijven? Een halve eeuw later ontstond een vergelijkbare kwestie toen bekend werd dat de redacteur Gordon Lish de verhalen van Raymond Carver grondig had ingekort.

Deze vraag knaagde hevig aan het zelfvertrouwen van Wolfe en zou vermoedelijk de belangrijkste oorzaak van de latere breuk met zijn vriend worden. Dit ondanks het feit dat Perkins een bescheiden man was die nooit het auteurschap van Wolfes boeken heeft geclaimd. Toch besloot Wolfe een breuk met hem te forceren – een dramatische beslissing die Perkins, zowel in boek als film, tot een tragische figuur maakt.

Een grote regisseur zou er een meeslepende film van hebben gemaakt, maar Grandage verliest zich in veel effectbejag ten koste van de geloofwaardigheid. De ergste misgreep is de keus van Jude Law voor de rol van Wolfe. Wolfe was weliswaar een neuroticus, maar Law maakt er met zijn overacting een schreeuwerige, bekkentrekkende halvegare van.

Wolfe stierf te jong – 37 jaar – om te kunnen bewijzen dat hij ook zonder Perkins een groot schrijver zou zijn gebleven. Wel staat vast dat Perkins een grote uitgever was – zo iemand die een grote film had verdiend.