Recensie

Weinigen evenaren het cantabile van Boros

De Tsjechische gitariste Zsófia Boros (1980) maakte een paar jaar geleden indruk met een prachtig, aan Latijns-Amerikaanse muziek gewijd album. Haar nieuwe album omarmt ogenschijnlijk de hele wereld, maar opnieuw weet Boros een eenheid te smeden. Heel veel gitaristen kunnen heel snel heel veel nootjes spelen, maar slechts weinigen evenaren het karaktervolle cantabile van Boros, laat staan haar van melancholie doordesemde verteltrant. De tracklist bevat overwegend levende componisten, de Braziliaan Garoto uitgezonderd, en heeft als gemene deler een welluidende, maar nooit eenvoudige schoonheid. Hoogtepunten zijn er te over, van Egberto Gismonti’s Celebração de Núpcias via de quasi-Turkse suite Koyunbaba van Domeniconi tot de zoekende Fantasie van de Azerische componiste Franghiz Ali-Zadeh. Een naadloze verzameling ‘lokale objecten’ die onder de huid kruipt.