Recensie

Warhaus balanceert op rand van artpop en morsige Gainsbourg-pastiche

Ergens in Warhaus schuilt een experimentele gitaar- en sampleband, maar die kwam er slechts mondjesmaat uit in TivoliVredenburg.

‘Sleaze’ is het sleutelwoord bij Warhaus, het nevenproject van zanger Maarten Devoldere, frontman van de succesvolle Vlaamse popgroep Balthazar. Bij Warhaus zet Devoldere een diepe bromstem op en waant hij zich Leonard Cohen, Serge Gainsbourg en Lou Reed ineen. Zijn vriendin Sylvie Kreusch (fotomodel, filmactrice en zangeres van Soldier’s Heart) zit in het complot en speelt de zwoele Jane Birkin bij zijn bronstige Gainsbourg.

Warhaus’ album We Fucked A Flame Into Being balanceert op de rand van pastiche en serieuze artpop. Live dikt het band de nachtclubatmosfeer aan met Kreusch als gogo-danseres.

In Utrecht kronkelde ze dinsdag rood verlicht op een verhoging terwijl het muzikantentrio zich in de schaduw ophield. „Meet my baby,” gromde Devoldere erbij op een soundtrack van elektronische schuifelmuziek. Echt sexy wilde het niet worden, met teksten waarin genoeg schuttingtaal werd gebruikt om de Bond Tegen Vloeken voor het hoofd te stoten.

Morsig taalgebruik

Al dat „goddamn” en „motherfucking” paste eigenlijk niet bij de nette artrocker die Maarten Devoldere is. The Good Lie en I’m Not Him zijn prima liedjes, maar Leonard Cohen en zelfs Serge Gainsbourg zouden ze afkeuren wegens morsig taalgebruik.

Het als „chanson” aangekondigde Here I Stand week af van de rest omdat de band de diepte in durfde met spontaan samenspel. Ergens in Warhaus schuilt een experimentele gitaar- en sampleband, maar die kwam er slechts mondjesmaat uit.

Verreweg het meest geslaagd klonken ze in het instrumentale Beaches, dat met een elektronisch vervormde trompet en de vette bas een soundtrack had kunnen zijn voor een jaren zeventig-softpornofilm. Weer erg Gainsbourg, maar op die bevlogen momenten klonk Warhaus nu eens niet als de persiflage die ze in hun Cohen-achtige bromnummers zijn.