Column

Rudi Vranckx is de beste oorlogsverslaggever

Vranckx liet in ‘Nieuwsuur’ een indrukwekkende reportage zien over een voormalige kindsoldaat van IS.

Rudi Vranckx bij Mosul, in 'Nieuwsuur' (NOS/NTR).

Het is op deze plaats wel eens eerder vastgesteld: de beste oorlogsverslaggever in het Nederlands taalgebied is op dit moment Rudi Vranckx, die zowel voor de VRT als de NOS bericht over de slag om Mosul.

Er zijn meer verslaggevers die het risico nemen om mee te gaan met de opmars van de Iraakse en Koerdische militairen naar de IS-stad, al heb ik Hans Jaap Melissen en Sander van Hoorn al een tijdje niet meer in de buurt van het front gezien. Er zijn ook meer verslaggevers die soepel in een tunnel kunnen glijden die deel uitmaakt van het ondergrondse netwerk van IS.

Vranckx is de eerste die ik goed hoorde uitleggen dat het niet zo moeilijk zal zijn om op te rukken tot aan de oever van de Tigris, maar een heksentoer om het aan de overkant gelegen stadscentrum te bevrijden, als zich daar duizenden militanten hebben verschanst, klaar voor de stadsguerrilla.

Maar wat zijn verslaggeving in Nieuwsuur echt uniek maakt is een reportage over een voormalige kindsoldaat van IS, zoals er nog vele anderen zullen worden aangetroffen. De consequenties van wat hen is overkomen zullen zeer schadelijk zijn, te beginnen voor henzelf.

De Jezidi-jongen heet Salaam en vertelt in zijn eigen taal relatief onbewogen wat hij heeft meegemaakt. Op zijn 14de werd hij ontvoerd naar Raqqa en daar systematisch mishandeld. Er werden tegels op zijn hoofd stuk geslagen, terwijl zijn handen vastgebonden waren. Als je met sigaretten werd betrapt, hakten ze twee vingers af. Ieder kind kreeg een eigen laptop en cd-speler en moest verplicht urenlang kijken naar moordpartijen: hoofd in een hoopje zand, en dan werd het afgehakt alsof het een schaap was. Ze moesten leren een moordmachine te worden en kregen te horen: „Als jullie ze niet afmaken, dan maken wij jullie af.”

Het zijn verhalen die overeenkomst vertonen met die van kindsoldaten in Afrika. Maar in Irak en Syrië lijkt nog geen begin te zijn van een opvang die van de stakkers weer mensen zou kunnen maken.

Het prachtige van die reportage van Vranckx is de doeltreffende simpelheid, gewoon een verhaal dat vers van de lever direct wordt verteld. Als je het vergelijkt met de reportage verderop in dezelfde aflevering van Nieuwsuur, over de jonge Deense fotograaf Daniel Rye, die dertien maanden in gevangenschap van IS doorbracht, dan is die laatste veel minder effectief.

Dat komt niet alleen doordat de Deen beter behandeld werd en uiteindelijk voor een losgeld van 2,4 miljoen euro vrijkwam, maar vooral omdat de context afleidt. Er is een boek over Rye geschreven, en hij krijgt een mensenrechtenprijs, die in een deftig hotel met champagne wordt overgoten. Dat zijn zaken die afleiden van de kern. In dit geval is die kern wellicht dat de Amerikaanse en Britse staatsburgers met wie Rye zijn cel deelde, het veelal niet kunnen navertellen. Hun familie is het bij wet verboden om over een losprijs te onderhandelen. En dan ben je ten dode opgeschreven. Een ander verhaal dus. Maar ik voelde er veel minder bij.