Visfeest waar je wel een jas en sjaal bij aan moet

Toen in 2012 The Seafood Bar aan de Van Baerlestraat opende, ging de vlag uit. Eindelijk een plek in Amsterdam waar je goed en betaalbaar fruits de mer kon eten; de stad had weinig restaurants die dat serveerden. Inmiddels verrijst het ene na het andere visrestaurant en heeft The Seafood Bar drie zaken en ruim tweehonderd medewerkers. Vorig jaar opende eigenaar Fons de Visscher, voormalig vishandelaar in Helmond, er (samen met zijn kinderen) een in de Spuistraat, nu heeft de Pijp er ook een. Alle drie heldere, moderne zaken met dezelfde menukaart en de nadruk op fruits de mer. De verse vis en schaal- en schelpdieren liggen hoog opgetast; het is een fraai plaatje. Door het formaat van de zaken (groot!), de hoge omloopsnelheid en de handelsgeest van de ondernemer, wordt er tegen scherpe prijzen ingekocht en dat maakt dit visfeest voor velen toegankelijk.

We zitten pal naast de open keuken, maar vanwege de afzuiginstallatie die op volle toeren draait om de frituur-/baklucht weg te krijgen, ook pal op de wind. Gelukkig geeft de bediening ons gauw een andere tafel, waar het weliswaar niet waait maar nog steeds fris is. Dat vinden de andere gasten ook, voornamelijk
Amerikaanse, Japanse en Scandinavische toeristen: de meesten houden hun jas aan.

We warmen onszelf op met twee Thaise viskoekjes (7,50) en een bord Franse vissoep (9,50), goed gevuld met verschillende soorten witvis, malse mosselen en venusschelpen, geserveerd met een pittige, smakelijke rouille en een krokante crouton. Lekker, maar het had wel wat vissiger en minder romig gemogen. De scampisalade met mango (14,50), ook een voorgerecht, is noch Caribisch noch Aziatisch, maar wat is het wel? Een verdwaasde compositie van scampi’s, tomaatjes, grove gemengde sla, komkommer en mango met nauwelijks peper en dressing en nauwelijks smaak.

Op naar de volgende ronde: fruits de mer. We kiezen de meest bescheiden versie (22,50), hoe aantrekkelijk het ook is all the way te gaan voor die met kreeft, krab en langoustines (47,50). Vandaag niet dus.

De kokkels zijn door de kou hard geworden

Op een schaal met ijs treffen we twee kleine, slordig geopende oesters, alikruiken, kokkels, mosselen, venusschelpen, scheermessen, amandes (dikke schelpen) en scampi’s. Bij fruits de mer worden rauwe schaal- en schelpdieren vaak op ijs geserveerd, wel zo verstandig, maar hier is bijna alles al gekookt en komt het tóch op ijs – dus nul graden of kouder. Jammer, want daardoor valt veel van de smaak weg. Sommige schelpen, zoals de kokkels, zijn door de kou hard geworden, en wijzelf hebben inmiddels een sjaal om de nek gebonden. Alles gaat hoe dan ook schoon op, ook de huissalade (van surimi, nepkrab dus), de smakelijke, pittige cocktailsaus en de zeewiersalade.

Voor het andere hoofdgerecht kiezen we the catch of the day: poon van de plaat (19,50) met salsa verde en (als bijgerecht, 3,50) gebakken aardappeltjes. De poon, een betaalbaar visje uit zee met veel graat, wordt in z’n geheel opgediend, is perfect bereid en smakelijk; de groene saus geeft een extra oppepper. De aardappeltjes in de schil zijn zo pittig dat we meteen weer op temperatuur zijn; te pittig – we laten het staan. We nemen nog maar eens een flinke teug witte wijn – we hebben een fles Picpoul de Pinet (25,-) laten openen, die past goed bij schaal en schelp, lekker.

D’r is iets geks met The Seafood Bar. De ingrediënten zijn vers, de meeste gerechten zijn oké, het is niet goedkoop maar ook niet duur (100 euro voor twee personen inclusief fles wijn), de bediening is vriendelijk, maar de opwinding van die eerste keer blijft uit. De formule is een daverend succes, nu verdient de kwaliteit van het eten extra bewaking. Alle hens aan dek!