Column

Tinguely als voorloper in de spektakelkunst en nog veel meer

Het zijn niet eens de vernuftige tekenmachientjes of de ratelende installaties die de meeste indruk maken op de grote Tinguely-tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Het interessantst zijn de zorgvuldig verzamelde archiefstukken – de brieven, de filmbeelden, de voorstudies, de historische foto’s. Omdat die een uniek inkijkje bieden in de kunstwereld van een halve eeuw geleden. En omdat dat historische materiaal laat zien dat de Zwitserse publiekslieveling Jean Tinguely (1925-1991), meer dan tot nu toe werd gedacht, op ongelofelijk veel terreinen een pionier is geweest.

Wie denkt dat de spektakelcultuur in de museumwereld iets van deze tijd is, moet eens kijken naar de foto’s en de films die Ed van der Elsken maakte van Dylaby (1962), de Stedelijk-tentoonstelling die mede door Tinguely werden samengesteld. Toenmalig directeur Willem Sandberg had een groep kunstenaars de sleutel van het museum gegeven, zodat ze drie weken ongestoord konden werken. Het resultaat was een soort interactief spookhuis waar het publiek op de tast doorheen kon kruipen. „Potverdrie wat een gekke bende”, hoor je een bezoeker zeggen in de Van der Elsken-film. En een kind, gierend van de pret: „Het is meer een kermis dan een museum.”

Ver voor Jeff Koons of Damien Hirst was Tinguely al een kunstenaar met een popsterrenstatus. Samen met zijn partner, kunstenares Niki de Saint Phalle, vormde hij een mediageniek glamourkoppel dat de pers routineus wist te bespelen. Toen Tinguely in 1960 een expositie had in de Parijse Galerie des Quatre Saisons, zette hij zijn machines op wieltjes en reed ze in een spectaculaire optocht door de stad – een publiciteitsstunt waar pr-bureaus vandaag de dag jaloers op zouden zijn.

In 1962 reisde Tinguely door de VS, waar hij tijdens het maken van zijn kunstwerk Study for an End of the World No.2 gevolgd werd door televisiezender NBC. We zien hoe de kunstenaar in de omgeving van Las Vegas schroot verzamelt. Vervolgens maakt hij op de parkeerplaats van het Flamingo Hotel een proefopstelling van zijn machines. Om uiteindelijk alle zooi in een stel trucks de woestijn in te rijden en daar tot ontploffing te brengen.

Dit ene, zelfdestructieve kunstwerk draagt alles in zich dat in de jaren daarna toonaangevend zou worden in de kunst. Land art, performancekunst, de latere ontploffingsmachines van Tinguely’s landgenoten Fischli & Weiss en Roman Signer – het ligt er allemaal al in besloten. In het Stedelijk ontpopt Tinguely zich als voorloper van alles.

Zo had ik hem nog niet eerder gezien.

is redacteur beeldende kunst