Recht & Onrecht

Straf opleggen moet begrijpelijk zijn en overtuigen

Goed straffen vraagt vooral om een heldere uitleg waarom voor een bepaalde straf wordt gekozen. Discussies over de hoogte horen bij het strafrecht en moeten niet gesmoord worden met algemeenheden, schrijft Ward Ferdinandusse in de Togacolumn.

Over de hoogte van straffen wordt vaak gepraat, maar zelden op een zinnige manier gediscussieerd. Aan de ene kant wordt het bal vaak geopend door klagers voor wie iedere straf behalve gedwongen castratie of de doodstraf te laag is. Dat nodigt niet uit tot een goede discussie, en daar zijn zulke klagers doorgaans ook niet naar op zoek. Aan de andere kant reageren rechters en officieren van justitie soms wel erg defensief als de vraag aan de orde wordt gesteld of er wel op de juiste manier wordt gestraft. Dan horen we dat er tegenwoordig veel zwaarder wordt gestraft dan vroeger, dat Nederland helemaal niet zo licht straft in vergelijking met andere landen of dat je eigenlijk niets kunt zeggen over de juiste straf als je niet het hele dossier van een zaak kent. Allemaal algemeenheden die een serieus debat over straffen in het hier en nu in de weg staan.

Lage straf is ook uit te leggen

Goed straffen betekent vooral goed uitleggen. Neem nu het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 12 november 2015 waarin een man wordt veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor het vermoorden van zijn moeder. Dat is een straf die op het eerste gezicht verrassend laag is. De rechtbank legt in het vonnis echter zeer uitgebreid uit waarom zij tot deze straf is gekomen. Heel kort samengevat: de moeder had een doodswens en had haar zoon dringend aangespoord haar daarbij te helpen. Daarbij was de zoon verminderd toerekeningsvatbaar. Ik denk dat de meeste mensen na het lezen van het vonnis tenminste begrip zullen hebben voor de overwegingen van de rechters. De een zal zich helemaal kunnen vinden in de uiteindelijk gekozen straf en de ander wat minder, maar voor iedere redelijke lezer is duidelijk dat de rechters hier oprecht hun best gedaan hebben recht te doen aan een ingewikkeld geval. Een voorbeeld hoe het moet.

Regelmatig ontbreekt goede uitleg

Maar het gebeurt ook regelmatig dat een begrijpelijke uitleg ontbreekt. Een voorbeeld is een vonnis van de rechtbank Limburg van 2 november 2015. Daarin wordt een man veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk. Dat is – opmerkelijk genoeg - hoger dan het openbaar ministerie in deze zaak had geëist, maar voor mij nog steeds onbegrijpelijk laag. De rechters vonden namelijk bewezen dat de man in een periode van 6 jaren meermalen zijn stiefdochter had verkracht, in de wetenschap dat zij in haar kinderjaren ook al slachtoffer was geweest van seksueel misbruik. De eerste paar jaren van die periode was zij nog minderjarig. De rechtbank overweegt in het vonnis dat het slachtoffer als gevolg van de aangifte geen contact meer heeft met haar familie en dat zij lijdt aan een posttraumatische stressstoornis. Over de verdachte lezen we dat hij de strafwaardigheid van zijn gedrag nog steeds niet inziet en na het vertrek van het slachtoffer nog druk op haar heeft uitgeoefend om haar ‘terug te krijgen’.

Strafrechtspleging moet overtuigen

Strafrechters gebruiken oriëntatiepunten voor straftoemeting om te bevorderen dat gelijke gevallen zo veel mogelijk gelijk behandeld worden. Daarin staat als uitgangspunt voor een verkrachting een gevangenisstraf van 24 maanden. Het gebeurt wel dat daders van een enkele verkrachting van een meerderjarige vrouw worden veroordeeld tot zo’n straf, of hoger. Dat iemand die jarenlang zijn kwetsbare en aanvankelijk minderjarige  stiefdochter verkracht dan een lagere straf krijgt, vind ik zonder goede uitleg onbegrijpelijk.  Zo zijn er wel meer incestzaken waar voor mij op het eerste gezicht onbegrijpelijk laag wordt gestraft. Misschien zijn daar goede redenen voor, maar die horen dan in het vonnis te worden besproken. Als zo’n uitleg ontbreekt, of onbegrijpelijk is, mag dat best ter discussie worden gesteld. Niet omdat straffen altijd zo hoog mogelijk moeten zijn, maar omdat onze strafrechtspleging begrijpelijk, consistent en overtuigend moet zijn.

 

Ward Ferdinandusse is officier van justitie (landelijk parket, Rotterdam) en bijzonder hoogleraar internationaal strafrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. De Togacolumn wordt wekelijks geschreven door een rechter, een advocaat of een officier van justitie.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blogger

Ward Ferdinandusse

Ward Ferdinandusse studeerde rechten in Amsterdam, waar hij promoveerde op de toepassing van internationaal strafrecht in nationale rechtbanken. Hij schreef voor het studentenblad Propria Cures en het voetbaltijdschrift Hard Gras. Ferdinandusse werkt als officier van justitie bij het Landelijk Parket in Rotterdam en als bijzonder hoogleraar Internationaal strafrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Als officier was hij betrokken bij strafzaken, uitleveringsprocedures en onderzoeken naar internationale misdrijven zoals genocide, oorlogsmisdrijven, foltering, piraterij en (internationaal) terrorisme.