Recensie

Slimfoon

Ik kom de electronicagigant binnen met mijn telefoon tegen mijn oor zodat mijn zus me kan bijstaan in het aanschaffen van een vervolgexemplaar. Mijn huidige versie is zo oud dat wanneer ik een museum uitloop het alarm afgaat. Bovendien wil ik naast bellen ook eindelijk eens mobiel online kunnen, voor als de bus niet komt, ik mail moet lezen of wil weten wat de gemiddelde levensduur van een gerbil is. En via een smartphone schijn je ook nog eens te kunnen deelnemen aan iets wat What’s app heet en tegenwoordig totaal de shit is. Ik benader de dichtstbijzijnde verkoper, een roodharige man met een QR-code aan acne op zijn hoofd, en zet de eerste stap richting universele bereikbaarheid.

„Eén smartphone alstublieft,” zeg ik. Mijn zus tettert in mijn oor dat ik klink alsof ik een kilo worst bestel.

„Wat voor exemplaar had u gewild?”

„Zo eentje waarmee je kunt bellen en op internet kan.”

„Welk merk wilt u? En hoeveel gig?” Ik excuseer me om met mijn zus te overleggen. Inmiddels blijkt dat zij haar eigen telefoon op de speaker heeft gezet en mijn twee supertechnische neefjes laat meevergaderen over mijn digitale toekomst. Na een kort debat schrijf ik de merknaam en het serienummer op en toon dat aan de verkoper.

„Ah, die hebben we. Wilt u een witte, een zilveren of een zwarte?”

„Maakt niet uit, als hij het maar doet.”

„Ze doen het allemaal hoor mevrouw, onze winkel is immers–”

„DOE MAAR EEN WITTE.” De verkoper loopt naar achteren en ik hoor mijn zus en neefjes me feliciteren.

Jarenlang heb ik deel uitgemaakt van de groep die geen smartphone heeft (en die zichzelf daarvoor om onduidelijke redenen op de borst klopt). In mijn geval was het niet echt een kwestie van principe, maar meer van luiheid: ik nam niet de tijd om uit te pluizen welk abonnement en apparaat het beste bij me pasten. Doordat mijn fossiele foon het de laatste tijd alleen nog deed als ze er zin in had en ik het toch wel handig zou vinden om treintijden te kunnen checken waar ik maar wil, zwichtte ik voor de internetfoon.

De principiële Nokiabezitters zuchtten diep toen ik hen vertelde dat ik de club verliet. Eentje haalde iets tevoorschijn wat op een iPhone leek. Het deed alles wat een smartphone ook doet: Appen, Tinderen, jezelf fotograferen. Het enige wat je er niet mee kon: bellen en sms’en.

„Daarvoor kan je gewoon je oude telefoon gebruiken!” juichte hij. Ik knipperde met mijn ogen. Ik vond het prima om bij hun club te zitten, maar door deze opmerking ontstond er toch wel kortsluiting. Twaalf uur later had ik een smartphone.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen