‘Niemand anders had die vlek op zijn broek gezien’

Mantelzorg

Steeds meer mensen die langdurig en onbetaald voor een ander zorgen, zijn overbelast, zo blijkt. „Ze moeten op adem komen”.

Demir haalt haar vader, Mehmet Demir (80) op in verzorgingshuis Uitzicht en neemt hem mee naar de Turkse kapper (Hair-en beautysalon Sonor) in de wijk Moerwijk. Foto Martijn Beekman

web_0311bin_verzorgingshuisweb2
web_0311bin_verzorgingshuisweb
web_0311bin_verzorgingshuisweb4

Zij noemt hem altijd baba – dat is Turks voor papa. En hij noemt zijn dochter cadi. „Krengetje”, vertaalt Fatos Ipek-Demir (46). Haar 80-jarige vader gebruikt die bijnaam vooral plagend, weet zij, maar soms is het wél venijnig bedoeld. Dat komt ook doordat Ipek-Demir zich tegenwoordig vaak als een moeder moet gedragen.

Ipek-Demir is mantelzorger, ze draagt het grootste deel van de verantwoordelijkheid voor haar vader, sinds hij vier jaar geleden gediagnosticeerd met dementie.

Mantelzorgers van mensen met dementie hebben het een stuk zwaarder gekregen, blijkt uit de Dementiemonitor Mantelzorg van onderzoeksinstituut Nivel en Alzheimer Nederland, die deze donderdag is gepubliceerd. Een op de zes ondervraagden voelt zich „zwaar belast of overbelast” door de zorgtaken. Veel meer dan in 2013, toen hetzelfde onderzoek werd uitgevoerd en nog één op de tien mantelzorgers zich zo voelden. In Nederland zijn ongeveer 300.000 mantelzorgers voor mensen met dementie.

Vorige week waarschuwde de Sociaal-Economische Raad (SER) ook al voor overbelasting van mantelzorgers die tegelijkertijd een baan hebben – dat ging over mantelzorgers in het algemeen, niet alleen voor mensen met dementie. En uit recent onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat ongeveer 400.000 mantelzorgers in Nederland zich ernstig belast voelen. 43 procent van hen zegt dat de situatie van degene voor wie zij zorgen, hen nooit loslaat.

Julie Meerveld van Alzheimer Nederland denkt dat mantelzorgers zich meer belast voelen door „de veranderingen in de zorg die in 2015 zijn ingevoerd”. Het beleid is erop gericht om mensen zo lang mogelijk thuis te laten wonen met hulp uit de directe omgeving. „De gemeente heeft minder te besteden aan zorg”, zegt Meerveld. „Ook de eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp en dagactiviteiten is verhoogd.” Terwijl dat voor mantelzorgers „broodnodig is om op adem te komen”, zegt zij.

‘Wie denkt áltijd aan zijn bril?’

Het begon vier jaar geleden: hij bleef maar verdwalen. Soms bleef hij urenlang onvindbaar. Sinds een paar weken heeft hij veel moeite met het formuleren van zinnen. De vader van Ipek-Demir woont in een gesloten zorginstelling in Den Haag, vlakbij haar eigen huis. Veel werk wordt dus verricht al door de verplegers. Desondanks voelt zij steeds de last op haar schouders rusten. „Niemand anders had die de poepvlek op zijn broek gezien. Niemand denkt er áltijd aan om hem zijn gehoorapparaat en zijn bril te geven.” Woensdag weer zoiets. Ze zouden op de foto gaan voor dit verhaal, maar toen ze hem ophaalde zag ze het meteen: niet geschoren. Terwijl hij zijn uiterlijk belangrijk vindt. „Ik heb hem meegenomen naar de kapper.” Sommigen noemen haar een „control freak”. „Maar als ik het niet doe, wie dan wél?” De mensen in het verpleeghuis redden het gewoon niet, ziet zij.

Ipek-Demir gaat op woensdag en in het weekend bij haar vader langs. Maar de rest van de week zit het steeds in haar hoofd „Je moet beslissen over kleine dingen, daar krijg ik appjes over: ‘Mag hij een griepprik?’ Wie het meeste regelt, wordt erop aangesproken als iets misgaat, merkt Ipek-Demir. Het is als een extra baan waar je weinig waardering voor krijgt.

Haar vader, die vroeger bij een isolatiefabriek werkte, houdt van gezelschap, ze ziet hoe hij rechterop gaat zitten als zij binnenkomt. Ze heeft twee kennissen die Turks spreken gevraagd om hem te bezoeken. Hij staat op de wachtlijst voor de wandelgroep, die wordt begeleid door vrijwilligers. Ipek-Demir is zelf twee jaar geleden een dag minder gaan werken omdat het zo zwaar werd. Wel gaat ze aan een nieuw project voor mantelzorgers werken: Mantelkring. Zij willen mantelzorgers met elkaar in contact brengen, zodat zij elkaar kunnen steunen.

Ipek-Demir vindt dat er veel onbegrip is voor mantelzorgers. Het verbaast haar vooral dat familie en vrienden niet meer tijd in haar vader steken. „Het is de maatschappij.” Iedereen is vooral met zichzelf bezig, denk zij. Ipek-Demir denkt vaak na over de toekomst. „Mijn vader is nu tachtig. Hij kan nog wel jaren blijven leven. Hoe houd ik dat vol?”