Kunstcollectie Bowie is smaakvol maar tikje saai

Volgende week vinden in Londen drie veilingen plaats met werk uit de kunstcollectie van David Bowie. Een weinig avontuurlijke verzameling.

Detail uit Jean-Michel Basquiat: Air Power, 1988. Richtprijs: 2,-3,5 miljoen pond. Foto Sotheby’s

Tien maanden na zijn dood verrast David Bowie andermaal. De rockster die naam maakte door steeds van uiterlijk en muziekstijl te veranderen, ontpopt zich postuum als een kunstverzamelaar met een keurige smaak. Dat blijkt uit de catalogi van Bowie/Collector, de drie veilingen die Sotheby’s volgende week in Londen wijdt aan zijn kunstcollectie.

In de jaren negentig begon Bowie met hulp van een curator op grote schaal kunst te kopen. Dat leidde tot een bonte verzameling met ruim 350 kunstwerken waaruit, anders dan bij zijn muziek, geen grote zucht naar avontuur spreekt.

Onvermijdelijke klassiekers

Foto Sotheby's

De muziekinstallatie van Bowie, een ontwerp uit 1966 van Achille and Pier Giacomo Castiglioni. Richtprijs: 800-1.200 pond. Foto Sotheby’s

Aangeboden worden een handvol keramische borden van Picasso, een bronzen beeld van Henry Moore, een spin painting van Damien Hirst, twee schilderijen van Basquiat, een grote verzameling Memphis-meubels uit de jaren tachtig – het zijn de onvermijdelijke klassiekers bij veilingen van naoorlogse kunst en design.

Minder voor de hand liggend is het plukje kunst van psychiatrische patiënten dat Bowie in de jaren negentig kocht. En echt verrassend is het enorme aanbod kunstwerken van modernistische Britse kunstenaars als Winifred Nicholson en Peter Lanyon – smaakvol, maar ook een beetje saai. Of zoals Jonathan Jones, de kunstcriticus van The Guardian, het formuleerde: „Bowie de verzamelaar is zijn meest verwarrende personage: een onderdrukte kunstsnob.”

Foto Sotheby’s

Memphis-stoel van Peter Shire uit 1982. Richtprijs: 1.000-1.500 pond. Foto Sotheby’s

Anders dan rapper Kanye West heeft Bowie niet vaak met zijn passie voor beeldende kunst te koop gelopen. Wel zei hij in een vraaggesprek met The New York Times in 1998 dat kunst „het enige” was wat hij ooit wilde bezitten. Ook heeft hij eens gezegd, dat zijn muziek zou moeten klinken als de schilderijen van Frank Auerbach, de Britse schilder met de dikke verflagen.

Minder bekend is dat Bowie zelf veel heeft geschilderd en midden jaren negentig als redacteur van het tijdschrift Modern Painters interviews maakte met Tracey Emin en Jeff Koons. Als investeerder in uitgeverij 21 Publishing werkte hij op 1 april 1998 ook mee aan een legendarische kunstgrap. Op een drukbezochte bijeenkomst presenteerde Bowie de biografie van Nat Tate (1928-1960), een Amerikaanse expressionistische kunstenaar die aan herwaardering toe zou zijn. Een paar weken later lekte uit dat de door romanschrijver William Boyd geschreven biografie en de daarin gepresenteerde kunstwerken fictief waren.

Sotheby’s verwacht dat de collectie van Bowie minstens 11 miljoen euro zal opbrengen.