Cultuur

Interview

Interview

Alex van Warmerdam op de première van Schneider vs. Bax in EYE.

Foto Piroschka van de Wouw / ANP

Alex van Warmerdam: ‘Ik geef ook graag een klap’

De regisseur van ‘Schneider vs. Bax’ bewondert het werk van Sergio Leone. „Zijn shoot-outs zijn niet te overtreffen.”

De eerste keer dat regisseur Alex van Warmerdam (Borgman, Schneider vs. Bax) Sergio Leones Once Upon a Time in the West zag, was hij na twintig minuten al vertrokken. Van Warmerdam: „Ik was toen een jaar of zestien. Wij woonden in IJmuiden en daar kwamen films altijd pas vier jaar later. Maar van een vriendje hoorde ik dat er nu een western draaide in Amsterdam, die moest je zien. Dat was Once Upon a Time in the West. Ik ben daar toen speciaal voor naar Amsterdam gegaan, maar ik vond de film heel vervelend. Veel te langzaam. Ik was nog niet zo bewust met film bezig, ik was een onschuldige consument. Na twintig minuten ben ik weggelopen.”

Wanneer is dat veranderd?

„Dat ging sluipenderwijs. Ik ben pas echt gaan zien en waarderen wat Leone kan, toen ik zelf films begon te maken. Ik moet er wel bij zeggen dat ik Once Upon a Time in the West nooit helemaal heb gezien, er zitten stukken in die ik nog steeds langdradig vind. Maar het eerste waar ik op viel, was natuurlijk Claudia Cardinale. Zij is hier echt een verrukkelijke vrouw.”

Wat maakt Leone zo goed?

„Wat ik heel erg goed vind, is zijn choreografie, hoe hij de acteurs in de ruimte zet, in het filmkader. Een van de beste scènes is het laatste duel tussen Henry Fonda en Charles Bronson. Die scène is zo brutaal, zo artificieel, maar ook zo majestueus. Dat is toch wel de ultieme shoot-out. Ik zou daar zelf nooit meer mee aan durven komen. Dat valt niet te overtreffen.”

Waarom is Once Upon a Time in the West zo legendarisch? Lees: Droomland aan diggelen

Heeft Leone uw films beïnvloed?

„Dat gebeurt onbewust. Zijn films zijn altijd ergens op de achtergrond aanwezig en onwillekeurig maak je daar gebruik van. Hij hoort bij de filmmakers waar ik steeds bij terugkom als ik ga youtuben: Alfred Hitchcock, Jean-Pierre Melville, Luis Buñuel en Sergio Leone. Dat is en blijft geweldig studiemateriaal.”

Leone draaide de filmmuziek van Morricone, die al was opgenomen, op de set bij het filmen.

„Dat zou ik zelf nooit doen. Dat is heel gevaarlijk. Muziek is bedwelmend en dan lijkt wat je doet al snel heel wat. Maar Leone kon dat, het was zijn specialiteit.”

‘Schneider vs. Bax’ is toch eigenlijk een soort western in Nederland?

„De film gaat natuurlijk over twee mannen met een geweer, alleen zitten ze nu in de rietvelden. Als je kiest voor een vertelling over een man met een geweer, en er is nog een andere man met een geweer, moet je je echt in bochten wringen om het westerngevoel te ontwijken. Dat komt vanzelf tevoorschijn. Bij een western is het verhaal simpel en je hebt een grote, weidse setting. Ik vind dat heel aantrekkelijk.”

De tekst gaat verder na de video

Het geweld van Leone was toen nieuw. In uw films zit ook dreiging en geweld.

Abel is de enige film die ik heb gemaakt zonder doden. Meteen daarna begon het gesodemieter al. Dreiging en geweld zijn heel bruikbare middelen om een verhaal meerdere kanten te geven. Ik heb daar veel plezier in, ook om dat goed te choreograferen, om mensen echt een goede klap of een trap te geven. Maar geweld in films kan me ook tegenstaan. Tarantino zegt me niks. Dat is te veel circus. Bij Leone is de wreedheid gemotiveerd door het verhaal.”