Cultuur

Interview

Interview

‘Ik ben voor poepchinees uitgescholden’

In essentie is iedereen racist. Dat is de boodschap van het nieuwe toneelstuk Race van Eric de Vroedt (44), de nieuwe artistiek leider van het Nationale Toneel. Ook bij de repetities van het stuk liep de spanning tussen zwart en wit hoog op.

Eric de Vroedt laat weten dat hij er „met gestrekt been” in gaat. Hij is de nieuwe man in Den Haag: de nieuwe regisseur en artistiek leider van Het Nationale Toneel. De eerste voorstelling die de 44-jarige Amsterdammer bij het gezelschap maakt is Race van David Mamet, een stuk met de boodschap dat iedereen in essentie racist is.

Race is volgens De Vroedt een uitnodigend stuk: diepgaand, maar lekker en scherp geschreven. „En grappig”, zegt hij. „Maar ik wil ook duidelijk maken dat we het vanaf nu bij het Nationale Toneel meer over politiek en maatschappij gaan hebben. Dat is hier te weinig gebeurd. Als ik door de Schilderswijk fiets, waan ik me in een andere stad, die ver van dit theater af staat. Dat is choquerend. Iedereen accepteert dat maar en dat is bizar. Met Race pak ik meteen een pijnlijke kwestie.”

Trailer van Race. De tekst loopt door onder de video

In Race (2009) verdedigen twee advocaten een oudere, witte man (Hein van der Heijden) die beschuldigd wordt van de verkrachting van een jonge zwarte vrouw. De ene advocaat (Jack, gespeeld door Mark Rietman) is wit, de ander is zwart (Henry, gespeeld Werner Kolf). De twee partners hebben een zwarte stagiaire (Susan, gespeeld door Romana Vrede). Die mengeling van kleuren zorgt voor pijnlijke botsingen en ontmaskeringen, met het publiek in de rol van jury. Het dilemma: wie moet je geloven?

Kleurenblindheid bestaat niet

In Nederland denken we dat we al ver zijn in de discussie over racisme, zegt De Vroedt, maar we staan pas aan het begin. „Nu het debat over zwart en wit oplaait, voel je het onderdrukte racisme, vooral op social media. Door Race op te voeren, betoog ik dat we een stap moeten zetten: erkennen dat racisme overal is en dat kleurenblindheid niet bestaat.”

Dat niemand vrij is van racisme, is een controversieel punt. Maar, antwoordt De Vroedt: „Dat je kleurenblind zou zijn, is onzin. Wetenschappelijk is aangetoond dat het zien van een zwart gezicht een bepaalde werking op ons heeft. Onze eerste reactie is: zwart is moeilijk, zwart is slachtoffer, zwart is fysieke kracht, zwart is agressie. Vervolgens denk je: nee, dat hoeft niet; dat kan ik, dat móet ik anders zien; maar die eerste reactie bestaat. Dat is ook het uitgangspunt van Mamet. De erkenning dat het zo werkt zou al een grote stap voorwaarts zijn.”

De tweede stap, een bredere aanpak, is diversiteitsbeleid of positieve discriminatie. „Bij Mamet leidt dat alleen maar tot problemen en averechtse effecten. Dus zitten we in een catch-22.” Er is strijd en debat nodig, aldus De Vroedt.

Zwarte Piet-discussie op hoog niveau

Hij koos het stuk twee jaar geleden, toen de Zwarte Piet-discussie op zijn felst was. Race is de Zwarte Piet-discussie op hoog niveau, zegt hij: „Vileiner, slimmer en met meer humor.” De invoering van Roetveeg Piet is absoluut een stap, erkent hij, „maar we moeten niet denken de discussie te kunnen smoren. Nu hebben witte mensen in den lande toch het gevoel: „Ze hebben gewonnen.” Dat soort sentiment. Dan wordt de Roetveeg Piet een argument om voor de PVV en Wilders te kiezen. Dan ontstaat er een boomerang-effect.”

Foto Het Nationale Toneel

Scènebeeld uit Race. Foto Het Nationale Toneel

Zijn analyse klinkt defaitistisch, alsof minder pijn en meer begrip tussen zwart en wit onbereikbaar zijn. De Vroedt: „Jack, de witte advocaat, is een soort Gutmensch. Hij werkt met een zwarte advocaat, met een zwarte stagiaire, hij staat open voor positieve discriminatie. Maar als hij tegenover Susan komt te staan, komt er des te meer een racist in hem naar boven. Hij zegt: „Het is ook nooit goed. Godverdomme. Rot dan maar op, ondanksbare tyfusneger.”

David Mamet (van Glengarry Glen Ross en Wag the dog) is typisch een auteur die het publiek in de val lokt. Ook nu: door het in Jack te laten geloven. De Vroedt: „Mamet laat ons denken: Susan, dat zwarte wijf, heeft een geheim. Ons correcte brein acht de witte man schuldig en de zwarte vrouw onschuldig. Maar in ons onderbewustzijn zit een onderbuik: we willen dat de zwarte vrouw ontmaskerd wordt als heks. En dat die witte man toch onschuldig is. Het stuk voert naar dat punt: Susan, die Sylvana Simons, naait ons. Als aan het slot alsnog de waarheid bovenkomt, worden we als publiek, als bevooroordeelde jury, op ons gezicht geslagen.”

In het repetitielokaal ondervond De Vroedt aan den lijve hoe gevoelig de materie van dit stuk is, toen de verwijten uit het stuk ook hém troffen. Het plot van schuld en schaamte voltrok zich aan de makers. „Werner voelde zich door mij afgebeeld als een zwarte karikatuur. Hij had het idee dat ik hem framede als die vrolijke zwarte man uit Intouchables. Hij zei: „Waarom moet ik altijd in wit theater, bij dit soort gezelschappen, de vrolijke neger spelen? Waarom moet ik een dansje doen en een grapje maken? Waarom mag de witte man de baas zijn?”

Lees ook het debat over huidskleur in de literatuur: Witte, ben je gek geworden?

Goede vragen. De Vroedt: „Natuurlijk had hij een punt. En toch was dat pijnlijk voor mij. Alsof ik de racist was. Ik had de neiging om net als Jack in het stuk te roepen: „Ik help je aan een baan. Jij mag hier schitteren. Jij mag hier stralen, waarom ben ik opeens een racistische regisseur?” Werner speelde Henry weken lang, maar plots kwam alle kritiek naar buiten. Waarom was er eerder niks aan de hand?”

Foute dingen gezegd

Hoe kom je daar nog uit? „We hebben ruzie gemaakt. Dan wordt het emotioneel. Iedereen heeft een ander perspectief. Er worden foute dingen gezegd, die het erger maken.” Uiteindelijk gaat het erom, zegt De Vroedt, dat het personage Henry zich plooit. Hij wil overleven als advocaat. Totdat het hem te veel wordt. Dat is „zijn emancipatiemoment”. Uiteindelijk vond De Vroedt de ruzie ook een functie hebben. „Ik vond het kut, ik voelde me beschuldigd, net als die symbolische witte man. Maar nu ik er van een afstand naar kijk, zorgde het ervoor dat de voorstelling minder vrijblijvend werd. We kunnen er niet onderuit dat dit ook over ons gaat.”

Foto Het Nationale Toneel

Scènebeeld uit Race. Foto Het Nationale Toneel

De ruzie leidde ertoe dat Romana Vrede en Werner Kolf zich ook gingen afvragen waarom zij eigenlijk sinds deze zomer bij Het Nationale Toneel zitten. Waren ze soms onderdeel van het diversiteitsbeleid? De Vroedt: „In eerste beginsel heb ik Romana en Werner gevraagd omdat ik ze goed vind en omdat ik ze nodig heb voor de verhalen die ik wil vertellen. Tegelijk weet ik ook dat er bij het ministerie een vinkje aangaat en dat het geld oplevert.”

Dus de wens van de subsidiegever speelt een rol? „Ja, maar tegelijk vind ik het goed dat we dat moeten van de overheid. Dit gezelschap is schandalig wit. Er is geen segment dat zo wit is als de toneelwereld. De regering van Canada is verder dan het Nationale Toneel. Hoe kan dat? Terwijl wij de voorlopers en de avant-garde zouden moeten zijn. Diversiteitsbeleid is al twintig jaar een kwestie, maar we doen er eigenlijk geen fuck aan, behoudens al weer verdwenen groepen als Made in da Shade. Hoe kan ik theater maken over de wereld van nu met alleen maar witte mensen?”

Bij MightySociety, zijn vroegere gezelschap, maakte De Vroedt een voorstelling over zijn Indische moeder en Hollandse vader. Speelt die gemengde afkomst een rol in zijn denken? „Eigenlijk niet. Al ben ik wel eens voor poepchinees uitgemaakt in een sterrenrestaurant. Een man aan de tafel naast ons gedroeg zich onbeschoft tegen de ober. Daar raakten we over in discussie, totdat hij zei dat ik mijn bek moest houden: „Bemoei je met jezelf, vieze poepchinees.” Dat kwam hard bij me binnen. Het deed me fysiek iets, wat je wel meer hoort bij racisme. Ik moest bijna huilen. Tegelijk wist ik dat ik een andere tafel kon vragen en een speciale behandeling. We kregen ook een andere tafel, en een extra toetje. Dat gebeurt in het stuk ook. Elke kwetsuur is een troef en wordt inzet van de strijd.”

De neerbuigende bejegening overkomt de regisseur vaker, in bijzinnetjes. „Agenten die mij vertellen over etnisch profileren en dan zeggen: ‘Jij bent toch ook van buitenlandse afkomst?’ In flitsen van seconden voel ik wat anderen in veel ernstiger mate kwelt.”

De Vroedt: „Romana en Werner zijn hier altijd een kwartier voor aanvang, terwijl Hein en Mark net op tijd of te laat komen. Romana en Werner doen extra hun best, omdat ze geen commentaar willen uitlokken, niet ‘de luie neger’ willen zijn. Te laat komen, is een white privilege. Over al die kleine en grote zaken gaat onze voorstelling.”