Recensie

Hoe ritsel je met een stukje folie?

Op een conferentie in Londen werd stevig gedebatteerd over de toekomst van de nieuwe muziek. „Dit had geen enkele artistieke waarde.”

Dat nieuwe muziek kampt met een imagoprobleem is geen geheim. Nieuwe muziek is moeilijk, en voor moeilijke dingen is weinig publiek. Hoewel muziek van onze tijd logischerwijs direct tot ons zou moeten spreken, als uitingsvorm van de wereld waarin wij leven, ervaren (of vrezen) veel concertgangers juist een grote drempel. En nieuwe muziek wil geen nichekunst zijn.

Dan kan je twee dingen doen: hopen dat de mensen op eigen kracht hun weg naar de concertzaal vinden of je hand uitsteken. Dat laatste is de inzet van Connect, een ambitieus internationaal project van vier vooraanstaande Europese ensembles dat de verhouding tussen componist, musici en luisteraars op de schop neemt.

Die handreiking is ook de reden dat er op onze stoeltjes in de Londense St. John’s Smith Square – een schitterende achttiende-eeuwse barokkerk die sinds 1969 dienst doet als concertzaal – stukjes aluminiumfolie en dunne kettinkjes liggen. Wij, het publiek, worden vanavond verleid tot een akoestische bijdrage aan In the midst of the sonorous islands, het nieuwste werk van de Brit Christian Mason.

Vier ensembles

Het Nederlandse Asko|Schönberg is een van de dragende ensembles van Connect, dat wordt gefinancierd door de Zwitserse Art Mentor Foundation. De andere drie zijn London Sinfonietta, het Duitse Ensemble Modern en het Remix Ensemble uit Porto. De ensembles hebben twee jonge componisten opdracht gegeven nieuw werk te schrijven, dat ze vervolgens in hun respectieve thuislanden zullen uitvoeren. Asko|Schönberg doet dat zaterdagmiddag tijdens November Music in Den Bosch.

„New music – is it really that difficult?” luidt de openingsvraag van de bijbehorende conferentie in het Southbank Centre. De toonzetting is op zijn best weifelend en getuigt niet onmiddellijk van vertrouwen in eigen kracht. Dat vertrouwen lijkt ook ’s avonds in de St. John’s Smith Square te ontbreken, aangezien het concert verzandt in langdurige participatie-instructies. Hoe ritsel je eigenlijk met een stukje folie? Als je daar in alle ernst een half uur over uitweidt, krijgt ‘The audience as artist’, zoals de ondertitel van Connect luidt, al snel iets weg van ‘publiek in groepstherapie’.

Schools

Een van de meest gehoorde woorden tijdens de nazit is dan ook ‘schools’. Bij ‘verbinding’ hebben veel deelnemers zich iets anders voorgesteld dan op commando fluisteren of schudden met een meridiaankogel. De ellenlange uitleg door de componisten, de instructie in de juiste kraak- en tinkeltechnieken, het uitentreuren oefenen van de inzetten: het telt niet op tot een connection met de muziek – integendeel, het leidt juist af.

Het tweede stuk van de avond is The Sonic Great Wall van de Chinees Huang Ruo, die dit seizoen fungeert als huiscomponist van het Amsterdamse Concertgebouw. Het werk is geïnspireerd op het systeem van wachttorens van de Chinese Muur, waarlangs door vuren te ontsteken rudimentaire berichten konden worden doorgegeven. Huang benadert muzikale communicatie vanuit die nadrukkelijke metafoor, waarvoor hij zijn ideeën al in juni tijdens een workshop in Amsterdam uitprobeerde.

De deelnemers aan die workshop stonden in de Oosterkerk tegenover elkaar opgesteld in lange hagen, die de verbinding vormden tussen kleine podia – de wachttorens – met daarop musici van Asko|Schönberg. Huang liet de musici spelend op pad gaan door de hagen van workshopdeelnemers, die op hun beurt lispelend voordroegen uit zelfgekozen gedichten, harder naarmate de instrumentalist dichterbij kwam. In de ruime Oosterkerkakoestiek klonk dat als een galmende kaddisj.

Vragen waren er na afloop te over: is het muzikaal de moeite waard? Wie luistert er eigenlijk, als iedereen meedoet? En moet je als toeschouwer nog wel betalen? Maar als je het hebt over ‘verbinding’: er was in ieder geval interactie tussen publiek en musici.

Sing along

De delegatie van Asko|Schönberg reageert dan ook enigszins verbaasd op de Londense wereldpremière. Huang Ruo’s Sonic Great Wall blijkt uitgebreid met een rampzalig sing along-element, kennelijk tegen de zin van de componist en op uitdrukkelijk verzoek van London Sinfonietta, dat daarmee de wensen van het eigen publiek wellicht niet helemaal juist inschat. „Dit had geen enkele artistieke waarde. We zijn toch geen community choir,” oordeelt een Britse compositiestudent na afloop. „Gemiste kans,” meent een andere.

Verbazingwekkender nog is de traditionele zaalopstelling, waardoor het kernidee van Huangs stuk – communicatie via de wachttorens van de Chinese Muur – onherkenbaar verwatert. „Dat gaan wij in Den Bosch heel anders doen,” belooft Fedor Teunisse, artistiek leider van Asko|Schönberg.

De vier ensembles binnen Connect hebben duidelijk verschillende verwachtingen, en zelfs uiteenlopende opvattingen van wat ‘verbinden’ of ‘participatie’ eigenlijk inhoudt. De Britse precisie en collectiviteit – toch een beetje alsof er een gelijkend portret van Kim Jong-un omhooggehouden moest worden – kunnen op weinig continentale waardering rekenen: Asko|Schönberg en Ensemble Modern hebben heel andere plannen voor de uitvoering op eigen bodem. Het publiek als „gratis musici”, die het simpelste partijtje voor hun rekening nemen – dat is nou precies níet de bedoeling, aldus Teunisse.

Connect door Asko|Schönberg, 5/11 November Music Den Bosch. Toegang gratis. Inl: askoschoenberg.nl