‘Calais’ is afgebroken, dan maar naar de stadsjungle van Parijs

Tentenkamp van migranten

Parijs kampt met op straat kamperende migranten. Ze laten zich niet verjagen. De toestand is „ondraaglijk”, klaagt een wethouder.

Foto Christophe Ena/AP

Volgens de Franse regering is er geen samenhang: de migranten die in tentjes rond metrostation Stalingrad in het noorden van Parijs bivakkeren, „zijn niet degenen uit Calais”, bezwoer minister van Binnenlandse Zaken Bernard Cazeneuve.

Toch neemt hun aantal sinds de aankondiging, vorige maand, van de ontmanteling van de ‘jungle’ aan de Kanaalkust toe, constateren hulpverleners en buurtbewoners. Niet alleen hier onder het metrospoor en rond het restaurant in de Rotonde de la Villette , maar ook op de stoep van de lange Avenue de Flandre staan honderden kleurrijke tentjes van vooral Soedanezen, Afghanen en Eritreeërs.

Wat de naar schatting 2.000 tot 3.000 migranten, meest mannen, in de stadsjungle doen is in de eerste plaats wachten, zegt de 24-jarige Adam uit Soedan. Drie maanden geleden streek hij hier in de buurt neer, na een tocht via Libië en Italië. „Ik wil in Frankrijk blijven, hier asiel aanvragen”, zegt hij. „In Calais ben ik niet geweest, dat is voor wie naar Engeland wil.”

Maar om een aanvraag te kunnen doen, moest hij een postadres regelen. Dat lukte via „een vriend”. Daarna moest hij een afspraak maken bij de asieldienst. „Voordat ik kon langskomen moest ik weer twee maanden geduld hebben”, zegt hij. Eind november kan hij er terecht.

De 21-jarige Mahmood, ook uit Soedan, is verder: hij heeft zijn aanvraag gedaan, maar het kan nu twee jaar duren voordat hij uitsluitsel krijgt. Met een kladblok staat hij bij een waslijn waaraan vrijwilligers fonetische woordenlijstjes hebben opgehangen. „Cheveux, jeux, bouche”, murmelt hij, de Franse woorden voor lichaamsdelen noterend. „Ik heb een adres opgegeven waar ik niet woon”, zegt hij. „Ik vrees dus dat ik hier moet blijven wachten.”

Migrantendriehoek

Al jaren hebben migranten hier rond het toeristische Canal Saint-Martin hun tenten opgeslagen. Via mensensmokkelaars krijgen ze nummers van contactpersonen die in deze buurt kunnen helpen. De politie heeft de zogenoemde migrantendriehoek sinds mei 2015 al zeker tien keer ontruimd, waarbij ruim 15.000 mensen zijn geëvacueerd. Op 16 september nog werden vanaf hier 2.083 mensen naar opvangcentra gebracht. Maar al na een paar dagen waren de tentjes terug.

„Door de sluiting van Calais is het aantal mensen hier wel toegenomen, maar niet explosief”, zegt Mario Oliveira van hulporganisatie Adra van Zevendedagsadventisten. Volgens de gemeente arriveren dagelijks zeventig tot tachtig nieuwe migranten. Deelde Oliveira twee maanden geleden nog 500 maaltijden per dag uit, nu zijn dat er „bijna duizend”. Maar ook al voordat ‘Calais’ werd gesloten, reisden mensen vaak heen en weer naar Parijs, zegt hij.

Schande voor Frankrijk

Een grote groep Somaliërs zegt desgevraagd onlangs „met spoed” uit Duitsland te zijn gekomen „nadat men daar besloten had dat Somalië een veilig land is”. Ze spreken allemaal inmiddels een beetje Duits. „Maar daar hebben we nu niets meer aan”, lacht een van hen.

Ook enkele meer klassieke clochards staan bij Oliveira in de rij voor een sandwich en een halve banaan. De conservatieve krant Le Figaro liet deze week een boze ex-dakloze aan het woord die vond dat migranten met „tenten, voedsel en hulp” werden voorgetrokken. Oliveira is erop bedacht. „Je moet migranten niet meer rechten geven dan andere hulpbehoevenden.”

Ergens in de komende dagen opent de gemeente een „humanitair opvangcentrum” in een oude spoorwegloods hier vlakbij. Maar daar zijn maar 600 plaatsen beschikbaar. De Parijse wethouder Ian Brossat (Parti Communiste Français) eiste deze week op hoge toon dat de Franse regering met een duurzame oplossing komt. De toestand is volgens hem „ondraaglijk” geworden en „maakt ons land te schande”.

De stad heeft weliswaar mobiele toiletten en kranen geïnstalleerd, maar de hygiënische situatie blijft beroerd. Medewerkers van de gemeentereiniging dragen witte pakken, mondkapjes en skibrillen als ze voor de dagelijkse ronde komen schoonmaken. „Het is hier veel zwaarder dan in Calais”, zegt ook de Afghaanse Hamat (31). „Er is geen medische zorg en veel minder hulpverlening.” Door de overbevolking zijn er ook geregeld nachtelijke gevechten om de schaarse ruimte tussen Soedanezen en Afghanen.

Toch koos hij er bewust voor om vorige week niet naar een opvangcentrum in de Franse provincie te gaan. „Mensen vertelden me dat je dan tussen boerderijen terechtkwam, niet in een stad. Dat leek me vreselijk. Dan liever Parijs.”