Blokfluitland Nederland staat onder druk

Blokfluitkwartet Brisk bestaat dertig jaar. Toch staat Nederland er als voortrekkersland van het instrument minder goed voor dan een paar jaar geleden.

foto Brisk

Dertig jaar geleden. De blokfluit was van haar imago als schoolmuziekinstrument verlost. Aan de conservatoria studeerden inmiddels tientallen jonge blokfluitisten, vaak geïnspireerd door blokfluitgrootheid Frans Brüggen. De bloeiende blokfluit-scene leverde steeds meer en steeds betere ensembles af.

Een daarvan was het Brisk Recorder Quartet. Het bleek een blijvertje. Zaterdag 5 november viert het kwartet zijn dertigjarig jubileum in de Noorderkerk in Amsterdam met muziek van Johann Sebastian Bach, Toek Numan en Guus Janssen.

De tekst gaat verder na de video

„Al vanaf het begin koppelen we oude aan nieuwe muziek”, vertelt Bert Honig, een van de twee leden van het eerste uur. „Je had natuurlijk het Amsterdam Loeki Stardust Quartet, dat speelde behalve oud repertoire ook bewerkingen van lichte muziek – heel goed, maar dat was niets voor ons. We zaten iets meer aan de serieuze kant. In die dertig jaar hebben we meer dan veertig nieuwe stukken in première gebracht.”

Krakkemikkig draaiorgeltje

Daar wordt zaterdag een première aan toegevoegd, als Brisk (de naam is Engels en betekent levendig, wakker – een tempo-aanduiding die je bijvoorbeeld tegenkomt in muziek van Henry Purcell) zich over een nieuw stuk buigt van Mayke Nas, de kersverse ‘Componist des Vaderlands’.

„Het is een heel grappig stuk”, vertelt Marjan Banis, die er zes jaar na de oprichting bij kwam. „Nas omschrijft het als een krakkemikkig draaiorgeltje dat de Derde prelude uit Bachs Wohltemperierte Klavier wil spelen. Het begint wat murmelend, maar langzaam komt het op gang; de muziek komt steeds dichter bij de oorspronkelijke noten. Zo’n stuk als dit, dat vinden we echt even leuk om te spelen als Bach.”

Aandacht voor eigentijdse muziek is niet het enige waarmee Brisk zich onderscheidt. Het kwartet maakte veel programma’s voor kinderen. Opvallend is de homogene samenklank. Bert Honig: „Klankschoonheid, daar zijn we heel gevoelig voor. Aan de andere kant: je moet ook niet te veel van jezelf opgeven als je samenspeelt.” Marjan Banis: „Als wij bewerkingen spelen van orgelstukken, ja, dan probeer je een zo hecht mogelijke eenheid te vormen. Onze instrumenten hebben de neiging te versmelten. Maar bij modern repertoire kan dat weer heel anders zijn.”

Verschillende fluiten

Op de parketvloer in het Amsterdamse VondelCS, waar Brisk repeteert voor een radio-optreden, liggen ze al op de grond: verschillende sets fluiten, waaronder een grote contrabasblokfluit. Niemand speelt ‘vast’ een hoge of lage partij, de musici wisselen af. „Al hebben we wel onze voorkeuren”, zegt Banis. „Ook om praktische redenen. Als je steeds zo’n zware contrabasblokfluit moet verslepen in een flightcase… Nee, mensen denken nog weleens: zo’n fluitje, handig, dat neem je overal mee naartoe. Mensen zijn dan verbaasd als we met die grote flightcases aankomen.”

In de dertig jaar hebben ze het het muzieklandschap wel zien veranderen. Podia hebben minder geld. Ondanks de gegroeide naamsbekendheid is het moeilijker om aan optredens te komen. Zo’n 25 spelen ze er nu in een jaar. En de voortrekkersrol van Nederland als blokfluitland staat ook onder druk, constateert Honig.

„Het succes van Lucie Horsch, die pas 17 is en nu al zo fantastisch blokfluit speelt, vind ik verschrikkelijk leuk. Toch vrees ik dat we er minder goed voor staan. Je ziet het bij de conservatoria – minder studenten – en bij de concoursen, waar zich meer buitenlandse talenten aandienen. Het heeft alles te maken met de afkalving van ons muziekonderwijs. Als je dan ziet dat kinderen in Duitsland soms vier uur per week muziekles volgen – ja, natuurlijk hebben die een veel betere basis.”

Maar over Brisk hoeven we ons voorlopig geen zorgen te maken, zegt Honig. „We zitten nog vol plannen. Volgend jaar maken we weer een muziektheaterprogramma. Nee hoor, Brisk blijft.”