Alles deed De Appel anders

Toneelgroep De Appel (1971-2016)

Een voorstelling van Toneelgroep De Appel was te herkennen aan een mengeling van fantasie en theatraal avontuur.

Protest van toneelgroep De Appel tegen bezuinigingen in 2000, met toenmalig artistiek leider Aus Greidanus sr. achter het stuur. Toen was het protest succesvol, nu is er geen steun meer voor een doorstart. Foto ANP

Een speelvloer die de arena heet, bedekt met zand. Acteurs die gehuld zijn in witte gewaden; ze dragen expressieve maskers. In de jaren zeventig zorgde het nieuwe toneelgezelschap De Appel voor een sensatie in het Nederlandse toneel.

Omdat in Den Haag de laatste politieke steun voor een gemeentelijke subsidie van 750.000 euro is weggevallen, komt er zo goed als zeker een einde aan het gezelschap dat zo spectaculair van start ging. Alles deed De Appel anders: hun schouwburg was een gekraakte remise van de Haagse paardentram in Scheveningen. Regisseur en medeoprichter Erik Vos (1929) introduceerde de improvisatie in het repertoiretoneel. Voor spelers van het eerste uur, zoals Peter van der Linden, Christine Ewert, Carol Linssen en Sacha Bulthuis, vormde een toneeltekst het begin van vrije associaties waarvan de regisseur een eenheid maakte.

Vrijwel vanaf het begin was De Appel spraakmakend, zo vrijgevochten en dynamisch in vergelijking met het andere gezelschap van de hofstad, de Haagse Comedie. Erik Vos was geschoold in de mime en dat was zichtbaar: veel onstuimige beweging en acrobatiek. In De storm van Shakespeare, een van de vroegste voorstellingen, zweefde luchtgeest Ariel op een schommel hoog boven de piste. De repertoirekeuze lag bij de Griekse tragedies, bij Shakespeare, Ibsen, Goethe, Goldoni, Brecht en Molière en ook Heijermans, Lodewijk de Boer, Thomas Bernhard en Botho Strauss.

Preview van Hamlet, het laatste stuk van De Appel, met commentaar over het mogelijke einde.

Theater van de soberheid

Een voorstelling van De Appel was uit duizenden te herkennen dankzij een ongewone mengeling van fantasie en zin in theatraal avontuur. Het grote voorbeeld was de Poolse regisseur Jerzy Grotowski die met zijn ‘theater van de soberheid’ pleitte voor puur en oprecht spel. Ook de Britse regisseur Peter Brook gold als inspiratiebron. Theater kon fascinerend zijn zonder overdaad aan kostuums en decors.

Een van de maatgevende Appel-voorstellingen was de Oresteia van Aischylos, die in de jaren tachtig niet alleen in het eigen Appeltheater speelde, maar ook in theater Carré in Amsterdam lange tijd bezoekers bekoorde: moeiteloos beheersten de spelers met hun expressionisme de piste van het voormalige circus. Trommels, vuur, donder, bliksem: een klassieke tragedie als natuurgeweld. Het knappe van De Appel was dat de poëzie van de tekst altijd behouden bleef. Met Trilogie van het zomerverblijf van Goldoni stond het gezelschap nogmaals in Carré, ditmaal was de speelvloer gevuld met water waarover bootjes voeren.

Na de Oresteia bracht het gezelschap een andere grootse productie, Faust 1 & 2 van Goethe in de regie van Hans Croiset, bekroond met de Prijs van de Kritiek. Het gezelschap wist vooraanstaande acteurs en actrices aan zich te binden, onder wie Guido de Moor, Eric Schneider, Will van Kralingen en Geert de Jong.

Ondanks alle succes en een grote schare trouwe bezoekers kreeg het gezelschap het in de jaren negentig steeds moeilijker. De charme van het theater van de armoede taande en artistieke vernieuwing bleef uit. In 2000 begonnen de subsidieproblemen een ernstige bedreiging voor het voortbestaan te vormen. Intussen was acteur Aus Greidanus sr. (1950) aangetreden als artistiek leider.

Oog in oog met de dreigende ondergang toonden hij en de spelersgroep ongekende moed om een van de eerste theatermarathons te brengen, het twaalf uur durende Tantalus (2003) van de Britse auteur John Barton. De Appel leek gered, duizenden bezoekers betuigden steun.

Deze marathon sloot aan bij wat De Appel van begin af aan deed: de grote verhalen tonen van de mens in het ruwe rad van de geschiedenis. De voorstelling liet zien op welke vernuftige manier de Griekse mythologie een omvangrijk spel is van met elkaar verbonden personages. Na Tantalus volgden nog Odysseus en Herakles; met de laatste voorstelling verwierf De Appel de Publieksprijs.

Paleisrevolutie

Maar opnieuw dreigde zwaar weer. Met het terugtreden van Aus Greidanus sr. werd in 2015 regisseur Arie de Mol aangesteld als artistiek leider, afkomstig van het Schiedamse gezelschap Els Inc. Deze zomer vertrok De Mol in stilte wegens verschil van mening in het artistieke beleid, en omdat de Cultuurcommissie van Den Haag tot een negatief advies kwam. Feitelijk heeft de raad van toezicht die De Mol aanstelde zichzelf in de voet geschoten. De raad negeerde het gegeven dat De Appel een gezelschap is dat een familieband vormt.

De gedroomde nieuwe leider na De Mol is David Geysen (1975), die zich als acteur en als regisseur sterk profileerde. Bovendien is hij geworteld in het gezelschap, zoals Greidanus sr. dat ook was. Geysen liet met enkele recente regies, onder meer naar teksten van Pasolini, zien dat hij het idioom van De Appel tot in de finesses beheerst en dat hij in staat is nieuwe wegen in te slaan.

De paleisrevolutie die leidde tot het vertrek van De Mol toont ook de zwakte van het gezelschap aan. De onderlinge trouw tussen de spelers staat nieuwe impulsen in de weg. In maatschappelijk en geëngageerd opzicht ontbeert het gezelschap de wezenlijke noodzaak. Zelden of nooit komen actuele thema’s aan de orde. In de loop van de jaren verminderde het elan en leek het erop dat het gezelschap te veel in zichzelf gekeerd was. Dat is jammer. Als de groep iets wakkerder was geweest, had ze de actualiteit eerder moeten volgen.

Terecht stelt Geysen dat de nieuwe voorstelling Hamlet,die deze maand te zien is in het Appeltheater, „uit het hart van het gezelschap komt”. De keuze voor Hamlet is symbolisch: de moord op een koning door zijn broer vertoont gelijkenis met de interne strijd die het gezelschap het afgelopen seizoen voerde.

De zware subsidieproblemen van de laatste jaren hebben ongetwijfeld een te zware wissel op het gezelschap getrokken. In Den Haag was het bestaan van een groep als De Appel naast het Nationale Toneel van waarde. De gezelschappen versterkten elkaar en verrijkten het aanbod, ook in landelijk opzicht. De theatrale expressiviteit van De Appel zal het Nederlandse toneel nu moeten missen.